Wanneer een scheiding de relatie beëindigt, maar ziekte, zorg en verbondenheid blijven bestaan
Een scheiding kan een partnerrelatie juridisch en praktisch beëindigen. Daarmee verdwijnen echter niet automatisch de geschiedenis, liefde, gezinsbanden, zorgen, verantwoordelijkheden en gevolgen van chronische ziekte.
Dat wordt aanzienlijk ingewikkelder wanneer ziekte al vóór de scheiding een grote rol speelde.
Soms ontstaat dan een paradoxale situatie: twee mensen gaan uit elkaar omdat hun relatie als onhoudbaar is gaan voelen, terwijl achter die relatieproblemen meerdere lichamelijke, cognitieve, emotionele en systemische processen kunnen hebben gelegen die nooit volledig zijn onderzocht.
Daarbij kan draagkracht een veel grotere rol spelen dan op het eerste gezicht zichtbaar is.
Bij chronische aandoeningen kunnen bovendien verschillende klachten naast elkaar voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan PEM, POTS, cognitieve klachten en in sommige ziektebeelden ook MCAS.
Deze verschijnselen zijn niet hetzelfde en mogen niet op één hoop worden gegooid, maar ze kunnen ieder afzonderlijk of gecombineerd de lichamelijke en cognitieve belastbaarheid van iemand beïnvloeden.
De vraag is dan niet alleen:
Waarom gingen twee mensen uit elkaar?
Maar ook:
Wat konden deze twee mensen op dat moment lichamelijk, cognitief en emotioneel eigenlijk nog dragen?
Dat is een wezenlijk andere vraag.
Het betekent niet automatisch dat een scheiding een verkeerde beslissing was.
Wel betekent het dat de verklaring “de relatie werkte niet meer” soms onvoldoende kan zijn om te begrijpen waarom twee mensen die jarenlang van elkaar hielden en samen een gezin vormden zo ver uit elkaar kwamen te staan.
Draagkracht kan een ontbrekende laag zijn
Draagkracht is geen vaststaand persoonlijk kenmerk.
Wat iemand aankan, wordt beïnvloed door onder meer gezondheid, slaap, werk, zorgen, lichamelijke klachten, stress, opvoeding, mantelzorg, financiële druk, conflicten en herstelmogelijkheden.
Wanneer iemand langdurig meer moet dragen dan waarvoor lichamelijk en emotioneel ruimte bestaat, kunnen communicatie, geduld, concentratie en beschikbaarheid onder druk komen te staan.
MantelzorgNL beschrijft bijvoorbeeld dat het zorgen voor iemand de relatie kan veranderen, dat rollen verschuiven en dat grenzen noodzakelijk zijn om overbelasting te voorkomen.
Daarmee ontstaat een belangrijke vraag bij relaties waarin chronische ziekte aanwezig is:
Is onderzocht of de relatie zelf onhoudbaar was, of waren één of beide partners op dat moment niet langer in staat alles rondom die relatie te dragen?
Dat verschil kan groot zijn.
Een breuk uitspreken betekent niet noodzakelijk dat de liefde verdwenen is
Tijdens een langdurige relatie kunnen momenten voorkomen waarop iemand zegt:
“Ik kan niet meer.”
“Misschien moeten we stoppen.”
“Ik trek dit niet meer.”
“Ik wil weg.”
Van buitenaf kan zo'n uitspraak gemakkelijk worden geïnterpreteerd als:
De liefde is weg.
Maar dat hoeft niet noodzakelijk te zijn wat iemand probeert uit te drukken.
Soms is de werkelijke boodschap:
Ik weet niet meer hoe ik dit allemaal moet dragen.
Iemand kan nog veel van zijn partner houden en tegelijkertijd aan het einde van zijn draagkracht zitten.
Dat maakt eerdere breukmomenten belangrijk om zorgvuldig te onderzoeken.
Niet alleen wat iemand zei, maar ook wat eraan voorafging;
- hoe gezond beide partners waren;
- hoeveel belasting aanwezig was;
- welke ruzies eraan voorafgingen;
- welke angst bestond;
- hoe goed gevoelens konden worden uitgesproken;
- of iemand daadwerkelijk wilde vertrekken;
- of iemand eigenlijk wilde dat de situatie veranderde;
- en of er professionele hulp is aangeboden om juist de draagkracht en onderliggende oorzaken te onderzoeken.
Wanneer dat nooit gebeurt
Kan jaren later een uitspraak als “ik wil stoppen” als bewijs worden gebruikt dat iemand de relatie kennelijk toen al niet meer wilde.
Dat kan een verkeerde vereenvoudiging zijn.
Wanneer open communiceren steeds moeilijker wordt
Een andere laag kan communicatie zijn.
Een partner kan bijvoorbeeld gevoelens inslikken omdat deze bang is dat een moeilijk gesprek opnieuw ruzie veroorzaakt.
Dat betekent niet automatisch dat de andere partner gevaarlijk of agressief is.
Angst voor escalatie kan ook ontstaan doordat eerdere gesprekken snel emotioneel werden, beide partners uitgeput waren of gesprekken telkens vastliepen.
Er kan dan een patroon ontstaan:
Ik voel iets → ik durf het niet goed te vertellen → ik houd het binnen → de spanning groeit → uiteindelijk komt het tijdens een conflict naar buiten → de ander schrikt of verdedigt zich → het conflict escaleert → ik word nog terughoudender om de volgende keer iets te zeggen.
Daarmee kan communicatie zichzelf verslechteren.
De NVRG benadrukt
Vanuit de systeemtherapie juist het belang van onderlinge interactiepatronen en de context waarin mensen betekenis aan elkaars gedrag geven.
De vraag wordt daardoor niet alleen:
Waarom vertelde iemand niet wat hij of zij voelde?
maar ook:
Waarom was er tussen deze twee mensen onvoldoende veiligheid of draagkracht ontstaan om dat gesprek nog goed te kunnen voeren?
Wanneer chronische ziekte mede bepaalt hoe een relatie wordt beleefd
Chronische ziekte beïnvloedt niet alleen het lichaam.
Zij kan ook invloed hebben op energie, concentratie, prikkelverwerking, sociale activiteit, seksualiteit, communicatie, taakverdeling en beschikbaarheid voor partner en gezin.
Dat is onder andere belangrijk bij PEM, POTS, cognitieve klachten en, wanneer daarvan daadwerkelijk sprake is, MCAS.
Deze aandoeningen en verschijnselen veroorzaken niet rechtstreeks een bepaalde relatie-uitkomst.
Ze kunnen echter wel omstandigheden creëren waarin de hoeveelheid energie en ruimte voor relatie, gezin, werk en herstel veel kleiner wordt.
PEM
Post-exertionele malaise (PEM) betekent dat klachten na lichamelijke, cognitieve of emotionele inspanning disproportioneel kunnen toenemen.
C-support noemt onder andere ernstige vermoeidheid, concentratieproblemen, lichamelijke klachten en algehele malaise.
Binnen een relatie kan dat betekenen dat:
- een gesprek dat vroeger gemakkelijk verliep buitengewoon belastend wordt;
- conflicten enorme energie kosten;
- iemand gesprekken gaat vermijden;
- sociale activiteiten verminderen;
- herstel na een drukke gezinsdag nodig is;
- lichamelijke nabijheid afneemt;
- prikkels moeilijker verdragen worden;
- beschikbare energie vooral naar noodzakelijke taken gaat.
