Welkom 
 

Wanneer een nieuwe relatie wordt beschermd ten koste van kinderen

Na een scheiding kan een ouder een nieuwe relatie beginnen.
Vanaf dat moment hebben de keuzes van deze ouder en de nieuwe partner niet alleen gevolgen voor henzelf.
Ook kinderen krijgen te maken met veranderingen in aandacht, familiecontact, gezinsregels en hun plaats binnen de nieuwe situatie.

Dit artikel gaat over situaties waarin een nieuwe relatie wordt beschermd door liegen, ontkennen, geheimhouding en het buitensluiten van kinderen. 

Wanneer kinderen herhaaldelijk worden misleid of niet worden gehoord, is niet meer uitsluitend sprake van een privékeuze tussen volwassenen.
Dan raakt de manier waarop de relatie wordt voortgezet rechtstreeks aan de ouder-kind band en de emotionele veiligheid van het kind.

De centrale vraag is daarom niet alleen:
“Mag een ouder een nieuwe relatie hebben?”
De noodzakelijke vraag is ook:
“Op welke manier wordt die relatie opgebouwd en welke prijs betalen de kinderen daarvoor?”

Dit artikel beschrijft algemene patronen en fictieve situaties. 

Het stelt geen diagnose en doet geen uitspraak over één bepaald gezin.

Wanneer de nieuwe relatie het kind begint te verdringen

Een kind hoeft niet bij iedere activiteit aanwezig te zijn.
Ouders mogen tijd zonder hun kinderen doorbrengen.
Een nieuwe partner hoeft evenmin van iedere gezamenlijke activiteit te worden uitgesloten.


Het wordt ernstig wanneer verschillende gedragingen samenkomen:

  • de nieuwe partner wordt bij familieactiviteiten betrokken, maar het kind niet;
  • het kind krijgt geen begrijpelijke reden waarom het niet mee mag;
  • over de aanwezigheid van de nieuwe partner wordt gelogen
  • de ouder blijft ontkennen wanneer het kind de waarheid ontdekt;
  • verklaringen veranderen zodra eerdere uitleg niet meer houdbaar is;
  • vragen van het kind worden afgedaan als lastig, jaloers of beïnvloed;
  • verdriet en weerstand veranderen niets aan het gedrag;
  • familieleden werken mee aan stilzwijgen of geheimhouding;
  • de ouder verwacht dat het kind de nieuwe situatie zonder verder onderzoek accepteert.

Dan gaat het niet meer over één gemiste activiteit

Er kan een patroon ontstaan waarin de nieuwe partner toegang en bescherming krijgt, terwijl het kind moet missen, twijfelen en zich aanpassen.
Wanneer een kind bij herhaling moet wijken om de rust van een nieuwe relatie te bewaren, wordt in zichtbaar gedrag een rangorde aangebracht.

Liegen om een nieuwe relatie te beschermen

Kinderen hoeven niet alle volwassen details te kennen.
Zij hoeven niets te weten over seksueel contact, financiële conflicten of persoonlijke verwijten tussen voormalige partners.
Dat is iets anders dan bewust een onwaar verhaal vertellen.


Een leeftijds adequate uitleg kan zijn:
“Je gaat deze keer niet mee. Ik begrijp dat je dat verdrietig vindt. Je hebt niets verkeerd gedaan en je mag vertellen wat dit met je doet.”
Die uitleg kan teleurstellend zijn, maar is duidelijk.


Problematisch wordt het wanneer een ouder bijvoorbeeld zegt:

  • dat er geen familie-uitje is;
  • dat de nieuwe partner niet meegaat;
  • dat er geen feest wordt gehouden;
  • dat de ouder ergens anders verblijft;
  • dat het kind de situatie verkeerd heeft gezien;
  • terwijl de ouder weet dat dit niet klopt.

Wanneer het kind later de waarheid ontdekt, ontstaat een tweede verwonding. 

Het kind was niet alleen buitengesloten, maar is ook misleid door de persoon van wie het veiligheid en betrouwbaarheid verwacht.

Ontkennen wat het kind zelf heeft gezien
Kinderen begrijpen niet altijd alle volwassen gebeurtenissen. 


Toch kunnen zij concrete dingen waarnemen:

  • wie bij een activiteit aanwezig was;
  • wat op een foto zichtbaar is;
  • wat familieleden hebben verteld;
  • welke persoon herhaaldelijk contact met de ouder had;
  • wanneer het gedrag van de ouder veranderde;
  • welke uitleg eerder is gegeven;
  • of die uitleg later werd aangepast.


Wanneer een ouder blijft ontkennen wat aantoonbaar is gebeurd, kan het kind gaan twijfelen:

  • Heb ik het verkeerd gezien?
  • Mag ik mijn eigen herinnering vertrouwen?
  • Waarom zegt mijn ouder iets anders?
  • Ben ik lastig omdat ik vragen stel?
  • Welke andere verhalen kloppen misschien ook niet?


Dit is ernstiger dan een gewone meningsverschil:  De ouder die het kind duidelijkheid moet geven, wordt dan zelf een bron van onzekerheid.


Niet iedere onjuiste herinnering is gaslighting. 

  • Die term vraagt om voorzichtigheid. 
  • Wanneer de werkelijkheid echter herhaaldelijk bewust wordt ontkend en het kind daardoor aan zijn eigen waarneming gaat twijfelen, raakt het gedrag wel aan dit schadelijke patroon.


De opeenstapeling van teleurstellingen

Een ouder kan een fout maken.
Een onjuiste uitleg kan worden erkend en hersteld.

De ernst neemt toe wanneer hetzelfde proces terugkeert:

Het kind wordt niet betrokken.
Het krijgt een onvolledige of onjuiste uitleg.
Het ontdekt later wat werkelijk gebeurde.
Het stelt vragen.
De ouder ontwijkt of ontkent.
Het verdriet van het kind wordt kleiner gemaakt.
Er volgt geen erkenning of herstel.
Bij een volgende gebeurtenis gebeurt hetzelfde.

Het kind verliest dan niet alleen gezamenlijke momenten. Het kan ook steeds minder vertrouwen krijgen in de woorden van zijn ouder.

Mogelijke gevolgen zijn:

  • verdriet en boosheid;
  • teruggetrokken gedrag;
  • onzekerheid;
  • minder vragen durven stellen;
  • wantrouwen tegenover volwassenen;
  • angst om te worden vervangen;
  • weerstand tegen de nieuwe partner;
  • buikpijn, hoofdpijn of slaapproblemen;
  • concentratieproblemen;
  • spanning voorafgaand aan contactmomenten;
  • niet meer willen praten over wat het meemaakt.


Deze signalen bewijzen niet automatisch wat de oorzaak is. Ze moeten wel serieus worden onderzocht.

Het verschil tussen het oude gezin en de nieuwe situatie
Voor volwassenen kan een familie-uitje één afzonderlijke gebeurtenis zijn. Voor een kind kan het symbool staan voor zijn plaats binnen de familie.

Vóór de scheiding hoorde het kind mogelijk vanzelfsprekend bij:

verjaardagen;
feestdagen;
vakanties;
uitstapjes;
bezoeken aan opa en oma;
andere familieactiviteiten.

