Welkom 
 

COPD

COPD is een chronische aandoening van de longen waarbij de luchtwegen blijvend vernauwd zijn en het longweefsel beschadigd kan raken. Hierdoor wordt het moeilijker om lucht uit te ademen. Mensen met COPD kunnen last hebben van benauwdheid, hoesten, slijm, vermoeidheid en een verminderde conditie.
De afkorting COPD komt van de Engelse naam Chronic Obstructive Pulmonary Disease. In het Nederlands betekent dit chronische obstructieve longziekte. COPD kan niet worden genezen. Met de juiste behandeling en aanpassingen in het dagelijks leven kunnen klachten wel worden verminderd en kan verdere achteruitgang zoveel mogelijk worden afgeremd.

Wat gebeurt er in de longen?
Bij het ademhalen stroomt lucht via de luchtpijp en de vertakkingen van de luchtwegen naar de longblaasjes. In de longblaasjes wordt zuurstof opgenomen en koolstofdioxide afgegeven.
Bij COPD zijn de luchtwegen langdurig ontstoken. De wanden van de luchtwegen kunnen dikker worden, de luchtwegen worden nauwer en er kan meer slijm worden geproduceerd. Daarnaast kunnen de longblaasjes beschadigd raken en minder veerkrachtig worden.
Vooral het uitademen wordt hierdoor moeilijker. Er kan lucht in de longen achterblijven, waardoor iemand het gevoel krijgt niet volledig te kunnen uitademen. Bij ernstigere COPD kan ook de uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide minder goed verlopen. De beschadiging die eenmaal is ontstaan, verdwijnt meestal niet meer.

Chronische bronchitis en longemfyseem
De begrippen chronische bronchitis en longemfyseem worden vaak in verband gebracht met COPD.
Bij chronische bronchitis zijn de luchtwegen langdurig ontstoken. Hierdoor ontstaat vaak extra slijm en moet iemand regelmatig hoesten.
Bij longemfyseem zijn vooral de longblaasjes beschadigd. De longblaasjes verliezen hun stevigheid en kunnen samenvloeien tot grotere, minder goed werkende ruimtes. Hierdoor wordt het beschikbare oppervlak voor de uitwisseling van zuurstof kleiner.
Een persoon met COPD kan voornamelijk kenmerken van chronische bronchitis hebben, voornamelijk longemfyseem of een combinatie van beide.
Klachten bij COPD
De klachten verschillen per persoon. Sommige mensen hebben lange tijd weinig klachten, terwijl anderen duidelijk worden beperkt in hun dagelijkse activiteiten.

Veelvoorkomende klachten zijn:

  • Kortademigheid, vooral bij inspanning;
  • Een benauwd of drukkend gevoel op de borst;
  • Langdurig hoesten;
  • Slijm ophoesten;
  • Een piepende of brommende ademhaling;
  • Sneller vermoeid raken;
  • Een afnemende conditie;
  • Minder spierkracht;
  • Moeite met traplopen, wandelen of fietsen;
  • Langer moeten herstellen na lichamelijke inspanning.

In een verder gevorderd stadium kan iemand ook bij lichte inspanning of in rust benauwd worden. Aankleden, douchen, boodschappen doen, eten bereiden en huishoudelijk werk kunnen dan steeds meer energie kosten.

Waardoor ontstaat COPD?
Roken is de belangrijkste risicofactor voor COPD. Tabaksrook bevat schadelijke stoffen die de luchtwegen en longblaasjes langdurig kunnen irriteren en beschadigen. 

Het risico neemt toe naarmate iemand langer en meer heeft gerookt.
COPD kan ook ontstaan bij mensen die nooit hebben gerookt. 

Andere mogelijke oorzaken en risicofactoren zijn:

  • Langdurig meeroken;
  • Blootstelling aan fijnstof en luchtverontreiniging;
  • Langdurige blootstelling aan stof, rook, dampen, gassen of chemische stoffen tijdens het werk;
  • Veelvuldige blootstelling aan houtrook of andere verbrandingsrook;
  • Een erfelijk tekort aan het eiwit alfa-1-antitrypsine;
  • Een minder goede ontwikkeling van de longen rond de geboorte of in de jeugd;
  • Langdurig of onvoldoende behandeld astma.

Niet iedereen die rookt krijgt COPD. Erfelijke aanleg, de totale blootstelling aan schadelijke stoffen en de gevoeligheid van de longen spelen eveneens een rol.

Hoe wordt COPD vastgesteld?
COPD wordt niet alleen vastgesteld op basis van hoesten of benauwdheid. Deze klachten kunnen namelijk ook bij andere aandoeningen voorkomen.
De huisarts vraagt onder andere naar de klachten, het rookverleden, het werk, medicijngebruik en de invloed van de klachten op het dagelijks leven. Daarna wordt meestal een longfunctietest uitgevoerd. Deze test wordt ook spirometrie of een blaastest genoemd.

