Wanneer relatietherapie niet het hele verhaal heeft onderzocht
Inleiding
Dat een huwelijk in relatietherapie is besproken, betekent nog niet automatisch dat alle factoren die de relatie beïnvloedden ook daadwerkelijk zijn onderzocht. Dit wordt belangrijk wanneer achter terugkerende ruzies, emotionele afstand of het gevoel er alleen voor te staan ook chronische ziekte, PEM, POTS, cognitieve klachten, financiële belasting, mantelzorg, verlies van draagkracht of andere medische en systemische factoren schuilgaan.
Wanneer later wordt gezegd: “We hebben relatietherapie gehad, dus we weten dat het huwelijk niet meer werkte”, kan daardoor een te definitieve conclusie ontstaan.
De professionele vraag behoort dan te zijn: wat is tijdens die therapie precies onderzocht, welke informatie was toen beschikbaar en welke relevante factoren zijn mogelijk buiten beeld gebleven?
Relatietherapie gehad betekent niet dat alles onderzocht is
Relatietherapie kan veel duidelijk maken.
Partners kunnen leren herkennen welke conflicten steeds terugkomen, waarom communicatie vastloopt, waar emotionele afstand ontstaat en wat zij van elkaar nodig hebben.
Maar iedere therapie werkt met de informatie die op dat moment beschikbaar is.
Wanneer bijvoorbeeld wel wordt gesproken over:
- ruzies;
- weinig aandacht;
- irritatie;
- emotionele afstand;
- werk;
- het gevoel alleen te staan;
Maar nauwelijks over:
- chronische ziekte;
- PEM;
- POTS;
- cognitieve belasting;
- vertraagd herstel na mentale en emotionele inspanning;
- mantelzorg;
- financiële draaglast;
- gewijzigde rollen;
- feitelijke taakverdeling;
- de belasting van beide partners;
Dan kan de therapie de zichtbare relationele problemen hebben onderzocht zonder de volledige context te kennen waarin die problemen ontstonden.
De Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie beschrijft juist dat systeemtherapie problemen in samenhang met belangrijke anderen en omstandigheden bekijkt en ook inzetbaar is bij lichamelijke aandoeningen. Dat is een wezenlijk uitgangspunt: een symptoom binnen een relatie hoeft niet uitsluitend door de relatie veroorzaakt te worden. NVRG
Dezelfde ruzie kan verschillende oorzaken hebben
Stel dat een partner tijdens gesprekken regelmatig dichtklapt, wegloopt of zegt: “Ik kan dit nu niet meer.”
Dat kan worden geïnterpreteerd als:
vermijding;
gebrek aan betrokkenheid;
slechte communicatie;
emotionele terugtrekking.
Maar wanneer ernstige vermoeidheid, cognitieve overbelasting of PEM aanwezig is, moet ook een andere verklaring worden onderzocht: heeft de persoon op dat moment nog voldoende fysieke en cognitieve capaciteit om het gesprek voort te zetten?
C-support beschrijft dat PEM kan optreden na lichamelijke, cognitieve én emotionele inspanning en gepaard kan gaan met onder meer ernstige vermoeidheid en concentratieproblemen.
De verslechtering kan bovendien vertraagd optreden.
Dat maakt context belangrijk.
Het gedrag blijft hetzelfde: iemand trekt zich terug.
Maar de verklaring kan verschillen.
En wanneer de verklaring verandert, kan ook de mogelijke oplossing veranderen.
POTS, PEM en cognitieve dissonantie moeten niet op één hoop worden gegooid
Hier is professionele precisie belangrijk.
PEM is een lichamelijk ziekteverschijnsel waarbij klachten na belasting verergeren.
POTS is een vorm van autonome ontregeling waarbij onder andere orthostatische klachten kunnen optreden.
Beide kunnen voorkomen bij aandoeningen waarbij ook vermoeidheid en cognitieve klachten worden gezien.
Cognitieve dissonantie is iets anders.
