Zelfreflectie – bewust kijken naar het eigen denken, voelen en handelen
Zelfreflectie betekent dat iemand bewust stilstaat bij zijn eigen gedachten, gevoelens, keuzes en gedrag.
Het gaat verder dan alleen terugdenken aan wat er is gebeurd.
Bij zelfreflectie probeert iemand te onderzoeken waarom hij of zij op een bepaalde manier dacht, voelde of handelde, welk eigen aandeel daarbij aanwezig was en wat daarvan geleerd kan worden.
Nederlandse kennisorganisaties en universiteiten beschrijven: reflectie als een proces waarbij iemand terugkijkt op ervaringen en het eigen handelen onderzoekt om daarvan te leren.
Zorg voor Beter omschrijft: zelfreflectie bijvoorbeeld als jezelf als het ware een spiegel voorhouden en vragen stellen over de eigen reactie, gedachten, gevoelens en het resultaat van het handelen.
Zelfreflectie is daarmee geen ziektebeeld of diagnose: Het is een psychologisch en cognitief proces dat een rol speelt bij leren, persoonlijke ontwikkeling, professionele ontwikkeling, relaties en het omgaan met moeilijke situaties.
Wat gebeurt er bij zelfreflectie?
Wanneer iets gebeurt, reageren mensen niet uitsluitend op de objectieve gebeurtenis.
Een situatie wordt waargenomen en geïnterpreteerd. Daarbij kunnen eerdere ervaringen, verwachtingen, overtuigingen, emoties en omstandigheden een rol spelen.
Bij zelfreflectie wordt als het ware een stap teruggedaan. Iemand onderzoekt niet alleen wat er gebeurde, maar ook wat er in zichzelf gebeurde.
Vragen die daarbij kunnen ontstaan zijn bijvoorbeeld:
- Wat gebeurde er precies?
- Wat dacht ik op dat moment?
- Wat voelde ik?
- Waarom reageerde ik zoals ik reageerde?
- Welke omstandigheden speelden mee?
- Wat was mijn eigen aandeel?
- Welke gevolgen had mijn reactie?
- Had ik de situatie ook anders kunnen interpreteren?
- Hoe zou de ander de situatie kunnen hebben ervaren?
- Wat zou ik een volgende keer anders kunnen doen?
Het Nederlands Jeugdinstituut beschrijft: binnen reflectiemodellen eveneens een stapsgewijs proces waarbij wordt teruggekeken op ervaringen en handelingen om inzicht te krijgen in wat er gebeurde en welke factoren daarbij een rol speelden.
Zelfreflectie is meer dan nadenken
Iedereen denkt na over gebeurtenissen. Dat betekent echter niet automatisch dat er sprake is van diepgaande zelfreflectie.
Iemand kan bijvoorbeeld langdurig nadenken over wat een ander verkeerd heeft gedaan, zonder de eigen interpretatie of het eigen gedrag te onderzoeken.
Ook kan iemand steeds dezelfde verklaring herhalen. Er wordt dan wel veel nagedacht, maar het bestaande beeld wordt niet noodzakelijk kritisch onderzocht.
Bij reflectie wordt juist geprobeerd ook het eigen referentiekader onderdeel van het onderzoek te maken.
De Universiteit Utrecht beschrijft: reflecteren als het overdenken van een betekenisvolle gebeurtenis waarbij onder andere wordt onderzocht wat precies gebeurde, wat het eigen aandeel was, waarom iemand op een bepaalde manier reageerde en welke alternatieven mogelijk zijn.
Dat maakt een belangrijk verschil:
Nadenken:
Wat is er gebeurd?
Zelfreflectie:
Wat is er gebeurd, wat deed dit met mij, hoe heb ik het geïnterpreteerd, welke invloed had mijn eigen reactie en zou ik er ook anders naar kunnen kijken?
De verschillende onderdelen van zelfreflectie
Zelfreflectie kan betrekking hebben op verschillende aspecten van ons functioneren.
Gedachten
Iemand kan onderzoeken welke gedachten tijdens een situatie aanwezig waren.
Bijvoorbeeld:
Waarom dacht ik onmiddellijk dat de ander mij niet serieus nam?
Vervolgens: kan worden onderzocht of die gedachte overeenkwam met wat daadwerkelijk bekend was, of dat ook andere verklaringen mogelijk waren.
Gevoelens
Emoties beïnvloeden hoe situaties worden beleefd. Boosheid, verdriet, angst, schaamte of teleurstelling kunnen mede bepalen waarop iemand zijn aandacht richt en hoe gedrag van anderen wordt geïnterpreteerd.
Zelfreflectie betekent niet dat deze emoties verkeerd zijn. Het betekent dat iemand probeert te herkennen welke emotie aanwezig was en welke invloed deze mogelijk op het eigen handelen had.