Tijdens de test wordt gemeten:

  • Hoeveel lucht iemand maximaal kan uitademen;
  • Hoeveel lucht iemand in de eerste seconde krachtig kan uitblazen;
  • Of de luchtwegen na het inademen van een luchtwegverwijder duidelijk wijder worden.

De uitslag laat zien of sprake is van een blijvende vernauwing van de luchtwegen. Soms is aanvullend onderzoek nodig, zoals bloedonderzoek, een longfoto, een CT-scan, een inspanningstest of onderzoek door een longarts. Een gewone longfoto is op zichzelf niet voldoende om COPD vast te stellen.

Het verloop van COPD
COPD is een blijvende aandoening, maar het verloop is niet bij iedereen hetzelfde. Sommige mensen blijven jarenlang redelijk stabiel. Bij anderen nemen de klachten sneller toe.

Het verloop wordt onder andere beïnvloed door:

  • Blijven roken of stoppen met roken;
  • De ernst van de longbeschadiging;
  • Het aantal longaanvallen;
  • De lichamelijke conditie;
  • Spierkracht en voedingstoestand;
  • Het juiste gebruik van medicijnen;
  • Andere aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten, diabetes of osteoporose;
  • Blootstelling aan rook, fijnstof en andere prikkelende stoffen.

Benauwdheid kan ertoe leiden dat iemand minder gaat bewegen. Hierdoor neemt de conditie af en worden de spieren zwakker. Inspanning kost vervolgens nog meer moeite, waardoor iemand opnieuw minder gaat bewegen. Dit kan een zichzelf versterkende achteruitgang veroorzaken.
Daarom is verantwoord blijven bewegen een belangrijk onderdeel van de behandeling, ook wanneer bewegen enige benauwdheid veroorzaakt.

Behandeling van COPD
COPD kan niet worden genezen. De behandeling is gericht op het verminderen van klachten, het behouden van conditie, het voorkomen van longaanvallen en het afremmen van verdere beschadiging.

Stoppen met roken
Voor iemand die rookt is stoppen met roken de belangrijkste behandeling. Hierdoor verdwijnt de bestaande longschade niet, maar wordt nieuwe schade door tabaksrook zoveel mogelijk beperkt. Stoppen kan daardoor de achteruitgang van de longfunctie vertragen.
Professionele begeleiding, nicotine vervangende middelen of medicijnen kunnen helpen om te stoppen en het stoppen vol te houden.

Medicijnen om in te ademen
Veel mensen met COPD gebruiken inhalatiemedicijnen. Luchtwegverwijders ontspannen de spieren rond de luchtwegen, waardoor de luchtwegen wijder worden en het ademen gemakkelijker kan worden.
Sommige luchtwegverwijders werken snel en kort. Andere werken langer en worden dagelijks gebruikt. Bij bepaalde patiënten kan daarnaast een inhalatiecorticosteroïd worden voorgeschreven. Dit is een ontstekingsremmer die vooral wordt ingezet wanneer iemand regelmatig longaanvallen heeft.

Medicijnen genezen de beschadigde longen niet.                                                                                                                                                                                                                                                                                              

Ze kunnen de klachten verminderen en bij de juiste patiënt de kans op nieuwe longaanvallen verkleinen. Een goede inhalatietechniek is daarbij essentieel.

Bewegen en longrevalidatie
Regelmatig bewegen helpt om de conditie en spierkracht zo goed mogelijk te behouden. 

Wandelen, fietsen, zwemmen en aangepaste krachttraining kunnen geschikt zijn. 

De hoeveelheid beweging moet worden afgestemd op de belastbaarheid van de persoon.

Een fysiotherapeut of oefentherapeut kan helpen bij:

  • Het opbouwen van conditie;
  • Het versterken van de spieren;
  • Ademhalingstechnieken;
  • Het ophoesten van slijm;
  • Het leren omgaan met benauwdheid;
  • Het verdelen van activiteiten en rust.

Bij ernstigere klachten kan longrevalidatie worden aangeboden. Hierbij werken verschillende zorgverleners samen aan conditie, ademhaling, voeding, medicijngebruik en het omgaan met de gevolgen van COPD.

Voeding en lichaamsgewicht
Zowel ondergewicht als overgewicht kan bij COPD problemen veroorzaken.
Bij ondergewicht kan spiermassa verloren gaan. Hierdoor worden ook de ademhalingsspieren zwakker en neemt de belastbaarheid af. Bij overgewicht moet het lichaam extra gewicht verplaatsen, waardoor bewegen en ademen meer inspanning kunnen kosten.
Een diëtist kan helpen om voldoende energie, eiwitten en voedingsstoffen binnen te krijgen en een passend lichaamsgewicht te bereiken of te behouden.

Prikkelende stoffen vermijden
Tabaksrook, houtrook, fijnstof, sterke geuren, verflucht, dampen en bak- of braadlucht kunnen de luchtwegen prikkelen en de benauwdheid verergeren.
Goed ventileren, niet roken in huis, een goede afzuiging tijdens het koken en het beperken van contact met irriterende stoffen kunnen helpen. 