De partner kan vervolgens ervaren:
“Je bent er niet meer voor mij.”
Terwijl de chronisch zieke partner ervaart:
“Ik kan gewoon niet meer.”
Beide ervaringen kunnen werkelijk zijn zonder dat één ervan het volledige verhaal vertelt.
POTS
Bij POTS kunnen onder andere duizeligheid, hartkloppingen, vermoeidheid, inspanningsproblemen en cognitieve klachten voorkomen.
C-support beschrijft dat dit het werken, sporten en deelnemen aan sociale activiteiten aanzienlijk kan beperken.
Ook dit gedrag kan relationeel worden geïnterpreteerd.
- Niet meegaan wordt desinteresse.
- Veel liggen wordt passiviteit.
- Een gesprek beëindigen wordt onwil.
- Minder ondernemen wordt verlies van belangstelling.
- Minder intimiteit wordt emotionele afstand.
Terwijl een lichamelijke aandoening mede van invloed kan zijn.
Daarom is het problematisch wanneer gedrag uitsluitend als bewijs over de kwaliteit van een relatie wordt gebruikt zonder de medische context mee te onderzoeken.
MCAS
MCAS staat voor mestcelactivatiesyndroom.
Daarbij raken mestcellen ontregeld geactiveerd en komen stoffen vrij die verschillende klachten kunnen veroorzaken.
C-support beschrijft MCAS als een verzamelnaam voor klachten door ontregelde mestcelactivatie.
In de Nederlandse integrale handreiking voor post-COVID wordt beschreven dat MCAS steeds vaker wordt gezien in samenhang met postinfectieuze aandoeningen, waaronder post-COVID, waarbij mestcelactivatie mogelijk kan bijdragen aan aanhoudende klachten.
Belangrijk is daarbij het woord mogelijk: de kennis hierover is nog in ontwikkeling en MCAS moet niet op basis van losse klachten zelf worden vastgesteld.
Klachten kunnen volgens Nederlandse informatie onder andere bestaan uit:
- huidklachten;
- jeuk;
- roodheid of flushing;
- galbulten;
- maag- en darmklachten;
- long- of luchtwegklachten;
- allergieachtige reacties;
- en soms orthostatische klachten.
C-support beschrijft daarnaast dat reacties kunnen worden uitgelokt door bijvoorbeeld:
- bepaalde voedingsmiddelen;
- allergenen;
- inspanning;
- stress;
- temperatuurveranderingen;
- alcohol;
- cafeïne;
- en andere individueel verschillende prikkels
Dat maakt MCAS relevant voor draagkracht.
Niet omdat MCAS iemand emotioneel laat loskomen of een scheiding veroorzaakt, maar omdat terugkerende en soms moeilijk voorspelbare lichamelijke reacties het dagelijks leven verder kunnen begrenzen.
Iemand moet bijvoorbeeld rekening houden met voeding, temperatuur, inspanning en andere triggers. Activiteiten kunnen aangepast of afgezegd moeten worden.
Een dag die lichamelijk goed begint, hoeft niet noodzakelijk zo te eindigen.
Wanneer tegelijkertijd PEM, POTS of andere cognitieve en lichamelijke klachten aanwezig zijn, kunnen verschillende beperkingen elkaar in het dagelijkse functioneren bovendien overlappen.
Dat kan de beschikbare draagkracht verder verkleinen.
Wat kan MCAS relationeel betekenen?
Ook hier bestaat het risico dat lichamelijke begrenzing relationeel wordt uitgelegd.
Niet mee uit eten gaan kan worden ervaren als:
“Je wilt nooit meer iets samen doen.”
Terwijl voeding of reacties een probleem kunnen vormen.
Een activiteit afzeggen kan worden ervaren als:
“Voor andere dingen kun je blijkbaar wel energie maken.”
Terwijl het lichamelijke klachtenpatroon kan wisselen.
Niet naar een warme of drukke omgeving willen kan worden gezien als:
“Je zondert je af.”
Terwijl warmte of andere prikkels klachten kunnen uitlokken.
Extra voorzichtig omgaan met voeding kan voor een partner overkomen als ingewikkeld of controlerend gedrag.
Regelmatig rust nodig hebben kan als afstand worden ervaren.
Stress willen verminderen kan worden opgevat als:
“Ik ben blijkbaar degene die stress veroorzaakt.”
Maar ook dan geldt:
een lichamelijke reactie en de relationele betekenis die partners daaraan geven, zijn twee verschillende zaken.
Juist daarom kan MCAS, wanneer het daadwerkelijk aanwezig is of medisch wordt vermoed, een relevante laag zijn in het onderzoek naar draagkracht en dagelijks functioneren.
PEM, POTS en MCAS kunnen verschillende processen zijn die tegelijk belasting geven
PEM, POTS en MCAS moeten niet als synoniemen worden gebruikt.
- Bij PEM staat de disproportionele verergering van klachten na lichamelijke, cognitieve of emotionele belasting centraal.
- Bij POTS spelen problemen rond houding en het autonome zenuwstelsel een belangrijke rol, waarbij onder meer een sterke stijging van de hartslag en klachten bij rechtop zijn kunnen optreden.
- Bij MCAS staan klachten door mestcelactivatie centraal.
Maar voor een gezin kunnen de praktische gevolgen elkaar raken:
minder belastbaarheid → meer noodzaak tot plannen → vaker activiteiten aanpassen → meer taken bij de partner → minder spontaniteit → meer herstelmomenten → minder gezamenlijke ruimte → grotere kans op misinterpretatie → meer spanning → opnieuw minder draagkracht.
Dat is geen bewijs dat ziekte de relatie heeft veroorzaakt.
Het laat zien hoe verschillende processen systemisch op elkaar kunnen inwerken.
En dan is er cognitieve dissonantie
Cognitieve dissonantie is iets anders dan PEM, POTS of MCAS.
Het is geen symptoom van deze aandoeningen.
Het is een algemeen psychologisch verschijnsel waarbij spanning ontstaat wanneer overtuigingen, gevoelens en gedrag niet goed met elkaar overeenkomen.
Bijvoorbeeld:
“Ik houd van mijn partner, maar ik kan dit leven niet meer dragen.”
“Wij hadden een warm gezin, maar thuis ervaar ik steeds meer spanning.”
“Ik heb besloten weg te gaan, maar ik mis mijn gezin.”
“Ik wil rust, maar mijn beslissing veroorzaakt verdriet bij mensen van wie ik houd.”
“Ik heb een nieuwe relatie, maar er bestaan nog gevoelens en verantwoordelijkheden uit mijn oude gezin.”
Mensen hebben van nature behoefte aan samenhang in wat zij voelen, denken en doen.
Daarom kunnen gebeurtenissen steeds meer worden geïnterpreteerd vanuit het verhaal dat de tegenstrijdigheid het beste oplost.
Dat betekent nadrukkelijk niet dat iemand liegt.
Het betekent evenmin dat herinneringen verzonnen zijn.
Het betekent dat betekenisgeving kan veranderen.
Wanneer iemand tijdens de relatie gevoelens voor een ander krijgt
Hier ligt een bijzonder gevoelige laag.