Gedrag
Een volgende vraag is wat iemand daadwerkelijk heeft gedaan.
Was iemand bijvoorbeeld stil, aanvallend, afwijzend, behulpzaam, vermijdend of juist toe naderend?
Daarbij kan worden onderzocht wat men met dat gedrag probeerde te bereiken en welk effect het uiteindelijk had.
Het eigen aandeel
Dit is een belangrijk onderdeel van zelfreflectie.
Bij een conflict betekent zelfreflectie niet automatisch concluderen dat men zelf verantwoordelijk of schuldig is. Het betekent wel bereid zijn te onderzoeken of het eigen gedrag, de eigen communicatie of de eigen interpretaties een rol hebben gespeeld.
Dat onderscheid is belangrijk.
Zelfreflectie is niet hetzelfde als zelfbeschuldiging.
Het perspectief van anderen
Zelfreflectie kan ook betekenen dat iemand probeert los te komen van uitsluitend het eigen gezichtspunt.
Een gebeurtenis kan door verschillende mensen anders worden beleefd. Het kunnen onderzoeken van andere mogelijke perspectieven kan daarom helpen om een vollediger beeld te ontwikkelen.
Dit betekent evenmin dat het perspectief van een ander automatisch juist is. Het gaat erom dat alternatieve verklaringen onderzocht kunnen worden in plaats van bij voorbaat te worden uitgesloten.
Zelfreflectie als leerproces
Een belangrijk doel van reflecteren is leren.
Het Nederlands Jeugdinstituut beschrijft: het basismodel van Korthagen als een cyclisch reflectieproces. Er wordt teruggekeken op handelen en ervaringen, belangrijke aspecten worden onderzocht en vervolgens kunnen alternatieven worden ontwikkeld.
In eenvoudige vorm kan dat proces worden weergegeven als:
Ervaring → terugkijken → gedachten en gevoelens onderzoeken → eigen aandeel onderzoeken → andere mogelijkheden bekijken → inzicht → eventueel ander handelen.
Daarna ontstaat een nieuwe ervaring waarop opnieuw gereflecteerd kan worden.
Zelfreflectie is daardoor geen eenmalige conclusie, maar kan een voortdurend leerproces zijn.
Waarom is zelfreflectie belangrijk?
Zelfreflectie kan bijdragen aan meer inzicht in het eigen functioneren. Door regelmatig stil te staan bij gedachten, gevoelens en gedrag kunnen patronen beter herkenbaar worden.
Iemand kan bijvoorbeeld ontdekken:
Ik trek mij tijdens conflicten snel terug.
Ik word defensief wanneer ik kritiek ervaar.
Ik vul regelmatig in wat iemand anders bedoelt zonder dit te controleren.
Ik vind het moeilijk om toe te geven dat mijn eerste oordeel mogelijk onvolledig was.
Wanneer ik gespannen ben, reageer ik anders dan wanneer ik rustig ben.
Het herkennen van dergelijke patronen biedt nog geen garantie dat gedrag onmiddellijk verandert. Het creëert wel de mogelijkheid om er bewuster mee om te gaan.
Zorg voor Beter benadrukt: eveneens dat reflecteren helpt om te onderzoeken wat goed gaat, wat iemand tegenwerkt en wat in communicatie of handelen verbeterd kan worden.
Zelfreflectie vraagt ook om onzekerheid te kunnen verdragen
Goede zelfreflectie kan confronterend zijn.
Soms bevestigt reflectie wat iemand al dacht. Maar soms ontstaat juist twijfel over een eerdere interpretatie, overtuiging of beslissing.
Bijvoorbeeld:
Misschien had ik niet alle informatie.
Misschien heb ik het gedrag van de ander anders geïnterpreteerd dan bedoeld.
Misschien speelde mijn eigen spanning een grotere rol dan ik destijds zag.
Misschien hadden we allebei een aandeel.
Misschien is mijn oorspronkelijke verklaring niet volledig.
Werkelijke reflectie houdt daarom ook in dat een eerdere conclusie onderzocht en zo nodig bijgesteld kan worden.
Dat betekent niet dat iemand voortdurend aan zichzelf moet twijfelen. Het betekent dat een conclusie niet uitsluitend wordt vastgehouden omdat deze eenmaal gevormd is.
Zelfreflectie en feedback van anderen
Zelfreflectie vindt niet uitsluitend in het eigen hoofd plaats.
Feedback kan nieuwe informatie toevoegen die iemand zelf niet had waargenomen.
V&VN beschrijft bijvoorbeeld: hoe reflectie en intervisie professionals kunnen helpen om een stap terug te doen en vanuit een ander perspectief naar hun handelen te kijken.
