Welkom 
 

Als de hypofysesteel verdikt is

De hypofyse is een kleine hormoonklier onder in de hersenen.
Via de hypofysesteel staat de hypofyse in verbinding met de hypothalamus.
Deze verbinding is belangrijk omdat de hypothalamus en hypofyse samen verschillende hormonale processen in het lichaam regelen.

Wanneer op een MRI wordt gezien dat de hypofysesteel verdikt is, betekent dit in eerste instantie alleen dat de steel dikker is dan verwacht.
Het is een radiologische bevinding en geen diagnose op zichzelf.
Daarom moet worden onderzocht waarom de steel verdikt is én of de hypofyse nog normaal functioneert.

Waarom kan de hypofysesteel verdikken?
Een verdikking kan verschillende oorzaken hebben. 

Zo kunnen ontstekingsprocessen rond de hypofyse een rol spelen, maar er bestaan ook andere aandoeningen die het gebied rond hypofyse en hypofysesteel kunnen beïnvloeden.
Daarom is het belangrijk niet automatisch één oorzaak aan een verdikte hypofysesteel te koppelen.
De betekenis wordt bepaald door het totaalbeeld: MRI-beelden, eerdere scans, klachten, medische voorgeschiedenis en endocrinologisch onderzoek.

Verdikt betekent niet automatisch hormoon uitval
Dit onderscheid is essentieel.
Een verdikte hypofysesteel kan aanwezig zijn terwijl de onderzochte hormoonfuncties nog voldoende functioneren.
In dat geval kan een arts besluiten de afwijking en hormoonwaarden te blijven controleren, afhankelijk van de vermoedelijke oorzaak en het verdere medische beeld.
Anders wordt het wanneer uit onderzoek blijkt dat één of meerdere hormoonassen daadwerkelijk onvoldoende functioneren. Dan spreken artsen van gedeeltelijke of volledige hypofyse-uitval.

Radboud UMC: beschrijft dat hypofyse-uitval gedeeltelijk kan zijn, waarbij slechts bepaalde functies zijn aangedaan, maar ook volledig kan zijn. Wanneer een hypofysehormoon onvoldoende wordt geproduceerd, kan daardoor ook het hormoon van het orgaan dat door de hypofyse wordt aangestuurd onvoldoende worden aangemaakt.

Wat regelt de hypofyse eigenlijk?
De hypofyse is betrokken bij verschillende belangrijke hormonale systemen.

ACTH → cortisol
ACTH stimuleert de bijnieren om cortisol te produceren. Bij onvoldoende cortisol kunnen onder andere ernstige vermoeidheid, duizeligheid, misselijkheid, buikklachten, somberheid en concentratie- en geheugenproblemen ontstaan.

Een belangrijk verschil met sommige andere hormoontekorten is dat een ernstig cortisoltekort medisch gevaarlijk kan worden, vooral bij ziekte, koorts, operaties of andere lichamelijke stress.

TSH → schildklierhormoon
TSH stimuleert de schildklier. Bij onvoldoende schildklierhormoon kunnen onder andere vermoeidheid, traagheid, gewichtstoename, snel koud hebben, obstipatie, droge huid, concentratieproblemen, geheugenproblemen, somberheid en stemmingswisselingen optreden.

LH en FSH → geslachtshormonen
Deze hormonen sturen bij mannen onder andere de testosteronproductie en bij vrouwen de werking van de eierstokken aan.
Tekorten kunnen onder andere leiden tot vermoeidheid, minder libido, erectieproblemen, menstruatieproblemen, stemmingsklachten, afname van spierkracht en uiteindelijk vermindering van de botsterkte.

Groeihormoon → IGF-1
Ook de productie van groeihormoon wordt door de hypofyse geregeld. Bij volwassenen heeft dit hormoonsysteem onder andere betekenis voor lichaamssamenstelling, spieren, botten en stofwisseling.

ADH → waterhuishouding
ADH wordt in de hypothalamus gemaakt en via de hypofysesteel naar de achterkwab van de hypofyse vervoerd. Dit hormoon helpt het lichaam water vast te houden.
Wanneer dit systeem onvoldoende functioneert, kunnen opvallend veel plassen en voortdurend veel dorst ontstaan.

Wat merkt iemand daar in het dagelijks leven van?
Wanneer één of meerdere hormoonassen daadwerkelijk verstoord raken, kunnen klachten gemakkelijk door elkaar gaan lopen.
Vermoeidheid kan bijvoorbeeld voorkomen bij een cortisoltekort, schildklierhormoontekort en tekort aan geslachtshormonen. Concentratie- en geheugenproblemen kunnen eveneens bij verschillende tekorten voorkomen.

 Hetzelfde geldt voor somberheid en stemmingsklachten.
Daardoor kan iemand niet alleen lichamelijk moe worden, maar zich in zijn totale functioneren anders gaan voelen.
Denken kan trager worden.
Concentreren kan moeilijker worden.
Werk kan meer inspanning vragen.
Herstellen kan langer duren.
Iemand kan minder initiatief ervaren, emotioneler reageren of sneller uitgeput zijn.
Daarmee kan een hormonaal probleem uiteindelijk invloed krijgen op werk, relaties, sociale contacten, huishouden en ouderschap.
Maar ook hier geldt een belangrijke medische grens: deze klachten bewijzen op zichzelf niet dat de verdikte hypofysesteel de oorzaak is. Veel van deze klachten kunnen ook andere oorzaken hebben.