Een partner die lichamelijk, relationeel of emotioneel overbelast is, kan merken dat hij of zij gevoelens ontwikkelt voor iemand anders.
Daaruit mag niet worden geconcludeerd:
De chronische ziekte heeft verliefdheid veroorzaakt.
Daarvoor bestaat geen dergelijke eenvoudige causale relatie.
Maar omstandigheden kunnen wel relevant zijn.
Wanneer iemand langdurig weinig draagkracht heeft, thuis vooral belasting ervaart en ergens anders spontaniteit, rust, erkenning, aandacht of onbevangen contact ervaart, kan het contrast groot worden.
Aantrekkingskracht voor iemand anders kan dan óók iets zichtbaar maken over wat iemand op dat moment mist, nodig heeft of emotioneel ervaart.
Daar hoeft vervolgens helemaal niets mee gedaan te worden.
Iemand kan juist schrikken:
- Waarom gebeurt dit?
- Ik houd toch van mijn partner?
- Wat zegt dit over mij?
- Betekent dit dat mijn relatie voorbij is?
- Of vertelt het mij dat ik ergens iets tekortkom of volledig overbelast ben?
Dat zijn verschillende mogelijke verklaringen.
Verliefdheid op een ander is daarom niet automatisch bewijs dat de oorspronkelijke liefde verdwenen is.
Juist eerlijk vertellen kan later paradoxaal tegen iemand gaan werken
Stel dat iemand van die gevoelens schrikt, zich ervoor schaamt en juist besluit er eerlijk over te zijn tegenover de partner.
Dat kan bedoeld zijn als openheid:
“Er gebeurt iets met mij wat ik zelf niet begrijp en ik wil hierover niet liegen.”
De andere partner kan het echter heel anders ervaren:
“Jij wilde toen blijkbaar al iemand anders.”
Dat is begrijpelijk, omdat dergelijke informatie emotioneel pijnlijk kan zijn.
Maar daarmee zijn intentie, ervaring en latere interpretatie niet noodzakelijk hetzelfde.
Jaren later kan zo'n gebeurtenis binnen een scheidingsverhaal opnieuw betekenis krijgen:
“Zie je wel, er waren toen al problemen.”
“Mijn partner wilde mij toen eigenlijk al niet meer.”
“De relatie was dus toen al slecht.”
Terwijl de andere partner diezelfde gebeurtenis mogelijk beleefde als:
“Ik raakte overbelast, begreep mezelf niet meer, schrok van mijn gevoelens, heb er niets mee gedaan en heb ze juist eerlijk verteld omdat ik onze relatie belangrijk vond.”
Hetzelfde historische feit kan dus in twee verschillende verhalen terechtkomen.
Geheugen is geen videoregistratie
Ook dit verdient voorzichtigheid.
Psychologisch onderzoek naar geheugen laat zien dat autobiografische herinneringen geen letterlijke video-opnames van het verleden zijn.
Mensen bewaren gebeurtenissen, maar interpreteren die vanuit kennis, emoties en latere ervaringen opnieuw.
Dat betekent niet dat iemand bewust herinneringen vervalst.
Maar een pijnlijke gebeurtenis kan later binnen een ander verklaringskader terechtkomen.
Een eerlijk verteld moment van twijfel kan dan achteraf bewijs worden van een slecht huwelijk.
Een tijdelijke breuk kan bewijs worden dat iemand altijd al wilde vertrekken.
Overbelasting kan bewijs worden dat iemand emotioneel niet beschikbaar was.
Een escalatie kan bewijs worden dat de hele relatie voornamelijk ruzie was.
Een periode waarin ziekte, PEM, POTS of MCAS veel beperkingen gaf, kan achteraf vooral als een ongelukkige relationele periode worden herinnerd, terwijl de lichamelijke context onvoldoende gewicht krijgt.
En gebeurtenissen die daarmee niet goed overeenkomen — liefde, vakanties, intimiteit, gezamenlijke plannen, herstelmomenten, plezier, warmte en verbondenheid — kunnen in het verhaal minder gewicht krijgen.
Juist daar kan cognitieve dissonantie relevant worden.
Niet als diagnose van iemand, maar als psychologisch mechanisme waardoor mensen tegenstrijdige informatie proberen onder te brengen in een samenhangend verhaal.
Emotioneel loskomen is daarom niet hetzelfde als weten waardoor het misging
Een mens kan daadwerkelijk emotioneel afstand hebben genomen.
Dat gevoel is werkelijk.
Maar daarmee is de oorzaak van die afstand niet automatisch vastgesteld.
Dat zijn twee verschillende vragen:
Wat voel ik nu?
en:
Waardoor zijn wij hier terechtgekomen?
Wanneer de tweede vraag nooit breed is onderzocht, kunnen conclusies over de eerste vraag te gemakkelijk tot verklaring van het hele huwelijk worden gemaakt.
Wat wanneer draagkracht nooit werkelijk is onderzocht?
Hier ligt een belangrijk kritisch punt.
Stel dat professionals wel naar ruzies en relatieproblemen hebben gekeken, maar niet systematisch naar:
PEM;
POTS;
MCAS;
cognitieve klachten;
andere ernstige ziekte;
overbelasting;
mantelzorg;
slaap;
werkdruk;
ouderschap;
prikkelbelasting;
mogelijke lichamelijke triggers;
coping;
angst voor conflicten;
verloren draagkracht;
communicatiepatronen;
eerdere breukmomenten;
en de oorspronkelijke betekenis van die momenten.
Dan is er wel naar de relatie gekeken, maar mogelijk niet naar het volledige systeem.
Er bestaat een verschil tussen:
“Er zijn therapeuten bij betrokken geweest.”
en:
“Alle relevante onderliggende lagen zijn onderzocht.”
Het ene bewijst het andere niet.
Wanneer nooit hulp voor draagkracht is aangeboden
Dat maakt de situatie nog wranger.
Misschien was de vraag voortdurend:
Willen jullie nog samen verder?
Terwijl een minstens zo relevante vraag had kunnen zijn:
Wat moet er veranderen zodat jullie dit überhaupt weer kunnen dragen?
Bijvoorbeeld:
kan mantelzorg worden verminderd?
kan praktische ondersteuning worden georganiseerd?
kunnen medische klachten beter worden onderzocht?
zijn PEM, POTS, MCAS of andere lichamelijke klachten herkend?
kunnen bekende triggers worden verminderd?
kan energie anders worden verdeeld?
kan communicatie worden begeleid?
kan tijdelijke rust worden ingebouwd?
kan angst voor escalatie worden verminderd?
kunnen zorgtaken eerlijker verdeeld worden?
kan ieder afzonderlijk ondersteuning krijgen?
kan onderzocht worden wat ziekte met de partnerrelatie heeft gedaan?
Wanneer dergelijke mogelijkheden niet zijn onderzocht.
Weten betrokkenen achteraf eenvoudigweg niet wat er zou zijn gebeurd wanneer de draagkracht wél was hersteld of beter ondersteund.
Dat is iets anders dan beweren dat het huwelijk zeker gered had kunnen worden.
Het eerlijke antwoord is dan: dat weten we niet, omdat die vraag onvoldoende is onderzocht.
Wat wanneer niemand het volledige systeem heeft onderzocht?