Na de scheiding kan het kind zien dat een nieuwe partner wel bij deze familie wordt opgenomen, terwijl het zelf niet aanwezig mag zijn.

Dat hoeft niet bedoeld te zijn als vervanging. Het kan door het kind wel zo worden ervaren:
“Eerst hoorde ik erbij. Nu gaat iemand anders mee en moet ik thuisblijven.”
De bedoeling van volwassenen is niet het enige wat telt. Ook het zichtbare gedrag en de ervaring van het kind zijn belangrijk.
Het Nederlands Jeugdinstituut beschrijft dat kinderen tijd nodig hebben om hun plaats in een samengesteld gezin te vinden. Zij kunnen bang zijn dat de nieuwe partner de andere ouder vervangt of dat zij hun eigen ouder aan de nieuwe partner verliezen.
Juist daarom moet de bestaande ouder-kindband actief worden beschermd. Niet alleen in woorden, maar vooral in keuzes.
Wat wordt werkelijk beschermd?
Wanneer een ouder over de nieuwe partner liegt, is het nodig om te onderzoeken waarom eerlijkheid zo moeilijk is.

Mogelijke redenen zijn:

  • angst voor vragen van het kind;
  • schuld of schaamte;
  • conflictvermijding;
  • vrees voor kritiek van de andere ouder;
  • bescherming van de eigen reputatie;
  • spanning met familie;
  • angst dat openheid de nieuwe relatie onder druk zet;
  • het voorkomen van discussie over de ontstaansgeschiedenis van de relatie.

Deze redenen kunnen gedrag verklaren. Zij rechtvaardigen het niet.
Conflictvermijding door te liegen lost het ongemak van de volwassene tijdelijk op, maar verplaatst de verwarring naar het kind.
Wanneer steeds de nieuwe partner, reputatie of officiële tijdlijn wordt beschermd, terwijl het kind de teleurstelling draagt, moet worden gevraagd waar de werkelijke prioriteit ligt.
Dat blijkt niet uit de uitspraak “mijn kinderen staan altijd voorop”. 

Het blijkt uit:

  • wie wordt meegenomen;
  • wie wordt buitengesloten;
  • wie de waarheid krijgt;
  • naar wie werkelijk wordt geluisterd;
  • wie bescherming ontvangt;
  • wie zich voortdurend moet aanpassen.


Wat als de nieuwe relatie al vóór of tijdens de breuk vorm kreeg?
Het is niet altijd duidelijk wanneer een nieuwe relatie werkelijk begon. Mensen gebruiken daarvoor verschillende grenzen.
Sommigen spreken pas over een relatie nadat lichamelijk contact heeft plaatsgevonden. Relationele betrokkenheid kan echter eerder ontstaan, bijvoorbeeld door:

  • dagelijks persoonlijk berichtenverkeer;
  • flirten;
  • heimelijke ontmoetingen;
  • toenemende emotionele intimiteit;
  • het delen van huwelijksproblemen;
  • verliefde gevoelens;
  • berichten afschermen of verwijderen;
  • gezamenlijke toekomstplannen;
  • emotionele afstand tot de huwelijkspartner;
  • bewust investeren in een mogelijke relatie.


Daarom is de officiële datum niet altijd het volledige verhaal.
Dat een relatie kort na de scheiding bekend wordt, bewijst niet dat zij tijdens het huwelijk bestond. Intensief contact bewijst evenmin automatisch een affaire.

Maar wanneer verschillende signalen samenkomen, zijn kritische vragen gerechtvaardigd:

  • Wanneer werd het contact persoonlijk?
  • Wanneer ontstonden gevoelens?
  • Wanneer werd het contact geheim?
  • Wanneer begonnen betrokkenen bewust naar elkaar toe te bewegen?
  • Welke grenzen golden zolang één van beiden nog een relatie had?
  • Wat is destijds aan de huwelijkspartner verteld?
  • Welke antwoorden kregen de kinderen?
  • Waarom wijken eerdere verklaringen mogelijk af van de latere tijdlijn?
  • Werd openheid vermeden om schuld, kritiek of gezichtsverlies te voorkomen?


Een hypothese is geen bewezen beschuldiging.
Maar een pijnlijke mogelijkheid vooraf uitsluiten om de nieuwe relatie buiten kritiek te houden, is evenmin eerlijk onderzoek.


“Er is niemand anders” kan toch misleidend zijn

Kinderen kunnen veranderingen opmerken voordat een relatie officieel wordt gemaakt.

Zij merken bijvoorbeeld dat een ouder:

  • veel contact heeft met één persoon;
  • de telefoon afschermt;
  • na berichten anders reageert;
  • vaker afwezig is;
  • thuis emotioneel afstandelijker wordt;
  • steeds over dezelfde “vriend” of “vriendin” praat.


Een kind kan dan vragen:
“Heb je iemand anders?”

Wanneer de ouder zegt dat er niemand is, terwijl al heimelijk, emotioneel, romantisch of toekomstgericht contact bestaat, kan dat antwoord misleidend zijn.
Ook zonder officieel relatie-etiket kan zich al een duidelijke beweging naar een ander ontwikkelen. 


Als later precies die persoon als nieuwe partner wordt voorgesteld, kan het kind denken:

  • Ik voelde het dus wel goed.
  • Waarom werd mijn vraag ontkend?
  • Waarom werd mij verzekerd dat er niet werd gelogen?
  • Wat moet ik nu nog geloven?


Voor het kind gaat het dan niet alleen over de nieuwe partner. Het gaat ook over de betrouwbaarheid van de ouder.

Wat zegt blijvende afwijzing van de nieuwe partner?
Kinderen bepalen niet wie hun ouder als partner kiest. 

Maar blijvende weerstand mag niet automatisch worden afgedaan als jaloezie, beïnvloeding door de andere ouder of gewone moeite met verandering.

De Richtlijn Scheiding beschrijft: dat de vorming van een samengesteld gezin voor kinderen veel extra stress kan veroorzaken. Kinderen kunnen onvoldoende tijd krijgen om de scheiding te verwerken, de aandacht van hun ouder moeten delen of ervaren dat de nieuwe partner zich te snel met de opvoeding bemoeit.

Bij aanhoudende afwijzing moet daarom worden onderzocht:

  • wanneer het wantrouwen begon;
  • wat het kind vóór, tijdens en na de breuk heeft waargenomen;
  • welke veranderingen het bij de ouder zag;
  • welke vragen het over de breuk en een mogelijke nieuwe partner stelde;
  • welke antwoorden het daarop kreeg;
  • of die antwoorden later veranderden of onjuist bleken;
  • waarom de uitleg over de breuk niet aansluit bij zijn ervaring;
  • of het kind nog verbinding zoekt met het oude gezin;
  • waarom het denkt of voelt dat herstel niet werkelijk is onderzocht;
  • of de nieuwe partner te snel werd geïntroduceerd;
  • of het kind zich vervangen, buitengesloten of minder belangrijk voelt;
  • of het voldoende tijd alleen met de eigen ouder krijgt;
  • of contact met de nieuwe partner feitelijk wordt opgedrongen;
  • of het kind denkt dat “nee” zeggen boosheid, teleurstelling of afwijzing veroorzaakt;
  • of de nieuwe partner te snel een opvoedende of sturende rol kreeg;
  • of geheimhouding, uitsluiting en veranderende verklaringen het vertrouwen hebben beschadigd;
  • welke lichamelijke, emotionele en gedragsmatige signalen het kind laat zien.


