Welkom 
 

Casus – Wanneer je samen bent, maar elkaar langzaam kwijtraakt

Het is maandagochtend.
Een dunne mist hangt boven het terrein van het verpleeghuis.
De bladeren op de bomen beginnen langzaam te verkleuren. Een koude wind blaast door de tuin en laat de takken zachtjes bewegen.
Je stapt uit de auto.
In je hand houd je een tas vast.
Zijn favoriete koekjes.
Een schoon overhemd.
Een paar nieuwe foto's van de kleinkinderen.
Je sluit de autodeur.
Heel even blijf je stilstaan.
Je kijkt naar het gebouw.
Het voelt vreemd.
Dit gebouw is de afgelopen maanden een tweede thuis geworden.
En tegelijkertijd voelt het alsof je hier iedere dag opnieuw afscheid neemt.
De automatische deuren openen.
De geur van koffie, schoonmaakmiddel en warm eten komt je tegemoet.
Een verzorgende loopt voorbij.
Verderop hoor je het geluid van een rollator.
In de huiskamer staat de televisie aan.
Een bewoner roept dat hij naar huis wil. Een andere bewoner loopt onrustig heen en weer.
Een vrouw zit aan tafel en vouwt al twintig minuten dezelfde handdoek op.
Een man kijkt naar buiten. Hij wacht.
Waarop weet niemand. Je loopt verder.
Je kent iedereen inmiddels. Je kent de namen. Je kent de gewoonten. Je kent de verhalen.
Je weet welke bewoner iedere ochtend om zeven uur koffie drinkt. Je weet welke bewoner iedere middag bij het raam gaat zitten.
En je weet ook welke bewoners dagelijks bezoek krijgen.
Kamer twaalf. Zijn dochter komt iedere dag.
Kamer vijftien. Zijn vrouw slaat bijna nooit een dag over.
Kamer negentien. Daar komen iedere middag de kinderen en kleinkinderen.
Je ziet de tassen. De bloemen. De jassen aan de kapstok. Je hoort stemmen. Gelach. Gesprekken.
En soms voel je iets waar je je voor schaamt. Jaloezie.
Niet omdat je het iemand misgunt. Maar omdat je ziet hoeveel verschil aandacht kan maken.
Je loopt naar zijn kamer. Je klopt op de deur. Zoals je altijd doet.
Hij zit in zijn stoel. Zijn lichaam is smaller geworden. Zijn schouders lijken meer naar voren te hangen. Zijn handen rusten op de armleuningen.
Je glimlacht. "Goedemorgen."
Hij kijkt op.
Een paar seconden lang zie je herkenning. Daarna verdwijnt die weer.
Je gaat naast hem zitten. Je pakt zijn hand. Zijn huid voelt koud.
Je legt de foto's op tafel. "Kijk eens. Lotte heeft een nieuwe tekening gemaakt."
Hij kijkt naar de foto. Zijn ogen bewegen langzaam.
"Mooi," zegt hij.
Of misschien zei hij iets anders. Je weet het niet helemaal zeker.
Zijn woorden zijn de laatste maanden veranderd.
Zinnen worden korter. Woorden verdwijnen.
Soms stopt hij midden in een zin. Soms wijst hij naar een voorwerp zonder nog op de naam te kunnen komen.
En soms kijkt hij je aan.
Dan zie je dat hij iets wil zeggen. Je ziet het in zijn ogen.
Maar de woorden komen niet meer. In het begin verbeterde je hem.
Nu niet meer.
Je hebt geleerd dat frustratie alleen maar meer onrust veroorzaakt.
Je vertelt over thuis. Over de tuin. Over de kinderen. Over de hond van de buren.
Soms reageert hij. Soms niet.
Je bent niet alleen je partner kwijtgeraakt. Je bent ook de gesprekken kwijtgeraakt.
De discussies. De plannen. De kleine opmerkingen. De vanzelfsprekendheid.
En ergens tussen al die verliezen ontstaat iets anders.
Een leegte.
In het begin voelde die leegte klein.
Alsof er iets ontbrak.
Nu voelt die leegte groter. Zwaarder.
Je mist niet alleen de man met wie je samenleefde. Je mist ook de blik waarmee hij vroeger naar je keek.
Je mist de arm om je schouder. Je mist iemand die je vraagt hoe jouw dag was.
Je mist het gevoel dat je samen ergens doorheen gaat. Je bent nog steeds getrouwd.
Maar soms voelt het alsof je alleen bent.
Je hebt geprobeerd de familie erbij te betrekken.
Je hebt je dochter gebeld. "Zou je deze week een keer langs pa kunnen gaan?"
"Ik heb het ontzettend druk. Misschien volgende week."
Je hebt je zoon gebeld. "Hij vraagt steeds naar jullie."
"Mam, ik probeer echt tijd vrij te maken."
Je hebt je kleindochter een bericht gestuurd. "Opa zou het fijn vinden als je even langskomt."
"Ik moet leren voor mijn tentamens. Ik kom snel."
Iedereen bedoelt het goed. Daar twijfel je niet aan.
Maar goede bedoelingen vullen geen lege stoel.
De dagen gaan voorbij. De bezoeken blijven uit.
Tijdens een gesprek met een verzorgende vraag je hoe het gaat.
"Hij is rustig," zegt ze. "Hij eet redelijk." "Verder gaat het goed."
Je knikt.
Maar diep vanbinnen weet je dat het niet goed gaat.
Je ziet hoe hij steeds vaker woorden kwijtraakt. Je ziet hoe zijn geheugen achteruitgaat.
Je ziet hoe zijn wereld kleiner wordt. Je ziet hoe gesprekken steeds moeilijker worden.
Je ziet hoe hij soms naar de deur kijkt. Alsof hij wacht.
Een week later kom je opnieuw op bezoek.
In de huiskamer zitten verschillende bewoners.
Een vrouw krijgt bezoek van haar dochter. Een man lacht samen met zijn kleinzoon.
Een andere bewoner krijgt een kus van zijn partner.
Je voelt een steek in je borst. Je denkt aan zijn kamer.
Aan de lege stoel naast zijn bed. Aan alle keren dat je hebt gevraagd of iemand wilde komen.
Wanneer je zijn kamer binnenloopt, zit hij opnieuw bij het raam.
Zijn blik is naar buiten gericht. Je gaat naast hem zitten.
Na een paar minuten draait hij zijn hoofd langzaam naar je toe.
Zijn lippen bewegen. Je buigt naar voren.
Hij probeert iets te zeggen. De woorden blijven steken.
Opnieuw probeert hij het. Deze keer hoor je het. "Komt... iemand?"
Je voelt een brok in je keel. Je kijkt naar de deur. Je weet het antwoord al.
Niemand komt.
Je legt je hand op de zijne. Je glimlacht.
Maar je voelt je leeg.
Niet omdat je minder van hem bent gaan houden.
Juist het tegenovergestelde. Je houdt nog steeds van hem. Misschien wel meer dan ooit.
Maar je merkt dat liefde niet altijd voldoende is om een gevoel van verlies tegen te houden.
Wanneer je die middag naar huis rijdt, blijven de beelden door je hoofd gaan.
De bewoners. De families. De lege kamer. De stilte.
En voor het eerst stel je jezelf een vraag die je jarenlang hebt vermeden.
Hoeveel afscheid kan een mens nemen van iemand die er nog is?

