Welkom 
 

Stervensfase II

De stervensfase is de laatste periode van iemands leven. 

Bij de meeste mensen duurt deze fase enkele dagen tot ongeveer één à twee weken, al kan dit per persoon verschillen. Het lichaam bereidt zich geleidelijk voor op het overlijden. Organen gaan steeds minder goed functioneren en de behoefte aan eten, drinken en bewegen neemt af. Dit is een natuurlijk onderdeel van het stervensproces.

Niet iedereen doorloopt de stervensfase op dezelfde manier. 

De klachten en veranderingen hangen af van de onderliggende ziekte, de lichamelijke conditie en de leeftijd van de persoon. Toch zijn er verschillende veranderingen die zorgprofessionals regelmatig herkennen.

Minder eten en drinken
Een van de eerste veranderingen is dat iemand steeds minder behoefte krijgt aan eten en drinken. Dit komt doordat het lichaam minder energie nodig heeft en de organen langzamer gaan werken. Familie vindt dit vaak moeilijk om te zien, maar volgens Nederlandse professionals is dit meestal een normaal onderdeel van het natuurlijke stervensproces. Het lichaam vraagt simpelweg minder voeding en vocht.

Meer slapen en minder energie
Tijdens de stervensfase slapen veel mensen steeds meer. Ze worden sneller moe, hebben weinig energie en zijn vaak nog maar korte momenten wakker. Het kost steeds meer moeite om te praten, rechtop te zitten of te bewegen. Uiteindelijk brengen veel mensen het grootste deel van de dag slapend of rustend door.

Minder contact met de omgeving
Naarmate het overlijden dichterbij komt, reageren veel mensen minder op hun omgeving. Gesprekken worden korter, iemand sluit vaker de ogen of lijkt diep te slapen. Dat betekent niet altijd dat iemand niets meer hoort. Nederlandse zorgprofessionals adviseren daarom om rustig te blijven praten, een hand vast te houden of aanwezig te zijn. Het gehoor kan namelijk langer intact blijven dan andere zintuigen.

Veranderingen in de ademhaling
De ademhaling verandert vaak in de laatste dagen of uren. Er kunnen korte pauzes tussen de ademhalingen ontstaan of de ademhaling wordt onregelmatig. Soms klinkt de ademhaling zwaarder of ontstaat een reutelend geluid doordat slijm zich ophoopt in de keel. Dit klinkt voor naasten vaak ernstig, maar veroorzaakt meestal geen benauwdheid of pijn bij de stervende zelf.

Veranderingen van de huid
Doordat de bloedsomloop steeds minder goed werkt, voelen handen, voeten en benen vaak koud aan. De huid kan bleek, blauwachtig of gevlekt worden. Dit zijn normale veranderingen die aangeven dat het lichaam zich geleidelijk afsluit.

Minder plassen en ontlasting
De nieren gaan minder goed functioneren. Hierdoor produceert het lichaam minder urine, die vaak donkerder van kleur wordt. Ook de darmen werken langzamer, waardoor ontlasting minder vaak voorkomt.

Verwardheid en onrust
Sommige mensen worden in de laatste levensfase tijdelijk verward of onrustig. Dit wordt soms veroorzaakt door de ziekte zelf, veranderingen in de hersenen, uitdroging, medicijnen of een tekort aan zuurstof. Zorgverleners beoordelen steeds waardoor deze onrust ontstaat en proberen de klachten zoveel mogelijk te verminderen.

Comfort staat centraal
Tijdens de stervensfase verschuift de zorg volledig naar comfort. Verzorgenden, verpleegkundigen en de specialist ouderengeneeskunde controleren regelmatig of iemand pijn heeft, benauwd is of zich onrustig voelt. Zo nodig worden medicijnen aangepast of andere maatregelen genomen om klachten te verlichten. Ook goede mondverzorging, een comfortabele houding in bed, rust en de aanwezigheid van naasten dragen bij aan het comfort.

Ondersteuning van familie
De stervensfase is niet alleen ingrijpend voor de oudere, maar ook voor familie en vrienden. Zorgverleners geven uitleg over de veranderingen die optreden, beantwoorden vragen en begeleiden naasten tijdens deze emotionele periode. Hierdoor weten familieleden beter wat zij kunnen verwachten en begrijpen zij dat veel lichamelijke veranderingen een normaal onderdeel zijn van het natuurlijke stervensproces.