Welkom 
 

Wat is een flying monkey?

De term flying monkey wordt gebruikt voor iemand die bewust of onbewust wordt ingezet om een ander te controleren, onder druk te zetten, zwart te maken of buiten te sluiten. 

De persoon neemt het verhaal van iemand anders over en voert namens diegene handelingen uit.
Dat kan bijvoorbeeld gebeuren binnen een familie, na een scheiding, in een vriendengroep of op het werk.

De term komt uit het verhaal The Wizard of Oz.
Daarin stuurt de heks vliegende apen op haar tegenstanders af.
In de psychologie is flying monkey geen officiële diagnose of wetenschappelijke vakterm.
Het is een informele benaming voor gedrag dat kan lijken op triangulatie, groepsdruk, roddelen, partijvorming en indirecte beïnvloeding.

Hoe ontstaat dit gedrag?
Een flying monkey ontstaat meestal niet zomaar. Iemand vertelt een verhaal waarin één persoon als slachtoffer wordt neergezet en een ander als veroorzaker van alle problemen.

De persoon die dit verhaal hoort, kan vervolgens worden gevraagd of aangemoedigd om:

  • informatie over de ander te verzamelen;
  • boodschappen of waarschuwingen over te brengen;
  • druk uit te oefenen;
  • partij te kiezen;
  • anderen van hetzelfde verhaal te overtuigen;
  • de ander aan te spreken of te beschuldigen;
  • contact te verbreken;
  • de ander buiten te sluiten;
  • berichten of sociale media in de gaten te houden;
  • de geloofwaardigheid van de ander te beschadigen.


De oorspronkelijke aansturing blijft hierdoor soms buiten beeld.
De persoon die invloed wil uitoefenen, hoeft zelf niet rechtstreeks contact op te nemen.
Anderen voeren het gesprek, stellen de vragen of oefenen de druk uit.

Bewust of onbewust
Niet iedere flying monkey weet dat diegene wordt gebruikt. 

Sommige mensen denken oprecht dat zij iemand beschermen, bemiddelen of helpen.

  • Er kunnen verschillende redenen zijn om mee te doen:
  • loyaliteit aan een familielid of vriend;
  • medelijden met degene die het verhaal vertelt;
  • angst voor ruzie of uitsluiting;
  • behoefte om bij de groep te blijven horen;
  • slechts één kant van het verhaal kennen;
  • vertrouwen op iemands rustige of overtuigende presentatie;
  • eerdere negatieve informatie over de andere persoon;
  • zelf voordeel hebben bij de bestaande situatie;
  • moeite hebben om kritisch naar een geliefde te kijken.


Een flying monkey kan dus zelf manipulerend handelen, maar ook een beïnvloede tussenpersoon zijn. 

Dat verschil is belangrijk. 

De gevolgen voor de benadeelde kunnen in beide gevallen schadelijk zijn, maar de verantwoordelijkheid en het bewustzijn kunnen verschillen.

De relatie met triangulatie
Flying-monkey gedrag hangt vaak samen met triangulatie.
Bij triangulatie wordt een derde persoon betrokken bij een conflict dat eigenlijk tussen twee mensen speelt.

In plaats van rechtstreeks met elkaar te praten, verloopt het contact via anderen:
“Mijn moeder vindt ook dat jij moeilijk bent.”

“Iedereen op het werk is het met mij eens.”
“Je kinderen willen volgens mij liever niet naar jou toe.”

“Je vrienden zeggen dat jij hulp nodig hebt.”

Hierdoor lijkt het alsof een hele groep dezelfde mening heeft.
Het is alleen niet altijd duidelijk waarop die mening is gebaseerd.
Mensen kunnen dezelfde informatie van één bron hebben ontvangen en elkaar daarna onderling bevestigen
Veel medestanders vormen daarom niet automatisch bewijs dat een verhaal volledig of juist is.

Mogelijke vormen van flying- Monkey gedrag:

1. Informatie verzamelen
Iemand stelt ogenschijnlijk belangstellende vragen, maar geeft de antwoorden door aan een ander. Het doel van het gesprek wordt niet eerlijk verteld.

2. Boodschappen overbrengen
Een familielid, vriend of collega brengt waarschuwingen, verwijten of voorwaarden over die eigenlijk van iemand anders afkomstig zijn.

3. Druk uitoefenen
De tussenpersoon probeert iemand zover te krijgen dat diegene excuses aanbiedt, zwijgt, contact verbreekt of een beslissing accepteert.