Dan kan een verstrekkende beslissing worden genomen vanuit hoe het huwelijk in een periode van extreme belasting wordt ervaren.
Daarna kan een eenvoudige verklaring ontstaan voor een veel ingewikkelder proces.
En juist degene die de verschillende lagen later wel ziet, kan moeite krijgen met het verhaal:
“Het werkte gewoon niet.”
Niet noodzakelijk omdat deze persoon een scheiding weigert te accepteren, maar omdat acceptatie van een beslissing iets anders is dan instemmen met de verklaring waarop die beslissing wordt gebaseerd.
Kinderen kunnen eveneens voelen dat er meer speelt
Kinderen hoeven PEM, POTS, MCAS, cognitieve dissonantie of draagkracht niet te begrijpen om te merken dat hun gezin veranderd is.
Zij kunnen vragen blijven stellen.
Verbinding zoeken.
Verdriet tonen.
Hun oude gezin missen.
Of moeite hebben met een nieuwe gezinssituatie.
Het Nederlands Jeugdinstituut benadrukt
Dat kinderen vrij hun gevoelens en vragen moeten kunnen uiten en dat hun emoties serieus genomen moeten worden.
Een kind mag tegelijkertijd begrijpen:
Papa en mama zijn uit elkaar.
en voelen:
Ik wil dat ze weer bij elkaar zijn.
Die twee werkelijkheden kunnen naast elkaar bestaan.
Een kind mag nooit verantwoordelijk worden gemaakt voor herstel van de relatie. Maar zijn wens naar verbinding hoeft ook niet als onvolwassen, verkeerd of zinloos te worden weggewuifd.
Loslaten is iets anders dan emotionele volwassenheid
Dat geldt eveneens voor de ex-partner.
Emotionele volwassenheid betekent niet:
“De ander heeft gekozen, dus jij mag daar niet meer verdrietig over zijn.”
Ook niet:
“Je moet blij zijn dat de ander gelukkig is met iemand anders.”
En evenmin:
“Wanneer je nog van je ex-partner houdt, accepteer je de scheiding niet.”
Een mens kan rationeel erkennen dat de ander een beslissing heeft genomen en tegelijkertijd liefde, verdriet, rouw, gemis en onbeantwoorde vragen blijven ervaren.
Thuisarts beschrijft dat rouw sterk individueel kan verlopen en gepaard kan gaan met onder andere verdriet, boosheid, eenzaamheid en lichamelijke klachten.
Emotionele volwassenheid gaat daarom veel meer over verantwoord omgaan met gevoelens dan over gevoelens niet meer mogen hebben.
Maar de verantwoordelijkheden verdwijnen ondertussen niet
Een scheiding beëindigt de partnerrelatie.
Het ouderschap blijft.
Bij een chronische aandoening kan daar nog iets anders bij komen: dezelfde ex-partner van wie emotionele afstand wordt verwacht, kan voor bepaalde praktische en ouderlijke taken nodig blijven.
Wanneer PEM, POTS of MCAS activiteiten onverwacht beperken, kan bovendien extra flexibiliteit van de andere ouder nodig zijn.
Dat kan praktisch noodzakelijk zijn, maar het maakt die extra belasting niet automatisch onbeperkt of vanzelfsprekend.
Vijftien alledaagse voorbeelden
Denk bijvoorbeeld aan:
- De kinderen extra ophalen wanneer de andere ouder lichamelijk niet kan rijden.
- Een extra nacht of weekend voor de kinderen zorgen vanwege uitputting of ziekte.
- School brengen of ophalen buiten de normale zorgregeling.
- Een kind naar sport, zwemles, therapie, huisarts of ziekenhuis brengen.
- Schoolgesprekken of afspraken met hulpverlening overnemen.
- Kleding, medicijnen, schoolspullen of andere benodigdheden brengen.
- Helpen met administratie wanneer cognitieve klachten het regelen moeilijk maken.
- De planning op korte termijn aanpassen vanwege lichamelijke terugval.
- Boodschappen of noodzakelijke spullen meenemen.
- Praktische problemen rondom huis of kinderen oplossen.
- Contact met instanties helpen onderhouden.
- Bij ziekte onverwacht langer voor de kinderen beschikbaar blijven.
- Vakanties, feestdagen, afspraken of werkzaamheden aanpassen.
- Telefonisch beschikbaar blijven voor praktische problemen buiten de afgesproken zorgmomenten.
- Steeds opnieuw als betrouwbaar noodvangnet functioneren wanneer iets door ziekte niet lukt.
Sommige hiervan behoren simpelweg tot gezamenlijk ouderschap.
Andere kunnen verder gaan en kenmerken krijgen van praktische of mantelzorgachtige ondersteuning.
MantelzorgNL beschrijft nadrukkelijk
Dat mantelzorg niet alleen lichamelijke verzorging is. Ook administratie, boodschappen, huishoudelijke ondersteuning en andere praktische hulp kunnen tot zorgbelasting behoren.
En wat wanneer die ex-partner zelf ernstig ziek is?
Dan wordt de verhouding nog complexer.
Stel dat ook de andere partner al ruim vóór de scheiding ernstig ziek werd.
Misschien was die ziekte nauwelijks zichtbaar.
Maar gedragsmatig veranderde wel iets:
minder energie;
minder stressbestendigheid;
sneller overprikkeld;
minder herstel;
meer behoefte aan rust;
moeite met emoties;
lichamelijke klachten;
minder vermogen meerdere problemen tegelijkertijd te dragen.
Tegelijkertijd kan de chronisch zieke partner beperkingen ervaren door bijvoorbeeld PEM, POTS, MCAS of cognitieve klachten.
Dan kunnen twee mensen allebei hun draagkracht verliezen zonder werkelijk te begrijpen wat er met de ander gebeurt.
De chronisch zieke partner denkt:
“Jij begrijpt mij niet.”
De andere denkt:
“Jij ziet niet wat er met mij gebeurt.”
De ene trekt zich terug.
De andere raakt gefrustreerd.
De eerste ervaart druk.
De tweede ervaart afstand.
Er ontstaan conflicten.
De conflicten worden vervolgens bewijs dat de relatie slecht is.
En langzaam kan het narratief ontstaan:
Wij zijn het probleem voor elkaar.
Terwijl mogelijk onvoldoende onderzocht werd:
Zijn wij werkelijk het probleem, of zijn wij twee mensen die binnen hetzelfde gezin allebei geen draagkracht meer hebben?
Twee mensen kunnen daardoor in tegengestelde richtingen gaan bewegen
De ene kan denken:
Ik moet weg om rust te krijgen.
De andere:
We moeten begrijpen wat hier is gebeurd voordat wij iets beëindigen wat misschien nog bestaat.
Daarmee ontstaan twee verschillende herstelstrategieën.
- De één zoekt rust door afstand.
- De ander zoekt rust door begrip en verbinding.
Geen van beide reacties bewijst wie gelijk heeft.
Maar wanneer slechts één verklaringsmodel wordt onderzocht, blijft de andere werkelijkheid onbegrepen.
En dan kan een nieuwe relatie ontstaan
Een nieuwe partner kan rust, belangstelling, plezier, bevestiging, seksualiteit, spontaniteit of een gevoel van vrijheid geven.
Dat is werkelijk.
