Zelfreflectie bij cognitieve en psychische problemen
Niet iedereen verwerkt informatie op ieder moment op dezelfde manier.
Vermoeidheid, psychische klachten of problemen met aandacht en geheugen kunnen invloed hebben op hoe iemand een situatie overziet en beoordeelt.
Soms kost het daardoor meer moeite om informatie te ordenen, verschillende mogelijkheden naast elkaar te bekijken of terug te kijken op wat er precies is gebeurd.
Dat betekent niet dat iemand niet goed kan nadenken of geen zelfreflectie heeft. Het betekent alleen dat bepaalde omstandigheden het denkproces moeilijker kunnen maken.
Bij sommige aandoeningen en klachten is dat duidelijker zichtbaar.
Depressie
Bij een depressie kunnen somberheid, vermoeidheid, schuldgevoel en negatieve gedachten sterk aanwezig zijn. Ook concentreren en beslissingen nemen kunnen moeilijker worden.
Thuisarts beschrijft: deze klachten als mogelijke kenmerken van een depressie.
Dit kan invloed hebben op de manier waarop iemand naar zichzelf kijkt. De aandacht kan bijvoorbeeld vooral uitgaan naar fouten, schuld of wat niet goed is gegaan.
Veel schuld voelen betekent echter niet automatisch dat iemand ook werkelijk voor alles verantwoordelijk is.
Een kritische vraag kan daarom zijn:
“Kijk ik eerlijk naar mijn aandeel, of beoordeel ik mezelf vooral vanuit schuldgevoel en somberheid?”
Angststoornissen
Bij angst kunnen gedachten sterk gericht raken op wat er mogelijk mis kan gaan.
Iemand kan situaties voortdurend controleren, veel piekeren of proberen risico's zoveel mogelijk te vermijden.
Thuisarts beschrijft: dat langdurige angst en zorgen veel invloed kunnen hebben op het dagelijks denken en handelen.
Voor zelfreflectie kan dit betekenen dat gevaar en problemen veel aandacht krijgen. Andere, minder bedreigende verklaringen kunnen daardoor minder opvallen.
Een kritische vraag is:
“Kijk ik naar wat er werkelijk gebeurt, of vooral naar alles wat mogelijk verkeerd kan gaan?”
Psychose
Bij een psychose kan de manier waarop iemand gedachten en waarnemingen beoordeelt veel sterker veranderen.
Thuisarts beschrijft: dat iemand bijvoorbeeld dingen kan horen, zien of denken die anderen niet op dezelfde manier ervaren. Gedachten of overtuigingen kunnen op dat moment zeer werkelijk voelen.
Dit is iets anders dan gewone twijfel, stress of piekeren.
Tijdens een psychose kan het moeilijker zijn om afstand te nemen van bepaalde gedachten of waarnemingen en deze rustig te onderzoeken.
Daarom is professionele begeleiding hierbij belangrijk.
Hersenaandoeningen en problemen met uitvoerende functies
Bij sommige hersenaandoeningen kunnen functies veranderen die belangrijk zijn voor het verwerken van informatie.
De Hersenstichting beschrijft: bijvoorbeeld problemen met aandacht, geheugen, plannen, overzicht houden en het aanpassen aan veranderingen.
Deze functies worden deels uitvoerende functies genoemd.
Wanneer iemand moeite heeft om overzicht te houden, kan een ingewikkelde situatie moeilijker te beoordelen zijn. Vooral wanneer veel informatie tegelijk verwerkt moet worden.
Dat betekent niet dat een conclusie automatisch verkeerd is.
Het kan wel betekenen dat iemand meer tijd, rust of ondersteuning nodig heeft om informatie goed te ordenen.
ME/CVS
ME/CVS is geen psychische aandoening. Het is een ernstige chronische ziekte.
Bij ME/CVS kunnen naast lichamelijke klachten ook cognitieve problemen voorkomen.