4. Het verhaal verspreiden
Er wordt een eenzijdige uitleg gedeeld met familieleden, vrienden, collega’s of hulpverleners. Belangrijke context blijft daarbij buiten beeld.

5. De boodschapper aanvallen
Wanneer iemand vragen stelt of aanvullende informatie deelt, wordt diens karakter aangevallen. De persoon wordt bijvoorbeeld jaloers, instabiel, bitter, obsessief of wraakzuchtig genoemd.

6. Uitsluiten
Anderen worden aangemoedigd niet meer te reageren, geen informatie te delen of iemand niet meer uit te nodigen.

7. Controleren
Een tussenpersoon houdt sociale media, contacten of activiteiten in de gaten en geeft deze informatie door.

Niet iedere medestander is een flying monkey
Het begrip moet zorgvuldig worden gebruikt.
Iemand die het met een ander oneens is, is niet automatisch een flying monkey.
Hetzelfde geldt voor een familielid dat steun geeft, een vriend die een grens stelt of een professional die na onderzoek een standpunt inneemt.

Belangrijke vragen zijn:

  • Kent de persoon meerdere kanten van het verhaal?
  • Controleert diegene informatie voordat er wordt geoordeeld?
  • Handelt de persoon zelfstandig of vooral op verzoek van een ander?
  • Wordt informatie eerlijk verzameld of heimelijk doorgegeven?
  • Is er ruimte voor wederhoor?
  • Gaat het om steun geven of om iemand onder druk zetten?
  • Worden feiten besproken of vooral negatieve persoonskenmerken?
  • Wordt het conflict opgelost of juist verder verspreid?

Een patroon wordt zorgelijker wanneer iemand herhaaldelijk zonder eigen onderzoek boodschappen overbrengt, informatie verzamelt, druk uitoefent of anderen tegen één persoon probeert te verenigen.

Mogelijke gevolgen

Voor de persoon die het doelwit wordt, kan het voelen alsof een conflict zich steeds verder uitbreidt.
Niet alleen de oorspronkelijke betrokkene, maar ook familieleden, vrienden of collega’s gaan zich ermee bemoeien.

Dat kan leiden tot:
verlies van sociale contacten;
onzekerheid over wie nog te vertrouwen is;
schaamte en machteloosheid;
voortdurende behoefte om zichzelf te verdedigen;
beschadiging van reputatie;
eenzaamheid en sociale isolatie;
stress, angst en uitputting;
escalatie van familie- of werkconflicten.
De benadeelde kan daardoor emotioneler gaan reageren.

Die emotionele reactie wordt vervolgens soms opnieuw gebruikt als “bewijs” dat het negatieve verhaal klopt.        Zo kan een zichzelf versterkend patroon ontstaan.

Kinderen mogen nooit als flying monkey worden bestempeld
Een kind kan door een ouder of familielid worden gebruikt om boodschappen over te brengen, informatie te verzamelen of druk op de andere ouder uit te oefenen. 

Het kind is dan echter geen gelijkwaardige deelnemer aan het conflict.
Kinderen zijn afhankelijk van volwassenen en kunnen handelen vanuit loyaliteit, angst, verwarring of de behoefte om beide ouders tevreden te houden.
Het is daarom niet passend om een kind een flying monkey te noemen.

De verantwoordelijkheid ligt bij de volwassenen die het kind bij het conflict betrekken.
Kinderen mogen geen boodschapper, informant, getuige of bondgenoot in een strijd tussen volwassenen worden.

Drie praktijkcasussen
Casus 1 – Familie na een scheiding
Na de scheiding vertelt Marloes aan haar zus Eva dat haar ex-partner Tom controlerend en onbetrouwbaar is. Eva heeft Tom sinds de breuk niet meer gesproken. Zij stuurt hem een bericht waarin zij schrijft dat hij Marloes met rust moet laten en eindelijk verantwoordelijkheid moet nemen.
Later vraagt Eva tijdens een verjaardag aan de kinderen of hun vader vaak boos is en wie er bij hem thuis komt. Zij vertelt de antwoorden aan Marloes. Wanneer Tom haar vraagt waarom zij de kinderen ondervraagt, zegt Eva dat zij alleen bezorgd is.
Tom stuurt Eva vervolgens een lang en boos bericht waarin hij zijn kant van het verhaal uitlegt. Eva laat dit bericht aan meerdere familieleden zien en zegt dat zijn boosheid bewijst dat Marloes gelijk heeft. Geen van de familieleden vraagt Tom wat er precies is gebeurd of welke aanleiding aan het bericht voorafging.