Hoe wordt onderzocht of de hypofyse werkelijk is aangedaan?
Alleen naar de MRI kijken is onvoldoende.

Bij verdenking op hypofyse-uitval wordt bloedonderzoek gedaan.
Daarbij wordt niet alleen gekeken naar hormonen uit de hypofyse, maar ook naar de hormonen van de organen die daardoor worden aangestuurd.

Radboud UMC  noemt onder andere:
TSH en vrij T4 voor de schildklier as;
ACTH en cortisol voor de bijnier as;
LH en FSH in combinatie met testosteron of oestradiol;
IGF-1 als maat bij onderzoek naar groeihormoon;
prolactine.
Wanneer gewoon bloedonderzoek onvoldoende duidelijkheid geeft, kan aanvullend een stimulatietest noodzakelijk zijn.

Wanneer wordt behandeld?
Ook hier moet onderscheid worden gemaakt.
Verdikte steel + normale hormoonfunctie
Een verdikte hypofysesteel hoeft niet automatisch met hormonen behandeld te worden. Wanneer de hormoonassen voldoende functioneren, bestaat er immers niet vanzelfsprekend een hormoontekort dat moet worden aangevuld. Wat vervolgens nodig is, hangt af van de vermoedelijke oorzaak van de verdikking en het verdere medische beeld.


Verdikte steel + aantoonbare hormoonuitval
Wanneer daadwerkelijk een hormoontekort wordt vastgesteld, kan het ontbrekende hormoon worden vervangen.

Bij cortisoltekort kan bijvoorbeeld hydrocortison worden voorgeschreven.
Bij schildklierhormoontekort kan levothyroxine worden gebruikt.
Bij tekort aan geslachtshormonen kan, afhankelijk van geslacht, leeftijd en omstandigheden, bijvoorbeeld testosteron of oestrogeen worden gegeven.
Bij aangetoond groeihormoontekort kan onder bepaalde omstandigheden groeihormoonbehandeling worden overwogen.
Bij ADH-tekort kan desmopressine worden gebruikt.

De behandeling is dus niet simpelweg: "de hypofysesteel is verdikt, dus er moeten hormonen worden gegeven."
De juiste volgorde is:
afwijking vaststellen → oorzaak onderzoeken → hormoonfunctie onderzoeken → bepalen welke functie daadwerkelijk verstoord is → alleen waar nodig behandelen en controleren.

Wanneer kan de steel later verder verdikken?
Daarom zijn vervolgonderzoek en vergelijking met eerdere MRI-beelden belangrijk. Een afwijking die stabiel blijft, geeft andere informatie dan een steel die tijdens vervolgonderzoek duidelijk verandert.
Wanneer de hypofysesteel in de loop van de tijd verder verdikt, nieuwe afwijkingen zichtbaar worden of nieuwe hormonale klachten ontstaan, kan dat aanleiding zijn voor aanvullend onderzoek naar de onderliggende oorzaak.
Omgekeerd geldt eveneens: een afwijkende MRI betekent niet automatisch dat iemand uiteindelijk volledige hypofyse-uitval zal ontwikkelen.

Waarom dit onderscheid zo belangrijk is
Bij iemand die daarnaast één of meerdere meningeomen heeft, kunnen klachten zoals vermoeidheid, concentratieproblemen, stemmingsveranderingen en verminderd functioneren uit verschillende richtingen komen.

Juist daarom moet niet te snel worden geconcludeerd:
het komt door de meningiomen.
Maar ook niet:
het komt door de hypofysesteel.
En evenmin:
de bloedwaarden zijn nu goed, dus de afwijking betekent niets.
De medisch zorgvuldigere vraag is:
welke structurele afwijkingen zijn aanwezig, veranderen deze in de tijd, welke hormoonassen functioneren normaal of afwijkend en welk deel van het klachtenpatroon kan daarmee daadwerkelijk worden verklaard?

Pas door beeldvorming, endocrinologisch onderzoek, klachten en het verloop in de tijd naast elkaar te leggen ontstaat een betrouwbaar beeld.

Nederlandse professionele informatie
Radboudumc – Hypofyse-uitval
Uitleg over gedeeltelijke en volledige hypofyse-uitval en de klachten die kunnen ontstaan bij uitval van verschillende hormoonassen.

Radboudumc – Diagnostische onderzoeken bij hypofyse-uitval
Hier staat concreet het bloedonderzoek beschreven naar TSH/vrij T4, ACTH/cortisol, LH/FSH met oestradiol of testosteron, IGF-1 en prolactine. Ook stimulatietesten en MRI worden besproken.

Radboudumc – Zorgpad en behandeling hypofyse-uitval
Deze pagina behandelt onder andere hydrocortison bij cortisoltekort, schildklierhormoon, geslachtshormonen, groeihormoon en desmopressine bij ADH-tekort. Ook de langdurige controle door de endocrinoloog wordt beschreven.

Nederlandse Hypofyse Stichting – De verschillende hypofysehormonen
Duidelijke Nederlandse uitleg over ACTH, LH, FSH, TSH, groeihormoon, prolactine, ADH en oxytocine en de functies die daarmee worden aangestuurd.

Nederlandse Hypofyse Stichting – Functie en werking van de hypofyse
Deze legt begrijpelijk uit waar de hypofyse ligt, welke klieren zij aanstuurt en waarom de hypofyse de verbinding vormt tussen het centrale zenuwstelsel en het hormoonstelsel.