Wanneer meerdere kinderen onafhankelijk vergelijkbare signalen geven, vormt dat geen automatisch bewijs tegen de nieuwe partner.
Het is wel belangrijke informatie die niet mag worden weggewuifd.
Een ouder die zonder onderzoek blijft zeggen dat de kinderen moeten wennen, eist aanpassing van de kinderen terwijl het gedrag van de volwassenen buiten beeld blijft.

De vraag hoort daarom niet uitsluitend te zijn:
“Hoe kunnen wij het kind leren omgaan met de nieuwe situatie?”

Eerst moet worden gevraagd:
“Wat probeert dit kind al langere tijd duidelijk te maken en waarom is daarop nog onvoldoende gereageerd?”

Wanneer een kind verbinding blijft zoeken

Sommige kinderen blijven na een scheiding zoeken naar verbinding met het gezin zoals zij dat vóór de breuk kenden.
Dat hoeft niet alleen voort te komen uit de wens dat alles weer precies hetzelfde wordt.

Het kind kan hebben gezien dat:

  • er vóór de breuk naast spanningen ook liefde en verbondenheid waren;
  • de afstand tussen de ouders pas in een bepaalde periode toenam;
  • een ouder opeens anders ging reageren;
  • niet alle problemen openlijk zijn besproken;
  • vragen over een andere persoon werden ontkend;
  • één ouder nog wilde praten of hulp wilde zoeken;
  • de scheiding sneller werd doorgezet dan het kind kon begrijpen;
  • de nieuwe partner al vroeg een plaats kreeg;
  • het volwassen verhaal niet aansluit bij wat het kind heeft meegemaakt.


Kinderen beslissen niet of een relatie wordt hersteld

Hun waarnemingen mogen echter niet als onbelangrijk worden behandeld omdat volwassenen al een keuze hebben gemaakt.
Een volwassen besluit beëindigt niet automatisch de vragen, waarnemingen en gevoelens van een kind.
Wanneer het kind verbinding blijft zoeken, moet worden onderzocht welke behoefte daaronder ligt. 

Mogelijk zoekt het naar:

  • een eerlijke uitleg;
  • erkenning van wat het heeft gezien;
  • herstel van vertrouwen;
  • zekerheid dat het niet is vervangen;
  • meer verbinding met beide ouders;
  • ruimte om positieve herinneringen aan het oude gezin te houden;
  • duidelijkheid over waarom herstel volgens volwassenen niet mogelijk was;
  • toestemming om de nieuwe situatie nog niet goed te vinden.

Een kind hoeft niet te worden overtuigd dat de scheiding de juiste keuze was.
Het heeft volwassenen nodig die zijn ervaring serieus nemen, ook wanneer die ervaring ongemakkelijk is.


Buikpijn, nachtmerries en driftbuien zijn signalen
Kinderen kunnen spanning niet altijd duidelijk onder woorden brengen. Vooral jongere kinderen laten via hun lichaam, slaap en gedrag zien dat zij vastlopen.

Mogelijke signalen zijn:

  • vaak of langdurig buikpijn hebben;
  • slecht inslapen of doorslapen;
  • terugkerende nachtmerries;
  • angstig wakker worden;
  • driftbuien;
  • snel boos of verdrietig worden;
  • teruggetrokken gedrag;
  • concentratieproblemen;
  • niet naar een ouder of nieuwe partner willen;
  • opnieuw bedplassen;
  • lichamelijke onrust rond wisselmomenten;
  • steeds dezelfde vragen over de breuk stellen;
  • bang zijn dat eerlijk spreken een ouder boos maakt.

Thuisarts beschrijft: dat langdurige buikpijn bij kinderen vaak met spanning of stress kan samenhangen.
Problemen in het gezin en emoties van ouders kunnen aan die spanning bijdragen.
De buikpijn is dan niet ingebeeld. Spanning kan via de wisselwerking tussen hersenen en darmen echte lichamelijke klachten veroorzaken.

Nachtmerries, buikpijn en driftbuien bewijzen op zichzelf niet dat de scheiding of nieuwe partner de oorzaak is. 

Buikpijn kan ook een lichamelijke oorzaak hebben.
Wanneer deze klachten aanhouden of duidelijk toenemen rond gesprekken, wisselmomenten of contact met de nieuwe partner, moeten zij wel serieus worden onderzocht.

Het is dan onvoldoende om te zeggen:
“Het kind moet nog leren omgaan met de scheiding.”

Een kind dat bijna iedere nacht nachtmerries heeft, vaak buikpijn ervaart of herhaaldelijk ontregeld raakt, laat zien dat de huidige situatie voor hem onvoldoende draaglijk of begrijpelijk is.

Dat vraagt niet alleen behandeling van de klachten, maar ook onderzoek naar de omstandigheden die de spanning mogelijk in stand houden.
Bij aanhoudende buikpijn, veel nachtmerries of ernstige driftbuien is beoordeling door de huisarts of een gekwalificeerde jeugdprofessional verstandig. 

Lichamelijke oorzaken mogen niet bij voorbaat worden uitgesloten.

Een opgelegde keuze vermomd als een vraag

Soms wordt tegen een kind gezegd:
“Je gaat de nieuwe partner toch zien. Zouden jullie het leuk vinden om samen te voetballen, knutselen, koken of een dagje uit te gaan?”

Op het eerste gezicht lijkt het kind inspraak te krijgen. 

Maar wanneer al vaststaat dat het contact doorgaat, heeft het kind alleen invloed op de activiteit. 

Het mag niet antwoorden op de vraag die voor hem werkelijk belangrijk is: wil en kan ik deze persoon nu al zien?

Het kind kan dit ervaren als:

  • Ik mag kiezen wat we gaan doen, maar niet of ik hem of haar wil zien.
  • Als ik nee zeg, gaat het toch door.
  • Als ik blijf weigeren, wordt mijn ouder boos of verdrietig.
  • Ik moet iets leuks kiezen om te laten zien dat ik de nieuwe partner accepteer.
  • Mijn echte antwoord is niet welkom.

Dit is geen vrije keuze. 

Het is een beperkte keuze binnen een besluit dat al door volwassenen is genomen.
Het aanbieden van gezamenlijke activiteiten kan helpen wanneer het kind voldoende tijd, veiligheid en vrijwilligheid ervaart. 

Het wordt druk wanneer een leuke activiteit wordt gebruikt om weerstand te omzeilen of acceptatie af te dwingen.
Voetballen, koken, knutselen of een dagje uit lossen onderliggend wantrouwen niet op. 

Een gezellige activiteit kan voor volwassenen de indruk geven dat het contact goed verloopt, terwijl het kind ondertussen ervaart dat zijn werkelijke bezwaar niet wordt gehoord.
Een kind laten kiezen wat het met de nieuwe partner gaat doen, is niet hetzelfde als luisteren naar de vraag of het kind al aan dat contact toe is.