Casus 2 – Op de werkvloer
Teamleider Karin heeft een langdurig conflict met medewerker Amir. Zij vertelt enkele collega’s dat Amir niet betrouwbaar is en slecht tegen feedback kan. Collega Peter vertrouwt op haar oordeel.
Peter gaat bij andere medewerkers vragen of zij “ook problemen” met Amir hebben. Kleine fouten en losse opmerkingen worden verzameld en aan Karin doorgegeven. In vergaderingen reageert Peter niet meer op voorstellen van Amir. Ook waarschuwt hij een nieuwe collega dat zij voorzichtig moet zijn met hem.
Amir meldt bij HR dat hij wordt buitengesloten. Peter zegt dat niemand hem buitensluit en dat Amir zichzelf door zijn wantrouwen buiten de groep plaatst. Karin was niet aanwezig bij alle gebeurtenissen, maar gebruikt de verklaringen van Peter als bevestiging van haar eerdere oordeel.

Casus 3 – Binnen een vriendengroep
Sophie en Nadine krijgen ruzie over geld dat tijdens een gezamenlijke vakantie is uitgegeven. Sophie vertelt de vriendengroep dat Nadine haar heeft bedrogen en nooit verantwoordelijkheid neemt.
Vriendin Laura stuurt Nadine meerdere berichten waarin zij excuses eist. Nadine laat bankafschriften zien waaruit blijkt dat de financiële afspraken onduidelijk waren en dat beide vrouwen verschillende bedragen hebben voorgeschoten.
Laura bekijkt de documenten niet volledig. Zij zegt dat Nadine “alles juridisch probeert te maken”  en dat haar uitgebreide uitleg manipulatief overkomt. Daarna maakt Laura zonder Sophie een afspraak met Nadine. Tijdens het gesprek vraagt zij vooral wat Nadine over Sophie heeft verteld. Na afloop deelt zij de antwoorden direct met Sophie.
Wanneer Nadine dit ontdekt en afstand neemt, vertelt Laura aan de groep dat Nadine blijkbaar iets te verbergen heeft.

Zelfreflectievragen
Vragen bij casus 1

1. Welk gedrag van Eva wijst sterker op een flying-monkey patroon: haar steun aan haar zus, het aanspreken van Tom of de combinatie van informatie verzamelen, doorgeven en partijvorming?

 2. Waarom is Toms boze bericht onvoldoende bewijs dat de oorspronkelijke beschuldigingen van Marloes kloppen?

3. Wie draagt de meeste verantwoordelijkheid voor het betrekken van de kinderen en waarom mogen de kinderen zelf niet als flying monkeys worden gezien?

Vragen bij casus 2


  1. Is Peter alleen een loyale collega, een zelfstandig handelende pester of een mogelijke flying monkey? Welke informatie ontbreekt om dat zorgvuldig te bepalen?



    2. Welke zichzelf versterkende cirkel ontstaat tussen Karins oordeel, Peters informatieverzameling en Amirs reactie?

    3. Welke aanpak van HR is professioneler: bepalen wie het meest geloofwaardig overkomt of de afzonderlijke gebeurtenissen, tijdlijn en informatiebronnen onderzoeken?


Vragen bij casus 3

1. Op welk moment verandert Laura van een steunende vriendin in een mogelijke uitvoerder binnen het conflict?

2. Waarom bewijst Nadines uitgebreide en feitelijke reactie niet dat zij manipuleert, maar bewijst deze ook niet automatisch dat zij volledig gelijk heeft?

3. Welke functie heeft Laura’s uitspraak dat Nadine “iets te verbergen heeft” nadat Nadine afstand neemt?

Antwoorden en korte onderbouwing
Antwoorden bij casus 1

1. Vooral de combinatie vormt het mogelijke flying-monkey patroon.
Alleen steun geven aan een zus is onvoldoende. Eva verzamelt informatie bij de kinderen, geeft deze door, spreekt Tom namens Marloes aan en verspreidt zijn reactie zonder wederhoor. Het gaat daardoor niet meer alleen om steun, maar om actieve deelname aan het conflict.

 2. Boosheid bewijst niet dat de inhoud van een beschuldiging klopt.
 

3. Toms reactie kan onprettig of buiten verhouding zijn, maar ook voortkomen uit machteloosheid, verdriet of herhaalde beschuldigingen. Zijn toon moet afzonderlijk van de feiten worden beoordeeld. Een emotionele reactie is geen bewijs voor schuld of onschuld.