Maar de vergelijking tussen een nieuwe relatie en een jarenlang huwelijk is niet automatisch gelijkwaardig.
De nieuwe partner heeft mogelijk nog niet jarenlang meegedragen:
- Chronische ziekte
- PEM;
- POTS;
- MCAS;
- cognitieve klachten;
- mantelzorg;
- financiële verantwoordelijkheden;
- slapeloze nachten;
- kinderen opvoeden;
- medische onderzoeken;
- huishouden;
- werkdruk;
- conflicten;
- verlies van draagkracht;
- zorgen over gezondheid;
- jarenlange geschiedenis;
- en de verantwoordelijkheid voor een volledig gezin.
- hechting;
- gedeelde geschiedenis;
- ouderschap;
- Daardoor kan de nieuwe relatie aanvankelijk veel lichter voelen.
Dat betekent niet dat die relatie niet echt is.
Maar lichter is niet automatisch bewijs dat de oude partner het probleem was.
De omstandigheden verschillen.
Juist vanuit een onvolledig beeld kan dat bijzonder pijnlijk worden
Stel dat vanuit het opgebouwde beeld vervolgens keuzes worden gemaakt:
een nieuwe relatie beginnen;
samenwonen;
een nieuwe partner bij de kinderen introduceren;
vakanties samen ondernemen;
een samengesteld gezin vormen;
nieuwe gezamenlijke vrienden opbouwen;
afstand nemen van het oorspronkelijke gezin;
oude gebeurtenissen opnieuw uitleggen vanuit het scheidingsverhaal;
niet meer willen onderzoeken wat er in het huwelijk gebeurde;
of verwachten dat de ex-partner zich uitsluitend nog als zakelijke medeouder opstelt.
Dan krijgen beslissingen steeds meer praktische gevolgen.
En hoe meer nieuwe werkelijkheid wordt opgebouwd, hoe moeilijker het psychologisch kan worden om opnieuw naar oude aannames te kijken.
Want opnieuw onderzoeken kan vervolgens raken aan veel meer dan alleen het verleden.
Het kan vragen oproepen over gemaakte beslissingen, een nieuwe relatie, het verhaal tegenover familie of vrienden en de betekenis die iemand jarenlang aan de scheiding heeft gegeven.
Cognitieve dissonantie kan juist op dergelijke momenten relevant zijn: nieuwe informatie kan botsen met overtuigingen en keuzes waarin al sterk is geïnvesteerd.
Ook hier geldt: dat bewijst niet dat iemand bewust informatie afwijst. Het verklaart wel waarom heroverwegen psychologisch moeilijk kan zijn.
De achterblijvende ex-partner ziet ondertussen alles gebeuren
En daar kan een bijzonder pijnlijke asymmetrie ontstaan.
De ene persoon bouwt verder.
De ex-partner probeert eveneens verder te gaan, maar blijft tegelijkertijd:
ouder,
regelaar,
opvang,
noodvoorziening,
praktische ondersteuner,
en een emotionele veilige basis voor de kinderen.
Tijdens een overdracht moet deze persoon misschien vriendelijk blijven terwijl een nieuwe partner aanwezig is.
Bij een telefoongesprek moeten emoties opzij omdat een praktisch probleem opgelost moet worden.
Wanneer een kind verdrietig thuiskomt, moet de ouder eerst het kind opvangen en pas later ruimte maken voor het eigen verdriet.
En wanneer de chronische ziekte bij de andere ouder opnieuw opspeelt — bijvoorbeeld door PEM, POTS, MCAS of andere klachten — wordt mogelijk opnieuw dezelfde ex-partner gevraagd bij te springen.
Dat kan buitengewoon zwaar zijn.
Waarom kan iemand die ander dan toch blijven liefhebben?
Omdat liefde niet noodzakelijk verdwijnt wanneer een relatie juridisch eindigt.
Een langdurige gezinsrelatie bestaat uit:
hechting;
gedeelde geschiedenis;
ouderschap;
intimiteit;
herinneringen;
humor;
vertrouwdheid;
gezamenlijke tegenslagen;
verantwoordelijkheid;
zorg;
identiteit;
toekomstplannen;
dagelijkse rituelen;
en jarenlang samen een gezin zijn.
- Wanneer iemand begrijpt:
- medische klachten beter begrijpen;
- rekening houden met PEM, POTS en MCAS;
- cognitieve belasting herkennen;
- draaglast verminderen;
- grenzen beter respecteren;
- zorgtaken anders organiseren;
- communicatie opnieuw veilig opbouwen;
- moeilijke gebeurtenissen zonder verwijten opnieuw bespreken;
- aannames over elkaars bedoelingen onderzoeken;
- erkenning geven voor wat beide partners hebben doorgemaakt;
- vertrouwen stap voor stap herstellen;
- opnieuw positieve ervaringen met elkaar opbouwen;
- en ruimte maken voor genegenheid, intimiteit en verbondenheid.
- .chronische ziekte;
- PEM;
- POTS;
- MCAS;
- cognitieve problemen;
- ernstige ziekte bij de andere partner;
- verloren draagkracht;
- mantelzorgbelasting;
- prikkelgevoeligheid;
- angst voor escalatie;
- eerdere uitspraken over een breuk vanuit overbelasting;
- of de betekenis die beide partners aan gebeurtenissen gaven,
- kan relevante informatie destijds buiten beeld zijn gebleven
- eigen lichamelijke grenzen leren kennen;
- ziekte beter begrijpen;
- verantwoordelijkheid nemen voor eigen gedrag;
- omgaan met rouw;
- herstellen van overbelasting;
- grenzen leren aangeven;
- communicatie verbeteren;
- en leren herkennen wanneer draagkracht opnieuw afneemt.
Een ex-partner kan daarom denken:
Ik begrijp dat jij hebt gekozen, maar daarmee is niet ineens verdwenen wat jij en dit gezin voor mij betekenen.
Dat is op zichzelf geen bewijs van obsessie of emotionele onvolwassenheid.
Het kan onderdeel zijn van hechting, liefde en rouw.
Het wordt extra zwaar wanneer die ex-partner meerdere lagen ziet
Wanneer iemand achteraf verbanden gaat begrijpen tussen ziekte, PEM, POTS, MCAS, cognitieve belasting, draagkracht, communicatie, eerdere breukmomenten, angst, zorgbelasting en relationele afstand, kan dat zelfs méér pijn veroorzaken.
Niet omdat daarmee bewezen is dat het huwelijk hersteld had kunnen worden.
Maar omdat een nieuwe mogelijkheid zichtbaar wordt:
Misschien was niet alles wat wij als relationeel probleem zagen daadwerkelijk een probleem van liefde of compatibiliteit.
Dat kan confronterend zijn.
Zeker wanneer er inmiddels onomkeerbare of moeilijk terug te draaien keuzes zijn gemaakt.
Waarom kan dit herstel na een scheiding belemmeren?
Omdat herstel duidelijkheid nodig heeft.
Wanneer iemand begrijpt:
We hielden niet meer van elkaar en hebben zorgvuldig vastgesteld dat herstel niet mogelijk was,
kan rouw verschrikkelijk zijn, maar is er wel een redelijk helder verhaal.