Wanneer “nee” zeggen niet veilig voelt
Een kind kan om zijn mening worden gevraagd en toch ervaren dat het geen vrije keuze heeft. 

Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer het verwacht dat:

  • de ouder boos of teleurgesteld wordt;
  • het opnieuw moet uitleggen waarom het de nieuwe partner niet wil zien;
  • zijn antwoord toch niets verandert;
  • het als lastig, jaloers of ondankbaar wordt gezien;
  • het verantwoordelijk wordt gemaakt voor het geluk van de ouder;
  • therapie wordt gebruikt om zijn weerstand te verminderen.


Een kind kan daarom “ja” zeggen om spanning te voorkomen. 

Zo’n antwoord hoeft geen instemming te betekenen. 

Het kan ook een vorm van aanpassen zijn: het kind weet dat de volwassene uiteindelijk toch beslist.

Professionals  vragen niet alleen wat het kind kiest, maar ook:

  • Voelt het kind zich vrij om nee te zeggen?
  • Wat denkt het kind dat er gebeurt als het weigert?
  • Is de ouder bereid het antwoord werkelijk serieus te nemen?
  • Wordt het tempo aangepast wanneer het kind spanning laat zien?
  • Is de keuze nog open of staat de uitkomst al vast?
  • Wordt het kind positief benaderd bij acceptatie en negatief bij weerstand?

Inspraak zonder dat het antwoord iets mag veranderen, is geen werkelijke inspraak.

Kinderen moeten daadwerkelijk worden gehoord
Kinderen horen betekent meer dan één keer vragen hoe zij zich voelen.

Het betekent zorgvuldig onderzoeken:

  • wat zij concreet hebben gezien en gehoord;
  • wanneer zij veranderingen begonnen te merken;
  • wat gebeurtenissen voor hen betekenen;
  • welke antwoorden zij eerder kregen;
  • of die antwoorden later veranderden;
  • of zij zich buitengesloten of vervangen voelen;
  • waarom zij de nieuwe partner niet vertrouwen;
  • of zij zich vrij voelen om te spreken;
  • of zij bang zijn hun ouder boos te maken;
  • welke plaats zij binnen de nieuwe situatie ervaren;
  • wat zij nodig hebben om vertrouwen terug te krijgen.



Professionals horen daarbij niet uitsluitend te vragen hoe het kind de nieuwe situatie kan leren accepteren. 

Ook de keuzes, verklaringen en gedragingen van de volwassenen moeten onderzocht kunnen worden.
Wie kinderen alleen hoort zolang hun verhaal binnen de gekozen scheiding en nieuwe relatie past, hoort hen niet werkelijk.
Therapie mag geen middel worden om een keuze te bevestigen
Begeleiding na een scheiding kan kinderen helpen woorden te geven aan verdriet, boosheid, angst en loyaliteitsproblemen. 

Het OKEE-begeleidingstraject van het NJi richt zich bijvoorbeeld op emoties, zelfvertrouwen, communicatie, loyaliteit en ouder-kind communicatie.

Therapie wordt echter eenzijdig wanneer het doel vooraf al vaststaat:
“De ouder heeft gekozen.  Het kind moet met de scheiding en de nieuwe partner leren omgaan.”

Dan bestaat het risico dat alleen het kind wordt behandeld, terwijl de verklaringen, keuzes en gedragingen van volwassenen buiten onderzoek blijven.

Verantwoorde begeleiding moet ruimte geven aan vragen als:

  • Waarom vertrouwt het kind het verhaal over de breuk niet?
  • Wat heeft het zelf waargenomen?
  • Waarom blijft het verbinding zoeken met het oude gezin?
  • Welke uitspraken van volwassenen bleken later niet te kloppen?
  • Welke rol speelt de nieuwe partner in het wantrouwen?
  • Voelt het kind zich gedwongen tot contact?
  • Is het bang dat eerlijk spreken de ouder boos maakt?
  • Welke gebeurtenissen veroorzaken buikpijn, nachtmerries of driftbuien?
  • Wat moeten de volwassenen in hun eigen gedrag veranderen?
  • Is tijdelijk minder contact met de nieuwe partner nodig?
  • Hoe kan eerst de ouder-kind band worden hersteld?

Een kind mag in therapie over alles praten, ook over onderwerpen die de ouder liever afgesloten houdt.
Het moet met een professional kunnen spreken zonder bang te zijn dat ieder woord direct wordt gebruikt in het conflict tussen volwassenen.
Therapie hoort de stem van het kind vrij te maken, niet die stem passend te maken bij een reeds genomen besluit.

Wanneer kinderen nog mogelijkheden voor herstel zien

Kinderen zijn geen relatietherapeuten en mogen nooit verantwoordelijk worden gemaakt voor het herstellen van een huwelijk.
Dat betekent niet dat hun waarnemingen minder belangrijk zijn dan die van volwassenen.

Kinderen hebben vaak jarenlang van dichtbij gezien:

  • hoe hun ouders vóór de problemen met elkaar omgingen;
  • dat naast spanning ook liefde, zorg en verbondenheid bestonden;
  • wanneer de emotionele afstand groter werd;
  • welke omstandigheden het gezinsleven belastten;
  • of een ouder nog openstond voor gesprekken en herstel;
  • wanneer het gedrag van een ouder veranderde;
  • wanneer een mogelijke nieuwe partner in beeld kwam;
  • welke vragen zij daarover stelden;
  • welke antwoorden later niet bleken te kloppen.

Kinderen kunnen daardoor veranderingen en tegenstrijdigheden waarnemen die in het volwassen verhaal buiten beeld zijn geraakt.

Hun waarnemingen mogen niet worden afgesloten met uitspraken als:

“Jullie begrijpen het niet.”
“Dit is alleen iets tussen volwassenen.”
“Er zijn genoeg kansen geweest.”
“De relatie was al lang voorbij.”
“Jullie moeten de nieuwe partner gewoon accepteren.”
“Jullie hopen alleen maar dat wij weer bij elkaar komen.”

Deze antwoorden beëindigen het gesprek, maar verklaren niet wat het kind concreet heeft gezien, gehoord en ervaren.
De wens van een kind bewijst niet dat een huwelijk hersteld kan worden. 

De waarnemingen van het kind kunnen wel laten zien dat het bestaande verhaal mogelijk onvolledig is.
Kinderen bepalen de uitkomst niet, maar zijn wel getuigen van het gezin dat verloren is gegaan.
Herstel onderzoeken betekent daarom niet dat kinderen hun ouders moeten herenigen. 

Het betekent dat volwassenen bereid zijn te onderzoeken:

  • of belangrijke omstandigheden zijn gemist;
  • of relationele problemen volledig zijn onderzocht;
  • of verklaringen achteraf te eenvoudig zijn geworden;
  • welke invloed een mogelijke nieuwe relatie had;
  • of eerdere hulp alle relevante lagen meenam;
  • of vertrouwen, gezamenlijk ouderschap of relationele verbinding nog kunnen worden hersteld.

Geen enkele uitkomst mag vooraf worden gegarandeerd. Maar herstel vooraf onmogelijk verklaren zonder alle relevante omstandigheden te onderzoeken, is evenmin zorgvuldig.