Dat is een psychologisch proces waarbij spanning kan ontstaan tussen overtuigingen, informatie, gevoelens en gedrag.
Iemand kan bijvoorbeeld tegelijkertijd geconfronteerd worden met:
“Ik heb besloten dat dit huwelijk voorbij is.”
en:
“Nieuwe informatie laat zien dat belangrijke problemen misschien anders verklaard konden worden.”
Die twee cognities kunnen botsen.
Dat bewijst niet dat iemand vervolgens informatie verdringt.
Het maakt wel begrijpelijk waarom nieuwe informatie psychologisch ongemakkelijk kan worden.
Onderzoek vanuit de psychologie laat zien dat mensen de neiging kunnen hebben informatie te prefereren die bestaande overtuigingen bevestigt en informatie die daarmee botst moeilijker toe te laten.
Universiteit Leiden behandelt dergelijke mechanismen onder meer in relatie tot cognitieve dissonantie en bevestigende informatielussen.
Universiteit Leiden
Het gevaar van: “Therapeuten hebben er al naar gekeken”
Dit klinkt sterk, maar zegt op zichzelf verrassend weinig.
Want er ontbreken minstens vier vragen:
- Welke therapeut?
- Niet iedere relatietherapeut werkt vanuit dezelfde methode of heeft dezelfde deskundigheid over chronische ziekte.
- Welke hulpvraag?
- Was de vraag: “Hoe kunnen we ons huwelijk herstellen?” Of was de vraag uiteindelijk vooral: “Hoe gaan we uit elkaar?”
- Welke informatie was beschikbaar?
- Waren PEM, POTS, brain fog en ziekte gebonden beperkingen überhaupt bekend en begrepen?
- Welke factoren zijn daadwerkelijk onderzocht?
- Is alleen gesproken over communicatie en ruzie, of ook over ziekte, mantelzorg, werk, financiën, kinderen, draagkracht en rolverandering?
Daarom is:
“Er is relatietherapie geweest.”
geen wetenschappelijk bewijs voor:
“Het huwelijk was niet herstelbaar.”
Dat laatste is een veel grotere conclusie.
Wat als een andere therapeut later wél meerdere lagen ziet?
Dan ontstaat nieuwe informatie.
Een systeemtherapeut of andere deskundige kan bijvoorbeeld zeggen:
“Voordat we dit uitsluitend als een mislukt huwelijk beschouwen, moeten we begrijpen hoe ziekte, draagkracht, interactiepatronen, werk, mantelzorg, kinderen en individuele kwetsbaarheden elkaar hebben beïnvloed.”
Dat betekent nog steeds niet:
“Dit huwelijk kan zeker worden gered.”
Geen serieuze therapeut kan dat vooraf garanderen.
Het betekent:
“Er bestaan relevante factoren die nog onderzocht kunnen worden voordat over herstelbaarheid een goed onderbouwde conclusie wordt getrokken.”
Dat onderscheid is cruciaal.
Een huwelijk kan na volledig onderzoek nog steeds niet herstelbaar blijken.
Maar niet onderzocht is iets anders dan onderzocht en niet veranderbaar gebleken.
Wat zegt het wanneer iemand zo'n breder onderzoek afwijst?
Op zichzelf minder dan vaak wordt gedacht.
Het bewijst niet automatisch:
vermijdende coping;
cognitieve dissonantie;
angst;
schuld;
gezichtsverlies;
aanwezigheid van een nieuwe partner;
gebrek aan liefde;
dat iemand diep van binnen weet dat het eerdere besluit verkeerd was.
Er zijn meerdere mogelijke verklaringen.