Veel ingewikkelder wordt:
We hielden mogelijk nog van elkaar, waren allebei overbelast of ziek, begrepen elkaar onvoldoende, lichamelijke processen zoals PEM, POTS, MCAS en cognitieve klachten werden mogelijk onvoldoende meegewogen en uiteindelijk werd vanuit die periode een definitieve beslissing genomen.
Dan kan het verleden onvoldoende afgesloten voelen omdat essentiële vragen onbeantwoord blijven.
Dat kan het zoeken naar betekenis langdurig voeden.
Waar ligt herstel?
Herstel betekent niet uitsluitend leren leven met een scheiding.
Wanneer belangrijke onderliggende factoren nooit volledig zijn onderzocht, kan herstel óók betekenen dat opnieuw serieus wordt gekeken naar de partnerrelatie zelf.
Herstel kan op meerdere niveaus plaatsvinden.
Medisch herstel: beter onderzoeken welke lichamelijke aandoeningen en klachten daadwerkelijk aanwezig zijn en welke invloed PEM, POTS, MCAS, cognitieve klachten, vermoeidheid en andere ziekten hebben gehad op het dagelijks functioneren en de draagkracht.
Psychologisch herstel: onderzoeken hoe verlies van draagkracht, angst, langdurige stress, cognitieve dissonantie, rouw en veranderde betekenisgeving invloed kunnen hebben gehad op gevoelens, gedrag, communicatie en gemaakte keuzes.
Relationeel herstel: opnieuw onderzoeken wat er daadwerkelijk tussen beide partners is gebeurd. Wanneer afstand en conflicten mede zijn ontstaan in een periode van ziekte, overbelasting en sterk verminderde draagkracht, kan het belangrijk zijn onderscheid te maken tussen het verdwijnen van liefde en het tijdelijk of langdurig niet meer kunnen ervaren of uiten van verbondenheid onder zware omstandigheden.
Herstel als liefdespartners: wanneer liefde, genegenheid of onderlinge verbondenheid nog aanwezig is, terwijl belangrijke medische, psychologische en systemische factoren destijds onvoldoende zijn onderzocht, bestaat er aanleiding om serieus te onderzoeken of de liefdesrelatie kan herstellen.
Wanneer de liefde niet verdwenen is en vooral ziekte, verlies van draagkracht, overbelasting en vastgelopen communicatie de verbinding hebben verstoord, bestaat er een reële mogelijkheid tot herstel als partners. Juist doordat deze factoren onderzocht en interactiepatronen veranderd kunnen worden, kunnen vertrouwen, veiligheid, verbondenheid en liefde opnieuw ruimte krijgen.
Dit sluit aan bij de systeem therapeutische benadering.
De Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie (NVRG) beschrijft dat problemen niet losstaan van de sociale en relationele context.
Binnen systeemtherapie wordt gekeken naar relaties, omstandigheden, betekenisgeving, communicatie en terugkerende interactiepatronen.
Dat is belangrijk omdat vastgelopen interactiepatronen niet hetzelfde zijn als verdwenen liefde.
Wanneer bijvoorbeeld het volgende patroon is ontstaan:
ziekte → minder draagkracht → minder beschikbaarheid → misverstanden → frustratie → ruzie → terugtrekken → minder emotionele veiligheid → nog moeilijker communiceren → verdere afstand
Kan de uiteindelijke afstand zeer werkelijk worden ervaren, terwijl daarmee nog niet is vastgesteld dat de oorspronkelijke liefde verdwenen is.
Wanneer vervolgens relevante delen van deze keten worden herkend en aangepakt, kan ook de relationele dynamiek veranderen.
Dat kan bijvoorbeeld betekenen:
Daarmee wordt herstel van de partnerrelatie geen romantische aanname,
maar een mogelijkheid die voortkomt uit het veranderen van omstandigheden en patronen die mede aan de verwijdering hebben bijgedragen.
Wanneer eerdere relatietherapie niet alles heeft onderzocht
Ook het argument “er is al relatietherapie geweest” hoeft niet automatisch te betekenen dat alle mogelijkheden tot relatieherstel zijn onderzocht.
Wanneer tijdens eerdere begeleiding bijvoorbeeld niet bekend was of onvoldoende aandacht bestond voor:
Nieuwe informatie kan daarom aanleiding zijn om eerdere conclusies opnieuw te onderzoeken.
Dat betekent niet automatisch dat eerdere hulpverlening verkeerd was.
Een professional kan immers alleen werken met de informatie die op dat moment beschikbaar, bekend en bespreekbaar is.
Maar het betekent wél dat een eerdere behandeling niet automatisch antwoord geeft op vragen die destijds nooit zijn onderzocht.
Herstel vraagt vervolgens om opnieuw begrijpen
Herstel betekent dan niet teruggaan naar precies dezelfde relatie.
Als dezelfde omstandigheden en patronen terugkeren, bestaat immers het risico dat beide partners opnieuw vastlopen.
Relationeel herstel betekent juist dat een andere relatie tussen dezelfde twee mensen kan ontstaan.
Een relatie waarin bijvoorbeeld beter wordt begrepen:
“Wanneer jij je terugtrekt, betekent dat niet automatisch dat je niet meer van mij houdt.”
“Wanneer jij zegt dat je het niet meer aankunt, moet ik niet alleen horen dat jij bij mij weg wilt, maar ook vragen wat je niet meer kunt dragen.”
“Wanneer mijn lichaam grenzen stelt, betekent dat niet dat jij als persoon het probleem bent.”
“Wanneer jij overloopt, betekent dat niet automatisch dat onze liefde verdwenen is.”
“Wanneer wij opnieuw vastlopen, moeten wij niet wachten totdat alle draagkracht verdwenen is voordat wij hulp zoeken.”
Dat is een fundamenteel andere basis.
Herstel als partners moet van twee kanten kunnen ontstaan
Werkelijk herstel van een liefdesrelatie kan uiteindelijk niet door één persoon worden uitgevoerd.
De ene partner kan patronen herkennen, nog liefde voelen en herstelmogelijkheden zien.
Maar voor daadwerkelijk gezamenlijk herstel is ook ruimte bij de andere partner nodig om opnieuw te onderzoeken, te communiceren en naar het perspectief van de ander te luisteren.
Dat betekent echter niet dat de mogelijkheid tot herstel daarmee inhoudelijk verdwijnt.
Het betekent dat herstelpotentieel en bereidheid tot herstel twee verschillende zaken zijn.
Een relatie kan herstelmogelijkheden bevatten terwijl één van beide mensen op dat moment niet bereid is die mogelijkheden te onderzoeken.
Dat onderscheid is belangrijk.
Ouderlijk herstel
Ouderlijk herstel: constructiever samenwerken, de onderlinge communicatie verbeteren en kinderen ruimte geven voor hun gevoelens en vragen.
Het Nederlands Jeugdinstituut benadrukt
Dat kinderen na een scheiding baat hebben bij een goede band met beide ouders, een veilige en stabiele omgeving en ouders die zo constructief mogelijk samenwerken.
Wanneer ouders daarnaast onderzoeken of hun partnerrelatie herstelbaar is, mogen kinderen daar niet verantwoordelijk voor worden gemaakt.
Het is aan volwassenen om die vraag zorgvuldig te onderzoeken.