Niet horen kan opnieuw schade veroorzaken
Wanneer een kind herhaaldelijk aangeeft dat iets niet klopt, maar volwassenen vasthouden aan één gesloten verhaal, kan het kind opnieuw worden geraakt.

Het verliest dan niet alleen het oude gezin. Het kan ook leren:

  • mijn waarneming telt niet;
  • mijn vragen zijn ongewenst;
  • mijn ouder verdedigt de nieuwe partner;
  • ik moet mij aanpassen aan beslissingen die niet eerlijk worden uitgelegd;
  • volwassenen bepalen achteraf wat ik heb meegemaakt;
  • spreken heeft geen zin.


Een kind dat uiteindelijk zwijgt, heeft de situatie niet noodzakelijk geaccepteerd. 

Het kan ook hebben opgegeven.

Stilte is daarom niet automatisch een teken dat de weerstand voorbij is.

De verantwoordelijkheid van de ouder
Een ouder mag een relatie aangaan en grenzen stellen. Daar hoort volledige verantwoordelijkheid bij voor de manier waarop dit tegenover de kinderen gebeurt.

Dat betekent:

  • eerlijk en bij de leeftijd passend uitleg geven;
  • geen onwaar verhaal gebruiken om ongemak te vermijden;
  • erkennen wanneer een eerdere verklaring niet klopte;
  • het kind niet verantwoordelijk maken voor geheimen;
  • luisteren zonder onmiddellijk de nieuwe partner te verdedigen;
  • voldoende tijd alleen met het kind beschermen;
  • de oorzaak van weerstand onderzoeken;
  • gedrag aanpassen wanneer het kind herhaaldelijk wordt gekwetst;
  • professionele hulp vragen wanneer vertrouwen niet herstelt.

Wanneer een ouder weet dat het kind telkens wordt geraakt, maar hetzelfde gedrag blijft herhalen, kan niet langer alleen over een communicatiefout worden gesproken.
Dan wordt een schadelijk patroon in stand gehouden.
Weten dat een kind pijn heeft en vervolgens niets veranderen, is eveneens een keuze.


De verantwoordelijkheid van de nieuwe partner
Een nieuwe partner heeft meestal geen ouderlijk gezag. Dat betekent niet dat diegene geen verantwoordelijkheid draagt voor wat er rondom de relatie met de kinderen gebeurt.

Wanneer de nieuwe partner weet dat:

  • kinderen worden voorgelogen;
  • de eigen aanwezigheid voor hen wordt verborgen;
  • kinderen bij familieactiviteiten worden buitengesloten;
  • zij zich vervangen of afgewezen voelen;
  • zij de nieuwe partner blijvend afwijzen;
  • zij buikpijn, nachtmerries, driftbuien of angst laten zien;
  • familieleden geacht worden te zwijgen;
  • de ouder-kind band door de nieuwe relatie verder beschadigd raakt;
  • dan is de nieuwe partner geen neutrale buitenstaander meer.
  • Een verantwoordelijke nieuwe partner behoort dan:
  • te weigeren aan leugens en geheimhouding mee te werken;
  • openlijk te vragen waarom de kinderen ontbreken of worden buitengesloten;
  • ruimte te maken voor tijd en herstel tussen de ouder en het kind;
  • geen plaats binnen het gezin of de familie in te nemen ten koste van de kinderen;
  • aan te dringen op eerlijkheid tegenover de kinderen en de andere ouder;
  • het tempo van kennismaking en contact sterk te verlagen;
  • niet mee te werken aan opgelegde of gedwongen activiteiten;
  • de signalen van het kind serieus te nemen, ook wanneer dit ongemakkelijk is;
  • tijdelijk afstand te nemen wanneer de eigen aanwezigheid de spanning vergroot;
  • aan te dringen op onafhankelijk professioneel onderzoek;
  • te erkennen wanneer de relatie een destructieve invloed krijgt op de band tussen de biologische ouder en het kind;
  • zich uit de relatie terug te trekken wanneer de relatie alleen kan blijven bestaan doordat de kinderen blijvend worden misleid, uitgesloten of emotioneel beschadigd.


De laatste stap is zwaar, maar mag niet buiten beeld blijven. 

Een volwassen partner kan niet zeggen het beste met een ouder voor te hebben en ondertussen accepteren dat de band tussen die ouder en zijn of haar kinderen verder wordt beschadigd.
Wie ziet dat de eigen aanwezigheid onderdeel is geworden van een destructief patroon tussen een ouder en diens kinderen, heeft de verantwoordelijkheid om niet alleen naar het kind te wijzen. 

Diegene moet ook de eigen positie en de relatie zelf ter discussie durven stellen.
Een nieuwe partner kan niet van kinderen verlangen dat zij zich blijven aanpassen, terwijl diegene zelf niets wil opgeven. 

Wanneer minder contact, meer tijd, eerlijkheid en professionele begeleiding geen herstel brengen, of door de volwassenen worden geweigerd, kan terugtrekken uit de relatie de enige werkelijk verantwoordelijke keuze zijn.

Dat betekent niet: dat ieder probleem automatisch tot beëindiging van de relatie moet leiden. 

Wel betekent het: dat voortzetting geen vanzelfsprekend recht is wanneer de emotionele veiligheid van kinderen daarvoor structureel moet wijken.

Een volwassen relatie:  die alleen kan voortbestaan ten koste van de ouder-kind band heeft geen gezonde basis. 


Wie dat ziet en toch blijft, kiest niet langer alleen voor liefde

Diegene kiest er ook voor om een schadelijk patroon te laten voortbestaan.

Geen ouderlijk gezag hebben, ontslaat iemand niet van morele verantwoordelijkheid.

Wat zegt dit over de basis van de nieuwe relatie?

  • Een betrouwbare relatie moet kritische vragen kunnen verdragen:
  • Hoe zijn wij bij elkaar gekomen?
  • Welke grenzen golden vóór de scheiding?
  • Was ons contact toen al emotioneel of romantisch?
  • Wist de andere partner daarvan?
  • Waren wij eerlijk tegen de kinderen?
  • Waarom moet onze aanwezigheid soms worden verborgen?
  • Welke schade hebben onze keuzes mogelijk veroorzaakt?
  • Wat moeten wij erkennen en herstellen?

Wanneer een relatie alleen rustig blijft zolang deze vragen niet worden gesteld, ontbreekt mogelijk een wezenlijke vorm van openheid en zelfonderzoek.

Een nieuwe relatie verdient niet automatisch bescherming tegen kritiek omdat zij inmiddels bestaat. Haar voortbestaan maakt eerdere keuzes niet vanzelf zorgvuldig, eerlijk of onschadelijk.
Een relatie wordt niet gezond doordat volwassenen haar officieel maken. Zij wordt betrouwbaar door de manier waarop zij omgaan met waarheid, verantwoordelijkheid en de kinderen die de gevolgen dragen.

De keuze van de ouder maakt onderzoek niet overbodig
Een volwassene heeft het recht een relatie te beëindigen en een nieuwe relatie aan te gaan. 