Iemand kan:
werkelijk overtuigd zijn van de scheiding;
emotioneel uitgeput zijn;
geen nieuwe therapie meer aankunnen;
therapievermoeid zijn;
bang zijn opnieuw gekwetst te worden;
geen vertrouwen meer hebben in verandering;
inmiddels een andere levensrichting gekozen hebben;
bang zijn voor onzekerheid;
confrontatie met het verleden vermijden;
schuldgevoel of schaamte willen vermijden;
een nieuwe relatie willen beschermen;
geen verwachtingen bij de voormalige partner willen wekken;
het eerdere besluit niet opnieuw ter discussie willen stellen.
Pas wanneer gedrag over langere tijd consequent gericht is op het ontwijken van moeilijke gedachten, gesprekken, gevoelens of onderzoek, kan vermijdende coping als mogelijke psychologische verklaring worden besproken.
Een weigering op zichzelf is daarvoor onvoldoende.
Kan dit onder vermijdend gedrag worden geplaatst?
Ja, maar met de juiste formulering.
Niet:
“Iemand weigert relatietherapie omdat diegene vermijdende coping heeft.”
Wel:
“Het niet willen onderzoeken van informatie die angst, schuld, twijfel of emotionele spanning oproept, kan in sommige situaties onderdeel worden van vermijdende coping.”
Het kenmerkende element is dan niet de keuze voor scheiding.
Het is het structurele niet willen aangaan van relevante informatie of emoties omdat die psychologisch belastend zijn.
Wanneer een eerder therapeutisch oordeel onderdeel van het narratief wordt
Na verloop van tijd kan een opvallende verschuiving ontstaan.
Eerst was de werkelijkheid:
“We hebben therapie geprobeerd.”
Later wordt dat:
“Professionals hebben vastgesteld dat het niet meer kon.”
Dat zijn niet noodzakelijk dezelfde uitspraken.
Een therapeut kan hebben vastgesteld dat partners op dat moment ernstig vastliepen.
Dat betekent niet automatisch dat alle achterliggende factoren bekend waren of dat herstel onder andere omstandigheden onmogelijk was.
Daarom moet voorzichtig worden omgegaan met het therapeutische verleden als legitimatie voor een definitief narratief.
De relevante vraag blijft:
Wat heeft die professional werkelijk onderzocht en geconcludeerd?
Niet:
Welke betekenis hebben wij daar later zelf aan gegeven?
Het risico van terugkijken vanuit de eindfase
Er bestaat nog een ander gevaar.
Wanneer een huwelijk uiteindelijk eindigt, kan de laatste en zwaarste fase het beeld van de gehele relatie gaan bepalen.
Dan worden jaren huwelijk samengevat in:
“We hadden altijd ruzie.”
“Ik stond er altijd alleen voor.”
“Het werkte al heel lang niet.”
Dat hoeft geen bewuste verhaalvervorming te zijn.
Herinneringen zijn geen videoregistratie.
Mensen geven achteraf betekenis aan gebeurtenissen vanuit wat zij inmiddels weten, voelen en hebben besloten.
Daarom is het belangrijk de gehele tijdlijn te bekijken:
Hoe functioneerde het gezin vóór de ziekte of ernstige overbelasting?
Wanneer veranderde de communicatie?
Wanneer nam de belasting toe?
Wanneer veranderde het werkpatroon?
Wanneer namen zorgtaken toe?
Wanneer ontstond emotionele afstand?
Waren er tussendoor perioden van verbinding?
Was er nog affectie?
Wat gebeurde wanneer de belasting tijdelijk afnam?
Welke problemen waren structureel en welke ontstonden vooral tijdens overbelasting?
Zonder die tijdlijn bestaat het risico dat het einde achteraf wordt gebruikt als verklaring voor alles wat eraan voorafging.
De oude therapeut kan gelijk hebben gehad én belangrijke informatie hebben gemist
Dit verdient nadruk.
Het hoeft geen tegenstelling te zijn.
Een therapeut kan destijds terecht hebben gezien:
- terugkerende conflicten;
- beschadigd vertrouwen;
- slechte communicatie;
- emotionele afstand;
- ongelijkheid;
- uitputting.
En tegelijkertijd kunnen andere relevante verklaringen onvoldoende onderzocht zijn.