Bij blootstelling tijdens het werk kan overleg met de werkgever, bedrijfsarts of arbeidshygiënist nodig zijn.

Vaccinaties

Mensen met COPD kunnen ernstiger ziek worden van griep of andere luchtweginfecties. Daarom kunnen onder andere de jaarlijkse griepvaccinatie en, wanneer iemand daarvoor in aanmerking komt, een vaccinatie tegen pneumokokken worden geadviseerd. De huisarts beoordeelt welke vaccinaties passend zijn.

Zuurstofbehandeling
Zuurstof wordt niet automatisch gegeven omdat iemand benauwd is. Langdurige zuurstofbehandeling wordt alleen voorgeschreven wanneer uit onderzoek blijkt dat het zuurstofgehalte in het bloed blijvend te laag is.

De hoeveelheid zuurstof en het aantal uren per dag worden door een arts vastgesteld

Te veel of verkeerd gebruikte zuurstof kan bij sommige mensen met ernstige COPD schadelijk zijn. 

Zuurstof mag daarom alleen volgens medisch voorschrift worden gebruikt.

Wat is een longaanval?
Bij een longaanval worden de normale COPD-klachten binnen één of enkele dagen duidelijk erger. Een longaanval wordt ook wel een exacerbatie genoemd.
Mogelijke signalen zijn:

  • Veel meer benauwdheid dan normaal;
  • Duidelijk meer hoesten;
  • Meer of taaier slijm;
  • Een andere kleur van het slijm;
  • Minder kunnen bewegen of uitvoeren dan normaal;
  • Sneller uitgeput raken;
  • Koorts of andere tekenen van een luchtweginfectie.


Een longaanval kan worden veroorzaakt door een virus, een bacterie, luchtverontreiniging of andere prikkels. Soms blijft de oorzaak onbekend. Een ernstige longaanval kan extra longschade veroorzaken en het herstel kan weken tot maanden duren.
De huisarts kan bij een longaanval tijdelijk extra inhalatiemedicijnen, prednisolon en in bepaalde situaties antibiotica voorschrijven. Soms is behandeling in het ziekenhuis nodig.
Een persoonlijk longaanval-actieplan helpt iemand om verslechtering sneller te herkennen en te weten welke stappen moeten worden genomen.

De gevolgen voor het dagelijks leven
COPD heeft niet alleen lichamelijke gevolgen. De aandoening kan ook invloed hebben op werk, relaties, sociale contacten en zelfstandigheid.
Mensen kunnen activiteiten gaan vermijden uit angst voor benauwdheid. Zij kunnen zich afhankelijk voelen van anderen of zich schamen voor hoesten, slijm of het gebruik van zuurstof. 

Langdurige benauwdheid en beperkingen kunnen daarnaast gevoelens van angst, somberheid, frustratie of machteloosheid veroorzaken.
Ook naasten kunnen worden belast. Zij nemen soms meer huishoudelijke taken of persoonlijke zorg over en kunnen bezorgd raken over een mogelijke longaanval. 

Open communicatie en duidelijke afspraken met zorgverleners kunnen helpen om de ziekte beter hanteerbaar te maken.

Wanneer medische hulp inschakelen?
Neem direct contact op met de huisarts of huisartsen-spoedpost wanneer:

  • De benauwdheid plotseling duidelijk erger is;
  • Iemand veel meer hoest dan normaal;
  • Er plotseling veel meer slijm wordt opgehoest;
  • De klachten binnen één of enkele dagen snel toenemen;
  • De gebruikelijke medicijnen onvoldoende helpen.

Bel direct 112 wanneer iemand bijna geen adem meer krijgt, uitgeput raakt door het ademen, suf of moeilijk aanspreekbaar wordt of wanneer de huid of lippen blauw-paars verkleuren.

Conclusie
COPD is een chronische longziekte waarbij de luchtwegen blijvend vernauwd zijn en de longen beschadigd kunnen zijn. De ziekte kan niet worden genezen, maar behandeling kan wel een groot verschil maken.
Stoppen met roken, correct medicijngebruik, verantwoord bewegen, gezonde voeding, het vermijden van schadelijke prikkels en het snel herkennen van een longaanval zijn belangrijke onderdelen van de zorg. Hoe eerder COPD wordt herkend en behandeld, hoe beter iemand kan werken aan het behouden van conditie, zelfstandigheid en kwaliteit van leven.
Deze informatie is algemeen en vervangt geen onderzoek, diagnose of persoonlijk behandeladvies van een huisarts, praktijkondersteuner of longarts.

Professionele informatie
Deze uitleg sluit aan bij informatie en richtlijnen van:

Thuisarts – COPD, ontwikkeld door het Nederlands Huisartsen Genootschap;
NHG-Standaard COPD;
Longfonds – COPD;
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en Volksgezondheid en Zorg – COPD.