Zelfreflectie

  • Wat zou het met jou doen als je partner lichamelijk aanwezig is, maar je hem of haar steeds minder kunt bereiken?
  • Hoe zou jij omgaan met een groeiend gevoel van emotionele leegte?
  • Zou jij blijven vragen om hulp als je merkt dat familieleden steeds minder betrokken raken?
  • Wanneer zou jij herkennen dat eenzaamheid niet alleen de bewoner raakt, maar ook de partner?


Gewetensvraag

Als jij wist dat jouw partner iedere dag wachtte op een bezoek dat niet kwam, zou jij dan voldoende tijd vrijmaken?

Wat was er zichtbaar?
In deze casus waren verschillende processen aanwezig.
Er waren signalen die pasten bij dementie, waaronder een geleidelijke achteruitgang van het geheugen en taalproblemen.
Daarnaast waren er aanwijzingen voor emotionele leegte, een toenemende eenzaamheid en een afnemende betrokkenheid van de sociale omgeving.
Deze processen ontstaan vaak geleidelijk en worden daardoor niet altijd direct herkend.

Nederlandse websites die dit onderwerp ondersteunen

Alzheimer Nederland
https://www.alzheimer-nederland.nl

Zorg voor Beter – Eenzaamheid bij ouderen
https://www.zorgvoorbeter.nl

Vilans – Dementie en persoonsgerichte zorg
https://www.vilans.nl

Dementie.nl
https://www.dementie.nl
.