Beide kunnen waar zijn.
Professionele reflectie zou daarom niet moeten beginnen met:
“Welke therapeut had gelijk?”
maar met:
“Welke informatie had iedere professional tot zijn beschikking en welk deel van het systeem heeft diegene onderzocht?”
Dat is een veel volwassenere manier van evalueren.
Wanneer een nieuwe relatie ontstaat
Dan wordt heronderzoek psychologisch ingewikkelder.
Want inmiddels staat niet meer uitsluitend het verleden ter discussie.
Er is ook iets nieuws opgebouwd.
Twijfel over het vorige huwelijk kan dan gevolgen hebben voor:
- het eigen zelfbeeld;
- de nieuwe partner;
- familie;
- vrienden;
- collega's;
- de kinderen;
- eerder gedane uitspraken;
- het verhaal waarmee de scheiding aan anderen is uitgelegd.
Daarmee stijgt de psychologische prijs van heroverweging.
De vraag:
“Hebben wij destijds alles goed begrepen?”
gaat dan mogelijk voelen als:
“Wat betekent dit voor alles wat ik daarna heb gedaan?”
Dat kan cognitieve dissonantie vergroten.
Maar opnieuw: daaruit kan bij een individuele persoon niets zonder onderzoek worden afgeleid.
Is terugkijken dan eerlijk tegenover de nieuwe partner?
Ook daar bestaat geen eenvoudig antwoord op.
Eerlijkheid tegenover een nieuwe partner betekent niet dat het verleden nooit meer onderzocht mag worden.
Integendeel.
Een nieuwe relatie wordt niet sterker doordat belangrijke vragen over een eerdere relatie verboden terrein worden.
Wanneer uit later verkregen medische of psychologische kennis blijkt dat belangrijke aannames mogelijk onvolledig waren, is het juist volwassen om die informatie te kunnen verdragen.
Dat hoeft niet te betekenen dat iemand terugkeert.
Het betekent wel dat waarheid en zelfonderzoek niet afhankelijk worden gemaakt van welke uitkomst voor de huidige situatie het gemakkelijkste is.
En tegenover de voormalige partner?
Hier ontstaat een ethische vraag.
Wanneer een voormalige partner jarenlang is neergezet als onvoldoende beschikbaar, veroorzaker van spanning of onderdeel van een onhoudbare relatie, terwijl later blijkt dat ziekte, overbelasting, financiële verantwoordelijkheid of mantelzorg onvoldoende waren onderzocht, verdient die nieuwe informatie ten minste serieuze overweging.
Niet omdat de ex-partner automatisch recht heeft op hereniging.
Dat recht bestaat niet.
Maar erkenning is iets anders dan hereniging.
Er kan bijvoorbeeld erkenning komen voor:
- wat iemand daadwerkelijk heeft gedragen;
- welke zorgtaken zijn uitgevoerd;
- waarom veel werd gewerkt;
- welke pogingen tot verbinding zijn gedaan;
- welke omstandigheden destijds verkeerd zijn geïnterpreteerd.
Zelfs wanneer de scheiding blijft bestaan, kan een eerlijker narratief van grote betekenis zijn.
En tegenover de kinderen?
Daar wordt de vraag nog zwaarder.
Kinderen hebben geen recht op een huwelijk tussen hun ouders dat niet veilig of levensvatbaar is.
Maar zij hebben wel belang bij ouders die zo zorgvuldig mogelijk omgaan met ingrijpende beslissingen en met het verhaal dat daarover wordt gevormd.
Het NJi beschrijft samenwerking tussen ouders, wederzijds respect en aandacht voor de belangen en behoeften van kinderen als belangrijke beschermende factoren na een scheiding.
NJi
Wanneer kinderen later signalen geven van verdriet, loyaliteitsproblemen of moeite met veranderingen, behoort de reactie daarom niet automatisch te zijn:
“Ze moeten eraan wennen.”