Dat betekent niet dat kinderen:

  • het besluit direct moeten begrijpen;
  • de nieuwe partner moeten vertrouwen;
  • contact moeten willen;
  • eerdere waarnemingen moeten loslaten;
  • geen vragen meer mogen stellen;
  • verdriet moeten verbergen;
  • lichamelijke en emotionele signalen moeten onderdrukken;
  • de nieuwe situatie als juist moeten bevestigen.


“De keuze is gemaakt”   kan nooit het volledige antwoord zijn wanneer het kind blijft vastlopen. 

Een keuze van een volwassene maakt de gevolgen voor het kind niet minder werkelijk. Zij ontslaat de ouder evenmin van de verantwoordelijkheid om het eigen handelen kritisch te onderzoeken.
Omdat een volwassene een keuze heeft gemaakt, betekent dit niet dat de gevoelens, het gedrag en de lichamelijke klachten van een kind alleen maar “wennen” zijn. 

Als een kind blijft vastlopen, moet eerlijk worden onderzocht wat de keuze van de ouder, de manier waarop deze is uitgevoerd en de aanwezigheid van de nieuwe partner met het kind doen.
Een kind bepaalt niet met wie een ouder een relatie heeft. Maar dat betekent niet dat iedere nieuwe relatie onder alle omstandigheden moet worden voortgezet.

Wanneer die relatie samengaat met aanhoudende buikpijn, nachtmerries, driftbuien, angst, liegen, uitsluiting of opgedrongen contact, moet niet alleen het kind worden geholpen om de relatie te accepteren. 

Dan moeten ook de volwassenen, hun gedrag en de relatie zelf kritisch worden onderzocht.

Daarbij horen vragen als:

  • Kan het contact met de nieuwe partner tijdelijk worden verminderd of gestopt?
  • Moet de introductie opnieuw en veel langzamer worden opgebouwd?
  • Krijgt het kind voldoende tijd alleen met de eigen ouder?
  • Waarom blijft het kind de nieuwe partner afwijzen?
  • Is eerlijk onderzocht wat het kind vóór en tijdens de breuk heeft waargenomen?
  • Is voldoende onderzocht welke problemen en mogelijkheden binnen het vorige huwelijk buiten beeld zijn gebleven?
  • Wordt het kind werkelijk gehoord, of wordt vooral geprobeerd de gemaakte keuze te bevestigen?
  • Blijft de ouder doorgaan omdat dit goed is voor het kind, of omdat terugkomen op de keuze twijfel, schaamte of gezichtsverlies kan oproepen?

Professionele richtlijnen:  zeggen niet dat een nieuwe relatie automatisch moet worden beëindigd zodra een kind haar afwijst. Zij zeggen wel dat de veiligheid en ontwikkeling van het kind een basisvoorwaarde zijn, dat het kind moet worden gehoord en dat de gevolgen van volwassen beslissingen zwaar moeten meewegen.

Het NJi adviseert:  ouders kinderen tijd te geven, hun gevoelens serieus te nemen en goed te volgen hoe het met hen gaat. 

De Kinderombudsman:  benadrukt dat bij beslissingen die kinderen raken altijd moet worden onderzocht wat goed is voor het kind.

Dat leidt tot een duidelijke grens:
Als een nieuwe relatie alleen kan doorgaan door de signalen van het kind te negeren, contact op te leggen of het kind in therapie tot acceptatie te bewegen, wordt niet werkelijk naar het kind geluisterd. 

Dan wordt vooral geprobeerd de keuze van de ouder te bevestigen.

Het kind hoeft niet te bewijzen dat het vorige huwelijk hersteld kon worden.
Maar wanneer het blijft aangeven dat het verloop van de breuk niet klopt met wat het zelf heeft gezien en ervaren, mag die waarneming niet worden weggewuifd.

Dan moet onafhankelijk worden onderzocht:

  • wat aan de breuk voorafging;
  • welke verklaringen zijn gegeven;
  • of die verklaringen later veranderden;
  • welke rol de nieuwe partner mogelijk speelde;
  • welke problemen onvoldoende zijn onderzocht;
  • welke vormen van herstel of hulp niet serieus zijn bekeken;
  • waarom het kind het volwassen verhaal niet vertrouwt.


Moet de nieuwe relatie worden beëindigd?
De afwijzing van een kind betekent niet automatisch dat de nieuwe relatie moet eindigen. Kinderen mogen ook niet verantwoordelijk worden gemaakt voor zo’n beslissing.
Maar beëindiging mag evenmin vooraf als onbespreekbaar worden beschouwd wanneer de relatie blijvend ten koste gaat van het kind.

Die vraag moet serieus worden wanneer blijkt dat:

  • de relatie langdurig ernstige schade voor het kind veroorzaakt;
  • eerlijkheid en vertrouwen niet kunnen worden hersteld;
  • de nieuwe partner onvoldoende ruimte laat voor de ouder-kind band;
  • contact telkens opnieuw tot ernstige spanning of ontregeling leidt;
  • volwassenen weigeren hun gedrag of het tempo aan te passen;
  • de stem van het kind alleen wordt gehoord wanneer deze binnen de gewenste uitkomst past;
  • het kind ondanks passende hulp verder vastloopt;
  • de relatie alleen behouden kan blijven doordat het belang van het kind steeds moet wijken.


Het eerste antwoord hoeft niet beëindiging te zijn

Eerst kan worden gedacht aan minder contact, een tijdelijke pauze, meer tijd alleen tussen ouder en kind, onafhankelijke begeleiding en een langzamere introductie.
Maar wanneer die aanpassingen worden geweigerd of geen veiligheid brengen, moet ook de relatie zelf ter discussie mogen staan.

Het geluk, de keuze of de reputatie van een volwassene staat niet boven de emotionele veiligheid van een kind.
Als de relatie niet op een veilige manier naast het ouderschap kan bestaan, moet niet alleen het kind veranderen
.

Dan moet eerlijk worden onderzocht of die relatie in haar huidige vorm kan blijven bestaan — en zo nodig of zij moet worden beëindigd.

Wat is veiliger voor het kind?

  • Emotionele veiligheid betekent dat het kind:
  • weet waar het aan toe is;
  • eerlijke antwoorden krijgt;
  • gevoelens zonder straf mag uiten;
  • geen volwassen geheimen hoeft te bewaren;
  • niet tussen ouders wordt geplaatst;
  • zijn eigen waarneming mag vertrouwen;
  • voldoende persoonlijke aandacht krijgt;
  • zeker weet dat het bij zijn ouder en familie blijft horen.


Wat geeft het kind werkelijk meer veiligheid en rust?
Wanneer contact met de nieuwe partner voortdurend samengaat met liegen, uitsluiting, angst, lichamelijke klachten of ernstige weerstand, is doorgaan op dezelfde manier niet veilig.
Het is dan onvoldoende om alleen te onderzoeken hoe het kind uiteindelijk aan de nieuwe partner kan wennen. Ook de keuze voor de nieuwe relatie, het ontstaan daarvan en het mogelijk onvolledig onderzochte vorige huwelijk moeten ter discussie kunnen staan.