De volwassenen dragen de verantwoordelijkheid.
Eva stelt de vragen en Marloes ontvangt de informatie. De kinderen bevinden zich in een afhankelijke positie en kunnen niet verantwoordelijk worden gemaakt voor de manier waarop volwassenen hun antwoorden gebruiken. Het NJi waarschuwt dat kinderen bij een scheiding in een loyaliteitsconflict kunnen komen wanneer volwassenen partij kiezen.

Antwoorden bij casus 2

1.  Peter kan een mogelijke flying monkey zijn, maar de conclusie staat nog niet vast.
Hij neemt Karins oordeel over, verzamelt negatieve informatie en waarschuwt anderen.
Toch moet worden onderzocht of Karin hem daartoe heeft aangezet, welke eigen ervaringen Peter heeft en of zijn meldingen feitelijk juist zijn.
Zonder dat onderzoek kan hij ook zelfstandig pestgedrag vertonen.


    2. Het oordeel begint zichzelf te bevestigen.
    Karin noemt Amir onbetrouwbaar. Peter zoekt vooral informatie die daarbij past. Amir merkt de uitsluiting en wordt wantrouwig of defensief. Die reactie wordt vervolgens gezien als bewijs van Karins oorspronkelijke oordeel. Informatie die niet bij dat beeld past, krijgt weinig aandacht.


    3.HR moet concrete gebeurtenissen en informatiebronnen onderzoeken.
    Rustig, overtuigend of populair overkomen zegt onvoldoende over wat er is gebeurd. Nodig zijn: afzonderlijke gesprekken, hoor en wederhoor, concrete voorbeelden, datums, berichten en onderzoek naar      mogelijke groepsvorming. Arboportaal noemt onder meer roddelen, negeren, sociaal isoleren en buitensluiten als vormen van pesten op het werk.

Antwoorden bij casus 3

        1. De omslag ontstaat wanneer Laura zonder volledig onderzoek druk uitoefent en informatie voor Sophie verzamelt.
            Steun geven aan Sophie is op zichzelf normaal. Het eisen van excuses, niet serieus bekijken van tegeninformatie en heimelijk doorgeven van Nadines antwoorden maken Laura tot actieve tussenpersoon.

    2. Een uitgebreide uitleg moet inhoudelijk worden beoordeeld.
    Veel uitleg geven kan voortkomen uit manipulatie, maar ook uit de behoefte om een ingewikkelde situatie nauwkeurig te verduidelijken. De lengte of toon van een reactie bepaalt niet of deze klopt. De bankafschriften, afspraken en verklaringen van beide personen moeten worden vergeleken.


       3. De uitspraak maakt iedere reactie verdacht. Praat Nadine, dan wordt haar uitleg manipulatief genoemd. Neemt zij afstand, dan zou zij iets verbergen.
           Zo ontstaat een situatie waarin zij nauwelijks nog “goed” kan reageren. Haar grens wordt opnieuw gebruikt om het bestaande negatieve verhaal te bevestigen.


Professionele afbakening

Flying monkey is geen officiële psychologische diagnose.
Het begrip komt vooral voor in populaire informatie over narcistische of toxische relaties.
Nederlandse professionele organisaties gebruiken vaker woorden als:

  • manipulatie;
  • triangulatie;
  • groepsdruk;
  • psychische mishandeling;
  • sociale isolatie;
  • roddelen;
  • loyaliteitsconflict;
  • indirect pesten;
  • partijvorming.

Deze professionele begrippen ondersteunen de beschreven onderliggende gedragingen. Zij bewijzen niet dat iedere betrokken tussenpersoon bewust wordt aangestuurd of dat er automatisch sprake is van narcisme.
De aanwezigheid van een flying-monkey patroon kan daarom alleen voorzichtig worden overwogen wanneer er langdurig en herhaaldelijk sprake is van informatie doorgeven, druk uitoefenen, eenzijdige partijvorming en handelen namens een ander.


Nederlandse websites die dit onderwerp ondersteunen of besprekenVeilig Thuis – Manipuleren, isoleren en intimideren
Movisie – De dynamiek van huiselijk geweld in beeld
Movisie – Systeemgericht werken bij ex-partnergeweld
Slachtofferhulp Nederland – Hulp bij geestelijke mishandeling
Nederlands Jeugdinstituut – In gesprek met kinderen van ouders die scheiden
Nederlands Jeugdinstituut – Wat kan school doen voor kinderen van gescheiden ouders?
Arboportaal – Pesten op het werk