Evenmin moet iedere klacht worden geïnterpreteerd als bewijs dat ouders hadden moeten samenblijven.
Beide zijn te eenvoudig.
De professionele vraag is:
“Wat vertelt dit kind ons en wat heeft dit specifieke kind nu nodig?”
Gezichtsverlies en angst
Kunnen deze een rol spelen?
Ja.
Maar als mogelijke psychologische barrières, niet als vastgestelde verklaring.
Een mens kan het moeilijk vinden om na een ingrijpende beslissing te zeggen:
“Met wat ik nu weet, zie ik sommige dingen anders.”
Zeker wanneer familie en collega's de eerdere keuze hebben ondersteund, juridische stappen zijn gezet, een woning is verdeeld en inmiddels een nieuwe relatie bestaat.
Herziening kan dan voelen alsof iemand moet toegeven:
“Misschien wist ik het destijds niet volledig.”
Maar precies daar moet onderscheid worden gemaakt tussen gezichtsverlies en volwassen zelfreflectie.
Nieuwe informatie meewegen is geen bewijs dat een eerdere beslissing dom of oneerlijk was.
Het kan betekenen dat iemand nu meer weet dan toen.
Wanneer wordt niet terugkijken werkelijk problematisch?
Niet wanneer iemand na zorgvuldig onderzoek nog steeds voor scheiding kiest.
Het wordt problematischer wanneer:
- relevante nieuwe informatie beschikbaar komt;
- die informatie een eerdere verklaring wezenlijk zou kunnen veranderen;
- onderzoek daarvan consequent wordt afgewezen;
- tegelijkertijd het oorspronkelijke narratief als vaststaand feit wordt gepresenteerd;
- tegenstrijdige informatie structureel buiten beschouwing blijft;
- dat narratief gevolgen heeft voor de voormalige partner of kinderen.
Dan mag kritisch worden gevraagd of nog sprake is van een open beoordeling.
Niet omdat bewezen is dat de oorspronkelijke beslissing verkeerd was.
Maar omdat de conclusie niet opnieuw wordt getoetst terwijl de beschikbare informatie veranderd is.
Kritische vragen voor zelfonderzoek
- Welke problemen heeft de eerdere relatietherapie daadwerkelijk onderzocht?
- Wisten de betrokken therapeuten wat PEM en POTS inhielden?
- Waren cognitieve klachten en ernstige vermoeidheid bekend?
- Is onderzocht wat emotionele en cognitieve belasting met het functioneren deed?
- Is de feitelijke taakverdeling binnen het gezin in kaart gebracht?
- Is onderzocht waarom één partner veel werkte?
- Is mantelzorg als afzonderlijke belasting erkend?
- Is bekeken hoeveel draagkracht beide partners nog hadden?
- Werden ruzies behandeld als oorzaak, of is ook onderzocht waardoor zij ontstonden?
- Zijn beide perspectieven gelijkwaardig onderzocht?
- Werd therapie gestart om het huwelijk te onderzoeken of om een reeds genomen beslissing te begeleiden?
- Welke mogelijkheden voor herstel zijn daadwerkelijk geprobeerd?
- Welke mogelijkheden zijn besproken maar nooit uitgevoerd?
- Welke kennis is pas na de scheiding beschikbaar gekomen?
- Zou die kennis destijds tot andere therapeutische vragen hebben geleid?
- Waarom mag nieuwe informatie het eerdere oordeel wel of niet veranderen?
Is niet opnieuw willen onderzoeken een vrije, geïnformeerde keuze of speelt het vermijden van emotionele belasting mogelijk mee?
- Welke informatie zou het bestaande narratief kunnen tegenspreken?
- Wordt die informatie serieus onderzocht?
- Is het eerdere therapeutische traject later stelliger geïnterpreteerd dan de therapeut zelf ooit heeft geconcludeerd?
- Welke rol speelt een nieuwe relatie in de bereidheid om terug te kijken?