Feedback hoeft daarbij niet automatisch te worden overgenomen.
Een reflectieve houding betekent eerder:
- Wat vertelt deze feedback mij?
- Herken ik dit?
- Welke concrete voorbeelden ondersteunen het?
- Zie ik iets wat ik eerder niet zag?
- Kan mijn eigen waarneming onvolledig zijn?
Daarmee wordt feedback informatie die onderzocht kan worden.
Zelfreflectie betekent niet dat iemand altijd gelijk krijgt
Zelfreflectie heeft niet als doel om achteraf te bewijzen dat iemand goed of fout heeft gehandeld.
Na zorgvuldige reflectie kan iemand tot de conclusie komen dat een eerdere keuze nog steeds juist voelt.
Maar er kan ook een genuanceerder oordeel ontstaan of blijken dat bepaalde omstandigheden, perspectieven of het eigen aandeel eerder onvoldoende zijn meegewogen.
Juist die mogelijkheid tot bijstelling is essentieel voor leren.
Wanneer wordt zelfreflectie moeilijk?
Hoewel zelfreflectie een normale menselijke vaardigheid is, betekent dit niet dat iedereen op ieder moment even goed kan reflecteren.
Reflecteren vraagt aandacht voor de eigen gedachten, gevoelens en gedragingen.
Daarnaast moeten gebeurtenissen worden herinnerd, informatie worden afgewogen en soms verschillende verklaringen tegelijkertijd worden overwogen.
Daarmee ontstaat een belangrijk vervolgonderwerp.
Wanneer iemand bijvoorbeeld sterk emotioneel belast, psychisch ontregeld, cognitief overbelast of ernstig vermoeid is,
kunnen bepaalde voorwaarden waaronder complexe reflectie plaatsvindt onder druk komen te staan.
Dat betekent niet automatisch dat iemand niet meer kan reflecteren.
Evenmin mag uit een ziekte of psychische aandoening zonder meer worden geconcludeerd dat iemands oordeel onbetrouwbaar is.
Wel kan onderzocht worden welke cognitieve en psychologische processen nodig zijn voor zelfreflectie en wat er gebeurt wanneer een of meerdere van deze processen minder goed functioneren.
Daarbij komen onderwerpen naar voren als: aandacht, geheugen, metacognitie, cognitieve flexibiliteit, emotieregulatie, perspectiefneming, cognitieve vertekeningen en cognitieve dissonantie.
Dat vraagt om een afzonderlijke en zorgvuldig onderbouwde bespreking.
Tot slot
Zelfreflectie is meer dan terugkijken op gebeurtenissen. Het is het bewust onderzoeken van het eigen denken, voelen en handelen en van de manier waarop deze processen elkaar beïnvloeden.
Goede zelfreflectie vraagt daarom niet dat iemand zichzelf voortdurend bekritiseert. Het vraagt juist nieuwsgierigheid naar het eigen functioneren en de bereidheid om ook informatie te onderzoeken die niet onmiddellijk bij het bestaande beeld past.
Daarmee kan zelfreflectie bijdragen aan zelfkennis, leren, gedragsverandering en een genuanceerder begrip van gebeurtenissen.
Tegelijkertijd kent zelfreflectie grenzen. Onze waarneming, herinneringen, emoties en cognitieve mogelijkheden zijn niet onder alle omstandigheden hetzelfde.
Daarom is het relevant om naast gezonde zelfreflectie ook te onderzoeken wat er kan gebeuren wanneer het vermogen om breed en kritisch naar het eigen handelen te kijken onder druk komt te staan.
Nederlandse websites
Nederlands Jeugdinstituut (NJi) – Reflectiemodellen van Korthagen
Het NJi beschrijft verschillende modellen van reflectie en legt uit hoe iemand stapsgewijs kan terugkijken op ervaringen en handelen om daarvan te leren.
NJi – Reflectiemodellen van Korthagen
Zorg voor Beter / Vilans – Reflecteren en leren
Beschrijft zelfreflectie als jezelf een spiegel voorhouden en stilstaan bij het eigen handelen, gedachten, gevoelens, keuzes en de resultaten daarvan.
Zorg voor Beter – Reflecteren en leren
De Universiteit Utrecht behandelt reflectie als het onderzoeken van een betekenisvolle gebeurtenis, het eigen aandeel, achterliggende reacties en mogelijke alternatieven.
Universiteit Utrecht – Reflectie en intervisie
Universiteit Utrecht – Reflectie en intervisie
De UvA maakt duidelijk dat reflecteren verder gaat dan alleen evalueren: het eigen handelen wordt beschreven en geanalyseerd met als doel ervan te leren en zich verder te ontwikkelen.
Universiteit van Amsterdam – Reflectieverslag