Het kan nodig zijn om:

  • lichamelijke klachten en slaapproblemen medisch te laten beoordelen;
  • leugens en geheimhouding onmiddellijk te stoppen;
  • eerdere onjuiste of onvolledige verklaringen te erkennen;
  • het kind onafhankelijk en vrij te laten vertellen wat het heeft meegemaakt;
  • te onderzoeken wat het kind vóór, tijdens en na de breuk heeft waargenomen;
  • de oorzaak van de weerstand tegen de nieuwe partner te onderzoeken;
  • te stoppen met druk om de nieuwe partner te accepteren;
  • geen leuke activiteiten te gebruiken om weerstand te omzeilen;
  • contact met de nieuwe partner sterk te verminderen of tijdelijk volledig te stoppen;
  • tijd alleen tussen de biologische ouder en het kind te herstellen;
  • beide ouders opnieuw als gezamenlijk ouderteam te laten samenwerken;
  • te onderzoeken welke medische, cognitieve en relationele lagen in het vorige huwelijk onvoldoende zijn meegenomen;
  • eerdere relatietherapie kritisch te beoordelen op wat wel en niet is onderzocht;
  • de officiële tijdlijn en het ontstaan van de nieuwe relatie eerlijk te onderzoeken;
  • te beoordelen of de nieuwe relatie de keuze voor de scheiding steeds opnieuw bevestigt;
  • te onderzoeken of schuld, schaamte of angst voor gezichtsverlies een open herbeoordeling tegenhouden;
  • te onderzoeken of herstel van vertrouwen tussen de voormalige partners mogelijk is;
  • te onderzoeken of zij opnieuw als liefdespartners naar elkaar kunnen groeien;
  • te beoordelen welke mogelijkheid aantoonbaar de meeste veiligheid, rust en verbondenheid voor het hele gezin geeft;
  • onafhankelijke systeem- en relatietherapie in te schakelen waarin geen uitkomst vooraf vaststaat.



Ook herstel van het vorige huwelijk moet onderzocht mogen worden
Wanneer het vorige huwelijk nooit volledig en meerlagig is onderzocht, is het niet zorgvuldig om uitsluitend te vragen hoe het nieuwe samengestelde gezin kan slagen.


Dan moet ook worden gevraagd:


  • Waren de problemen werkelijk blijvend relationeel?
  • Welke problemen ontstonden mede door ziekte, uitputting of verlies van draagkracht?
  • Zijn gedrag en gevoelens mogelijk verkeerd uitgelegd?
  • Is eerdere relatietherapie te veel aan de oppervlakte gebleven?
  • Was de nieuwe partner al vóór of tijdens de breuk emotioneel aanwezig?
  • Heeft die verbinding invloed gehad op het loskomen van de huwelijkspartner?
  • Is de nieuwe relatie als lichter ervaren omdat daarin minder gezinsdruk en gezamenlijke verantwoordelijkheid bestonden?
  • Wordt de nieuwe relatie aangehouden omdat deze werkelijk gezond is, of omdat terugkijken twijfel en gezichtsverlies kan veroorzaken?
  • Is herstel met de vorige partner te snel uitgesloten?
  • Zou zorgvuldig herstel tussen de oorspronkelijke partners meer rust en veiligheid kunnen geven?


De aanwezigheid van een nieuwe relatie mag geen reden zijn om deze vragen niet meer te stellen. 

Dat een keuze eenmaal is gemaakt, bewijst niet dat deze keuze volledig onderzocht, zorgvuldig uitgevoerd of in het belang van het kind is geweest.
Een nieuwe relatie mag niet automatisch als eindpunt worden behandeld wanneer het vorige huwelijk mogelijk onvolledig is onderzocht en de kinderen door de nieuwe situatie blijvend vastlopen.

Herstel als ouders én mogelijk als liefdespartners
Herstel begint altijd met veiligheid, eerlijkheid en betrouwbaar ouderschap. 


Dat kan betekenen dat voormalige partners eerst opnieuw leren:

  • zonder verwijten met elkaar te spreken;
  • naar beide verhalen te luisteren;
  • ziekte en overbelasting alsnog serieus te onderzoeken;
  • verantwoordelijkheid te nemen voor onjuiste verklaringen;
  • de kinderen buiten het volwassen conflict te houden;
  • samen beslissingen in het belang van de kinderen te nemen;
  • beschadigd vertrouwen stap voor stap te herstellen.



Vanuit dat proces kan worden onderzocht of herstel beperkt blijft tot gezamenlijk ouderschap of dat ook herstel als liefdespartners mogelijk is.
Die mogelijkheid mag niet vooraf worden uitgesloten wanneer:

  • er nog wederzijdse bereidheid tot onderzoek bestaat;
  • niet alle oorzaken van de breuk zijn onderzocht;
  • ziekte of cognitieve overbelasting een belangrijke rol kan hebben gespeeld;
  • de nieuwe relatie mogelijk invloed had op de beeldvorming;
  • er naast beschadiging ook aantoonbare liefde en verbondenheid bestonden;
  • de oorspronkelijke partners bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen;
  • herstel meer rust en duurzame veiligheid voor het gezin kan bieden.


Kinderen mogen deze uitkomst niet hoeven afdwingen. Zij mogen evenmin verantwoordelijk worden gemaakt wanneer herstel niet lukt.

 Maar hun signalen kunnen wel aanleiding zijn om te stoppen met één vaststaande uitkomst en het hele proces opnieuw onafhankelijk te onderzoeken.

Herstel als liefdespartners is geen garantie en mag nooit alleen “voor de kinderen” worden afgedwongen. 

Maar wanneer het vorige huwelijk niet volledig is onderzocht, is het evenmin eerlijk om deze mogelijkheid buiten beeld te houden terwijl van de kinderen wel wordt verlangd dat zij de nieuwe relatie accepteren.

De nieuwe relatie mag niet het uitgangspunt blijven
Wanneer hulpverlening alleen onderzoekt hoe het kind aan de nieuwe partner kan wennen, wordt de keuze van de ouder vooraf bevestigd. 

De nieuwe relatie blijft dan onaantastbaar, terwijl het kind moet veranderen.

Werkelijk onafhankelijk onderzoek houdt alle verantwoorde mogelijkheden open:
herstel van veiligheid en vertrouwen tussen ouder en kind;

beëindiging van de nieuwe relatie wanneer deze structureel schadelijk blijft;

herstel van samenwerking tussen de oorspronkelijke ouders;
onderzoek naar mogelijk herstel als liefdespartners;

aanvaarding van de scheiding wanneer zorgvuldig blijkt dat relationeel herstel niet haalbaar of veilig is.

Deze volgorde betekent niet dat hereniging automatisch de juiste uitkomst is

Zij betekent dat de nieuwe relatie evenmin vooraf als juiste en blijvende uitkomst mag worden behandeld.
Als het kind zich moet aanpassen aan een beslissing die nooit volledig is onderzocht, wordt niet onbevooroordeeld naar veiligheid gezocht. 


Dan wordt vooral geprobeerd een volwassen keuze te behouden.

