Palliatieve zorg thuis en in het verpleeghuis
Palliatieve zorg kan zowel thuis als in een verpleeghuis worden verleend. In beide situaties staat niet de genezing van de ziekte centraal, maar het behouden van de best mogelijke kwaliteit van leven. De zorg is erop gericht om lichamelijke klachten te verlichten, emotionele en sociale ondersteuning te bieden en de oudere zoveel mogelijk comfort, rust en waardigheid te geven.
Veel ouderen geven er de voorkeur aan om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen.
Met ondersteuning van de huisarts, wijkverpleegkundige, thuiszorg, mantelzorgers en – indien nodig – een gespecialiseerd palliatief team is dit vaak mogelijk. Samen zorgen zij ervoor dat klachten tijdig worden herkend, behandeld en regelmatig worden geëvalueerd. Ook wordt gekeken naar de veiligheid van de thuissituatie, de belasting van mantelzorgers en de vraag of de benodigde zorg nog verantwoord thuis kan worden gegeven.
Naarmate een ziekte vordert, kan de zorgvraag toenemen. Sommige ouderen hebben uiteindelijk dag en nacht zorg, intensieve verpleegkundige handelingen of specialistische medische begeleiding nodig. Wanneer deze zorg thuis niet langer haalbaar of verantwoord is, kan een opname in een verpleeghuis noodzakelijk worden. Dit betekent niet dat de zorg verandert van doel, maar dat deze in een andere omgeving wordt voortgezet.
In een verpleeghuis is 24 uur per dag professionele zorg beschikbaar.
Verzorgenden, verpleegkundigen, de specialist ouderengeneeskunde en andere disciplines werken nauw samen om de zorg voortdurend af te stemmen op de gezondheidstoestand van de bewoner. Indien nodig worden ook een fysiotherapeut, ergotherapeut, psycholoog, diëtist, logopedist, geestelijk verzorger of maatschappelijk werker betrokken. Door deze multidisciplinaire samenwerking kunnen veranderingen in de gezondheid snel worden opgemerkt en kan de behandeling direct worden aangepast.
Naast medische en verpleegkundige zorg is er veel aandacht voor de persoonlijke wensen van de bewoner.
Er wordt rekening gehouden met het dagritme, voeding, pijnbeleving, geloof of levensovertuiging, sociale contacten, privacy en de aanwezigheid van familie. Ook worden wensen rondom het levenseinde tijdig besproken, zodat zorg en behandeling zoveel mogelijk aansluiten bij wat de oudere zelf belangrijk vindt.