Narratief herstel
Narratief herstel: het gezamenlijke verleden opnieuw bekijken vanuit een vollediger beeld.
Niet automatisch:
“Jij was het probleem.”
of:
“Ons huwelijk was gewoon slecht.”
Maar bijvoorbeeld:
“Wij zijn samen in omstandigheden terechtgekomen die wij destijds onvoldoende begrepen. Ziekte, verlies van draagkracht, overbelasting en onze manier van communiceren hebben onze relatie mede beïnvloed.”
Dat verandert niet wat iemand heeft meegemaakt.
Het kan wél veranderen wat gebeurtenissen betekenen.
Persoonlijk herstel
Persoonlijk herstel: beide personen moeten ook afzonderlijk herstellen.
Dat kan betekenen:
Persoonlijk herstel en relationeel herstel hoeven elkaar daarbij niet tegen te werken. Ze kunnen elkaar juist ondersteunen.
Gezamenlijk herstel
- Uiteindelijk kunnen deze herstelvormen elkaar versterken.
- Wat speelde vóór de scheiding?
- Hoe gezond waren beide partners?
- Wanneer nam de draagkracht af?
- Wat gebeurde er met de communicatie?
- Hoe werd de zorg verdeeld?
- Welke invloed had chronische ziekte?
- Speelde PEM, POTS of MCAS een rol?
- Waren er cognitieve klachten?
- Waren bepaalde lichamelijke reacties of triggers nooit herkend?
- Welke betekenis hadden eerdere breukmomenten destijds werkelijk?
- Is die betekenis later veranderd?
- Welke hulp is destijds aangeboden?
- Is mantelzorgbelasting onderzocht?
- Welke praktische afhankelijkheid bestaat nog?
- Welke vragen hebben de kinderen?
- Is er inmiddels een nieuwe relatie die de dynamiek verandert?
- En zijn beide perspectieven daadwerkelijk gehoord?
Wanneer lichamelijke klachten beter worden begrepen, kan verwijt verminderen.
Wanneer verwijt vermindert, kan defensiviteit afnemen.
Wanneer defensiviteit afneemt, wordt een moeilijk gesprek veiliger.
Wanneer beide perspectieven werkelijk gehoord worden, kunnen oude aannames worden onderzocht.
Wanneer aannames veranderen, kan het beeld van de ander veranderen.
Wanneer veiligheid en begrip terugkomen, kan emotionele toenadering ontstaan.
En wanneer liefde nog aanwezig is, kan die veranderde basis ruimte geven aan daadwerkelijk herstel van de liefdesrelatie.
Daarom hoeft de vraag niet uitsluitend te zijn:
“Hoe leren wij de scheiding accepteren?”
Een andere, inhoudelijk gerechtvaardigde vraag kan zijn:
“Als ziekte, verloren draagkracht en vastgelopen communicatie een belangrijke rol hebben gespeeld en onze liefde niet volledig verdwenen is, wat gebeurt er dan wanneer wij juist díé oorzaken samen serieus onderzoeken?”
Dat is geen ontkenning van een scheiding en evenmin het afdwingen van hereniging.
Het is erkennen dat bij een complexe relatie pas zorgvuldig over herstel kan worden geoordeeld wanneer ook de factoren die de verbinding hebben beschadigd daadwerkelijk zijn onderzocht.
Wanneer de liefde niet verdwenen is en vooral ziekte, verlies van draagkracht, overbelasting en vastgelopen communicatie de verbinding hebben verstoord, bestaat er een reële mogelijkheid tot herstel als partners. Juist doordat deze factoren onderzocht en interactiepatronen veranderd kunnen worden, kunnen vertrouwen, veiligheid, verbondenheid en liefde opnieuw ruimte krijgen.
Dat is precies waarom bij complexe ziekte en relatieproblemen niet alleen gekeken moet worden naar de vraag waarom twee mensen uit elkaar zijn gegaan, maar ook naar de veel fundamentelere vraag:
wat hen uit elkaar heeft gedreven — en of juist dát veranderbaar is.
En soms kan onderzoek leiden tot de conclusie dat de scheiding inderdaad de juiste beslissing bleef.
Soms ontstaat begrip.
Soms vergeving.
Soms betere samenwerking.
En in sommige situaties kunnen twee mensen zelf besluiten opnieuw naar hun relatie te kijken.
Geen van die uitkomsten behoort vooraf vast te staan.
Juist dát is werkelijk onderzoek.
Wanneer hulpverlening slechts één laag bekijkt
Professionals moeten daarom oppassen met uitsluitend de vraag:
“Waarom kan deze ex-partner niet loslaten?”
Andere vragen kunnen minstens zo belangrijk zijn:
Dit sluit sterk aan op het systeem therapeutische uitgangspunt van de NVRG: psychische of relationele problemen moeten ook worden bekeken binnen hun sociale en relationele context.
Vijftien kritische vragen voor zelfreflectie
Deze vragen zijn nadrukkelijk niet bedoeld om schuld aan een partij aan te wijzen. Ze zijn bedoeld om te onderzoeken of een conclusie werkelijk alle relevante lagen bevat.
1.Hebben wij ooit serieus onderzocht of onze liefde verdwenen was, of hebben wij verlies van draagkracht aangezien voor verlies van liefde?
2. Wanneer tijdens onze relatie werd gezegd “ik kan niet meer” of “ik wil stoppen”: bedoelde degene werkelijk “ik wil jou niet meer”, of kon de werkelijke boodschap zijn “ik kan deze situatie niet meer dragen”?
3. Welke invloed hadden chronische ziekte, PEM, POTS, MCAS, vermoeidheid, cognitieve klachten, andere ziekte en overbelasting op ons functioneren voordat wij conclusies over onze relatie trokken?
4. Zijn lichamelijke beperkingen door PEM, POTS of mogelijke MCAS-reacties weleens als desinteresse, vermijding, afstandelijkheid of onwil geïnterpreteerd terwijl een medische verklaring onvoldoende was onderzocht?
5. Is ooit professionele hulp ingezet die specifiek onderzocht hoe de draagkracht van beide partners kon worden hersteld, of ging de aandacht vooral naar ruzies en de vraag of de relatie nog moest doorgaan?
6. Welke dingen durfde één van ons niet meer eerlijk uit te spreken uit angst voor ruzie, teleurstelling of escalatie, en wat zegt dat over het communicatiepatroon dat tussen ons was ontstaan?
7. Wanneer één partner gevoelens voor iemand anders kreeg maar daar niets mee deed en dit juist eerlijk vertelde, hebben we onderzocht wat die gevoelens betekenden, of is het later vooral bewijs geworden dat de relatie toen al slecht was?
8. Zijn gebeurtenissen uit het verleden later opnieuw geïnterpreteerd vanuit het scheidingsbesluit, en zouden dezelfde gebeurtenissen vóór de scheiding misschien een andere betekenis hebben gehad?
9. Hoeveel van onze emotionele afstand was werkelijk het verdwijnen van liefde en hoeveel kan ontstaan zijn uit langdurige uitputting, lichamelijke klachten, ziekte, teleurstelling, angst en onvoldoende herstel?
10. Wanneer een nieuwe relatie veel gemakkelijker voelt, vergelijken we dan twee partners of vergelijken we feitelijk twee totaal verschillende levensomstandigheden?