Wanneer kan beëindiging van de nieuwe relatie nodig zijn?
Beëindiging moet serieus worden overwogen wanneer:
de nieuwe relatie blijvend onrust en ontregeling veroorzaakt;

de kinderen structureel worden voorgelogen of buitengesloten;
de nieuwe partner deel blijft uitmaken van geheimhouding;

de ouder-kind band verder beschadigd raakt;
de nieuwe partner geen werkelijke ruimte maakt voor herstel;

contact verminderen geen verbetering brengt;
de volwassenen weigeren hun gedrag aan te passen;

het kind ondanks onafhankelijke hulp blijft vastlopen;
de nieuwe relatie open onderzoek naar het vorige huwelijk blokkeert;

de relatie vooral wordt aangehouden om de eerdere keuze, reputatie of tijdlijn te beschermen.

Wanneer de nieuwe relatie herstel van de ouder-kind band én eerlijk onderzoek naar het vorige huwelijk onmogelijk maakt, kan voortzetting zelf onderdeel van het probleem zijn. 

Dan moet beëindiging geen verboden onderwerp blijven.


De kritische grens

.Professionals stellen niet dat hereniging met een vorige partner automatisch beter is voor kinderen.
Een relatie herstellen zonder liefde, veiligheid of vrijwilligheid kan juist nieuwe spanning geven.
De kinderen mogen ook nooit worden gebruikt om een voormalige partner tot hereniging te dwingen

Professionele uitgangspunten ondersteunen wél dat het belang, de veiligheid en de stem van het kind zwaar moeten meewegen en dat relevante omstandigheden zorgvuldig moeten worden onderzocht.

Daaruit volgt:
Als de nieuwe relatie aantoonbaar onrust, wantrouwen en verwijdering blijft veroorzaken, terwijl het vorige huwelijk nooit volledig is onderzocht, moet niet alleen worden gewerkt aan acceptatie van de nieuwe partner. Dan moeten ook afstand of beëindiging van de nieuwe relatie en mogelijk herstel tussen de oorspronkelijke partners eerlijk en onafhankelijk worden onderzocht.

De uiteindelijke keuze blijft bij de volwassenen. Maar die keuze is pas werkelijk zorgvuldig wanneer zij niet wordt beschermd tegen onderzoek en wanneer niet het kind de prijs betaalt voor het vasthouden eraan.

De vraag is niet welke relatie volwassenen het liefst willen behouden. 

De vraag is welke volwassen keuzes eerlijk, veilig en verantwoord zijn — en welke keuze het kind niet langer dwingt om zijn gevoelens, waarnemingen en klachten opzij te zetten.


Nederlandse professionele bronnen

Richtlijnen Jeugdhulp – Richtlijn Scheiding
Beschrijft loyaliteitsconflicten en de extra stress die een samengesteld gezin bij kinderen kan veroorzaken. Kinderen kunnen onvoldoende tijd krijgen om de scheiding te verwerken en aan een nieuwe volwassene te wennen.

Richtlijnen Jeugdhulp – Vragen naar de ervaringen van het kind
Benadrukt dat professionals naar de ervaringen van kinderen moeten vragen en rekening moeten houden met hun positie, gevoelens en loyaliteit.

Richtlijnen Jeugdhulp – Behoeften van kinderen en jongeren
Beschrijft dat de veiligheid van het kind altijd een basisvoorwaarde is en dat ouders oog moeten hebben voor het gedrag en de behoeften van het kind.

Richtlijnen Jeugdhulp – Kernaanbevelingen bij scheiding
Onderstreept dat ouders op hun eigen verantwoordelijkheid moeten worden aangesproken en dat het belang van het kind centraal moet staan.

Kinderombudsman – Als ouders scheiden
Benadrukt dat bij beslissingen met grote gevolgen voor kinderen moet worden onderzocht wat goed is voor het kind. Het kind moet kunnen zeggen wat het wil en belangrijk vindt, waarna zijn belang zwaar moet meewegen.

Nederlands Jeugdinstituut – Hoe vinden kinderen hun plek in een samengesteld gezin?
Adviseert kinderen tijd te geven, gevoelens serieus te nemen, veranderingen te bespreken en eerlijk antwoord te geven op hun vragen.

Nederlands Jeugdinstituut – Gevolgen voor kinderen van een scheiding
Noemt een veilige en warme gezinssituatie, duidelijke structuur, weinig conflicten en een goede band met beide ouders als beschermende factoren.

Nederlands Jeugdinstituut – Scheiden: een veranderproces voor het hele gezin
Benadrukt dat kinderen moeten worden gehoord en dat hun ervaringen moeten worden meegenomen bij beslissingen over de nieuwe gezinssituatie.

Nederlands Jeugdinstituut – Hoe ga ik om met mijn stiefkind?
Adviseert nieuwe partners om ruimte te laten voor de eigen relatie tussen ouder en kind.

Nederlands Jeugdinstituut – KIES
Biedt kinderen een veilige en onafhankelijke plaats om hun verhaal te vertellen, vragen te stellen en zorgen te delen.

Nederlands Jeugdinstituut – OKEE-begeleidingstraject
Richt zich onder andere op emoties, loyaliteit, zelfvertrouwen en ouder-kind communicatie.

Thuisarts – Mijn kind heeft buikpijn die lang duurt
Beschrijft dat langdurige buikpijn bij kinderen vaak kan samenhangen met spanning, stress en problemen binnen het gezin.

    Afbakening van de onderbouwing
    Deze professionele bronnen geven geen vrijbrief voor liegen, ontkennen, geheimhouding of het herhaaldelijk buitensluiten van kinderen. Zij benadrukken juist dat kinderen behoefte hebben aan eerlijkheid, voorspelbaarheid, een veilige ouder-kind band en volwassenen die hun signalen serieus onderzoeken.

    De bronnen stellen niet vast wanneer één specifieke relatie is begonnen of welke bedoelingen bepaalde volwassenen hadden.
    Dat betekent echter niet dat tegenstrijdige verklaringen, verborgen contact, herhaald liegen en blijvende afwijzing door kinderen buiten onderzoek mogen blijven. 

    Wanneer concrete gebeurtenissen en tijdlijnen niet overeenkomen met wat volwassenen vertellen, zijn kritische vragen noodzakelijk.

    Professionele richtlijnen schrijven niet voor dat iedere nieuwe relatie bij weerstand van een kind moet worden beëindigd.
    Zij maken wel duidelijk dat de veiligheid, ontwikkeling en stem van het kind zwaar moeten meewegen.

    Wanneer blijvende signalen worden genegeerd en contact wordt opgedrongen, moet daarom niet uitsluitend het kind worden behandeld.
    Ook het handelen van de ouder, de rol van de nieuwe partner en de manier waarop de relatie wordt voortgezet, moeten kritisch worden beoordeeld.

    Bewuste schade hoeft bovendien niet bewezen te zijn voordat schadelijk gedrag moet stoppen. Zodra volwassenen weten dat kinderen herhaaldelijk verdriet, wantrouwen, angst of uitsluiting ervaren en zij hetzelfde patroon toch blijven voortzetten, dragen zij verantwoordelijkheid voor de voorzienbare gevolgen van hun keuzes.

    Gebrek aan bewijs over de bedoeling van volwassenen maakt zichtbaar schadelijk gedrag niet onschuldig. Niet alleen de intentie telt, maar ook wat volwassenen weten, wat zij blijven doen en welke gevolgen kinderen daarvan ondervinden.