- Zou dezelfde keuze worden gemaakt wanneer er géén nieuwe partner aanwezig was?
- Worden aan de nieuwe partner aanpassingen gevraagd die nooit met de voormalige partner zijn geprobeerd?
- Wat betekent dat voor de eerdere conclusie dat samenleven niet mogelijk was?
- Welke erkenning verdient de voormalige partner, ook wanneer geen hereniging plaatsvindt?
- Welke ervaringen en behoeften hebben de kinderen?
- Is het huidige verhaal breed genoeg om ook hun werkelijkheid te bevatten?
- Kan iemand zeggen: “Ik wist toen niet wat ik nu weet” zonder dit onmiddellijk als nederlaag te ervaren?
De belangrijkste conclusie
Een mislukt therapeutisch traject bewijst dat een relatie op dat moment niet voldoende geholpen is door dát traject. Het bewijst niet automatisch dat iedere mogelijke vorm van herstel onmogelijk was.
Wanneer essentiële onderliggende factoren — zoals chronische ziekte, PEM, POTS, cognitieve belasting, mantelzorg, financiële druk en verlies van draagkracht — onvoldoende bekend of onderzocht waren, is professionele bescheidenheid noodzakelijk.
Een latere therapeut die deze lagen wél onderzoekt, kan evenmin garanderen dat een huwelijk gered kan worden. Maar die kan wel een completer onderzoek mogelijk maken.
En wanneer zo'n onderzoek wordt afgewezen, mag dat besluit worden gerespecteerd,
terwijl tegelijkertijd één kritische waarheid overeind blijft:
Niet willen heronderzoeken is een keuze. Het is geen bewijs dat er niets meer te onderzoeken was.
Ook een nieuwe relatie verandert dat onderscheid niet.
Zelfreflectie verlangt uiteindelijk niet dat iemand terugkomt op ieder besluit. Zij verlangt dat iemand nieuwe informatie durft toe te laten, eerdere aannames opnieuw kan wegen en onderscheid blijft maken tussen “zo heb ik het ervaren”, “zo hebben wij het destijds begrepen” en “dit is aantoonbaar de volledige verklaring.”
Dat onderscheid is belangrijk voor de chronisch zieke persoon, de voormalige partner, professionals en vooral voor kinderen die nog jarenlang met de gevolgen én de verhalen rondom een scheiding verder leven.
Nederlandse professionele ondersteuning
Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie (NVRG)
Beschrijft systeemtherapie als een benadering waarin problemen worden bekeken in samenhang met relaties en omstandigheden, waaronder lichamelijke aandoeningen.
Wat is systeemtherapie?
C-support
Professionele informatie over PEM en POTS en over de mogelijke verergering van vermoeidheid en cognitieve klachten na lichamelijke, cognitieve of emotionele belasting.
Wat is PEM, POTS en MCAS?
MIND Hulplijn
Beschrijft hoe partners kunnen vastlopen in terugkerende negatieve relatiepatronen en hoe deze tot steeds meer ruzie, verwijdering en het gevoel alleen te staan kunnen leiden.
Relatieproblemen: negatieve patronen doorbreken
Nederlands Jeugdinstituut (NJi)
Beschrijft samenwerking, communicatie, wederzijds respect en aandacht voor de belangen van kinderen als belangrijke factoren rond ouderschap na een scheiding.
Ouderschap na scheiding
Nederlands Jeugdinstituut – Richtlijn Scheiding
Professionele richtlijn over de gevolgen van scheiding, risicofactoren, samenwerking en passende interventies voor kinderen en ouders.
Richtlijn Scheiding voor jeugdhulp en jeugdbescherming
Universiteit Leiden
Bespreekt vanuit psychologisch onderzoek hoe mensen informatie die bestaande overtuigingen bevestigt gemakkelijker kunnen toelaten dan informatie die daarmee botst, in relatie tot cognitieve dissonantie en informatielussen.
Universiteit Leiden – Het recht van de toekomst