11. Heeft een mogelijke nieuwe partner dezelfde combinatie van chronische ziekte, PEM, POTS, mogelijke MCAS-klachten, kinderen, financiën, huishouden, mantelzorg, werkdruk en jarenlange verantwoordelijkheid meegedragen als de voormalige partner?
12. Is het eerlijk om van een eveneens zieke ex-partner te verwachten dat deze emotioneel afstand neemt, maar praktisch beschikbaar blijft wanneer de chronische ziekte van de andere ouder daarom vraagt?
13. Waar eindigt normaal gezamenlijk ouderschap en waar begint structureel gebruikmaken van de draagkracht van een ex-partner die zelf grenzen, ziekte en een eigen leven heeft?
14. Als achteraf medische, psychologische of systemische informatie beschikbaar komt — bijvoorbeeld over PEM, POTS, MCAS of cognitieve belasting — die destijds nooit is meegenomen, durven we onze oorspronkelijke beeldvorming dan opnieuw te onderzoeken zonder vooraf te bepalen wat de uitkomst moet zijn?
15. Wanneer werkelijk alle lagen zouden worden onderzocht — ziekte, PEM, POTS, MCAS, draagkracht, liefde, communicatie, eerdere breukmomenten, cognitieve dissonantie, kinderen, mantelzorg, een eventuele mogelijke nieuwe relatie en de ervaringen van beide partners — zouden we dan nog exact hetzelfde verhaal vertellen over waarom deze relatie is geëindigd?
- Die laatste vraag raakt de kern.
Tot slot
Bij een scheiding waarin chronische of ernstige ziekte meespeelt, kunnen verschillende werkelijkheden tegelijkertijd bestaan.
Iemand kan werkelijk uitgeput zijn geweest én nog liefde hebben gevoeld.
Iemand kan een breuk hebben uitgesproken én eigenlijk hebben bedoeld dat de situatie niet meer te dragen was.
Iemand kan gevoelens voor een ander hebben ervaren én bewust niets met die gevoelens hebben gedaan.
Iemand kan daar eerlijk over zijn geweest én later merken dat juist die eerlijkheid als bewijs tegen de oorspronkelijke relatie wordt gebruikt.
Iemand kan werkelijk emotionele afstand hebben ervaren én achteraf ontdekken dat ziekte, PEM, POTS, MCAS, cognitieve belasting, uitputting en communicatieproblemen daarin mogelijk hebben meegespeeld.
Een ex-partner kan de scheiding feitelijk erkennen én blijven houden van het gezin.
Kinderen kunnen zich ontwikkelen én hun oorspronkelijke gezin blijven missen.
Een mogelijke nieuwe relatie kan oprecht gelukkig zijn én veel minder historische belasting dragen dan de eerdere relatie.
En iemand kan een chronisch zieke ex-partner blijven helpen én uiteindelijk moeten zeggen dat zijn of haar eigen draagkracht een grens heeft bereikt.
Daarom is voorzichtigheid nodig met eenvoudige conclusies als:
“De relatie werkte gewoon niet.”
Bij complexe ziekte en scheiding kan de eerlijkere vraag zijn:
Wat gebeurde er met twee mensen die van elkaar hielden, samen een gezin vormden en tegelijkertijd steeds minder lichamelijke, cognitieve en emotionele draagkracht overhielden?
En daarna:
Welke rol speelden ziekte, PEM, POTS, MCAS, cognitieve belasting, mantelzorg, communicatie en verlies van draagkracht daarin — en hebben we dat destijds werkelijk onderzocht?
Wanneer het antwoord daarop nee is, mag daar niet automatisch uit worden afgeleid dat het huwelijk gered had kunnen worden.
Maar evenmin kan met zekerheid worden beweerd dat alle relevante lagen en mogelijkheden waren onderzocht.
Dan is de meest zorgvuldige conclusie:
Er kunnen belangrijke lagen onvoldoende onderzocht zijn gebleven.
Onderzoeken is niet hetzelfde als teruggaan.
Begrijpen is niet hetzelfde als iemand terug willen krijgen.
Accepteren betekent niet dat ieder verhaal over het verleden automatisch juist is.
En emotioneel volwassen zijn betekent niet dat liefde, rouw, vragen en verbondenheid op commando moeten verdwijnen.
Soms begint werkelijk herstel juist bij het erkennen dat een complex gezin nooit volledig begrepen kan worden vanuit één beslissing, één conflict, één persoon, één ziekte of één verhaal.
Nederlandse bronnen en verdere onderbouwing
C-support – Wat is PEM, POTS en MCAS? – Nederlandse uitleg over de verschillende mechanismen, klachten en mogelijke triggers bij PEM, POTS en MCAS.
C-support – Integrale handreiking post-COVID – beschrijft MCAS als verzamelnaam voor klachten door ontregelde mestcelactivatie en bespreekt de mogelijke samenhang met postinfectieuze aandoeningen.
C-support Kennis – Over post-COVID – beschrijft onder andere POTS en idiopathisch MCAS en noemt bij MCAS allergieachtige buik-, long- en huidklachten.
C-support Kennis – behandelopties voor specifieke klachten – medische informatie over onder andere POTS en MCAS en het vermijden van uitlokkende factoren.
C-support Kennis – Naar een betere behandeling van POTS – over onder andere vermoeidheid, concentratieproblemen en beperkingen door POTS.
Thuisarts – ME/CVS – over ernstige vermoeidheid, inspannings gerelateerde verergering en gevolgen voor het dagelijks functioneren.
NVRG – Wat is systeemtherapie? – over het onderzoeken van klachten en problemen binnen hun relationele, sociale en bredere context.
Vrije Universiteit Amsterdam – Cognitieve dissonantie – universitaire bron waarin cognitieve dissonantie als psychologisch mechanisme wordt beschreven.
MantelzorgNL – Als mantelzorg de relatie verandert – over verschuivende rollen, verlies, draagkracht en relaties wanneer ziekte aanwezig is.
MantelzorgNL – Mantelzorg met gezonde grenzen – over grenzen, belasting en het risico dat zorg te zwaar wordt.
MantelzorgNL – Wat is mantelzorg? – laat zien dat mantelzorg ook praktische ondersteuning en kleine dagelijkse taken omvat.
Nederlands Jeugdinstituut – Opgroeien na een scheiding – over emoties, veranderingen en gevolgen van een scheiding voor kinderen.
NJi – Hoe gedraag je je bij een scheiding naar je kinderen toe? – over blijvend gezamenlijk ouderschap, communicatie en ruimte voor vragen van kinderen.
NJi – Hoe ga je in gesprek met kinderen van ouders die scheiden? – over luisteren zonder eigen aannames, gevoelens erkennen en loyaliteit aan beide ouders.
NJi – Ouderschap Na Scheiding – over het onderzoeken van belemmeringen in communicatie en samenwerking tussen gescheiden ouders.
Thuisarts – Ik rouw – over verdriet, boosheid, eenzaamheid en andere reacties op verlies.
Kenniscentrum Kind en Scheiding – Loyaliteit en kinderen – over loyaliteit, gevoelens en de positie van kinderen tussen ouders.
Kenniscentrum Kind en Scheiding – Samengestelde gezinnen – over nieuwe partners, rolverdeling, communicatie en de nieuwe gezinsdynamiek.