Thuisarts noemt onder andere: moeite met concentreren, begrijpen, onthouden en herinneren.
ZonMw beschrijft: eveneens ernstige vermoeidheid en problemen met concentratie en geheugen.
Wanneer iemand ernstig vermoeid is of last heeft van hersenmist, kan uitgebreid nadenken meer energie kosten.
Een lang of ingewikkeld gesprek kan dan bijvoorbeeld moeilijker te volgen zijn. Ook het tegelijk afwegen van meerdere onderwerpen kan meer inspanning vragen.
Dat betekent nadrukkelijk niet dat iemand met ME/CVS geen goede beslissingen kan nemen of geen zelfreflectie heeft.
Wel kan het moment waarop iets wordt besproken belangrijk zijn.
Een gesprek tijdens ernstige uitputting kan anders verlopen dan hetzelfde gesprek op een moment waarop iemand meer mentale ruimte heeft.
Een kritische vraag kan daarom zijn:
“Als mijn concentratie, geheugen of mentale belastbaarheid in die periode sterk onder druk stonden, heb ik later nog eens rustig bekeken of ik toen alle belangrijke informatie kon overzien?”
Deze vraag betekent niet dat een eerder oordeel fout was.
Het onderzoekt alleen onder welke omstandigheden dat oordeel tot stand kwam.
Een diagnose vertelt niet het hele verhaal
Een diagnose alleen zegt nooit precies hoe goed iemand kan nadenken of reflecteren.
Twee mensen met dezelfde aandoening kunnen heel verschillend functioneren.
Ook de klachten van één persoon kunnen per dag of per situatie verschillen.
Iemand met een psychische of cognitieve aandoening kan veel inzicht hebben in zichzelf.
Tegelijkertijd kan iemand zonder diagnose juist moeite hebben om kritisch naar zichzelf te kijken.
Daarom is het niet juist om te denken:
“Deze persoon heeft een aandoening, dus zijn of haar oordeel klopt niet.”
Een betere vraag is:
“Welke klachten of beperkingen spelen op dit moment mee, en wat betekenen die voor deze specifieke situatie?”
Wanneer extra voorzichtigheid nodig is
Vooral bij belangrijke beslissingen kan het verstandig zijn om te kijken naar de omstandigheden waarin iemand informatie heeft verwerkt.
Was iemand ernstig vermoeid?
Was er veel stress?
Waren er geheugenproblemen?
Was iemand psychisch ontregeld?
Was er voldoende tijd en rust om alles te overwegen?
Dat zijn relevante vragen.
Ze geven geen automatisch antwoord.
Wel kunnen ze helpen om beter te begrijpen hoe een oordeel of reactie tot stand is gekomen.
Kritische zelfreflectievraag
Een belangrijke vraag die hierbij gesteld kan worden is:
“Heb ik alleen gekeken naar wat ik toen dacht en voelde, of ook naar de omstandigheden die invloed hadden op hoe ik op dat moment informatie kon verwerken?”
Dat kan een ongemakkelijke vraag zijn.
Maar juist daardoor kan zij waardevol zijn.
Het gaat niet om twijfel om de twijfel.
Het gaat om onderzoeken of het hele beeld is meegenomen.
Tot slot
Psychische klachten, cognitieve problemen en chronische ziekte kunnen invloed hebben op aandacht, geheugen, emoties, mentale energie en het verwerken van informatie.
Hoe groot die invloed is, verschilt per persoon.
Een aandoening is daarom nooit automatisch de verklaring voor een mening, gedrag of beslissing.
Wel kan zij een belangrijke factor zijn wanneer wordt onderzocht onder welke omstandigheden iemand heeft gedacht, gereageerd en keuzes heeft gemaakt.
Nederlandse websites
Thuisarts – Depressie
Thuisarts beschrijft onder andere somberheid, vermoeidheid, schuldgevoel en problemen met concentreren en beslissingen nemen.
Thuisarts – Angststoornissen
Thuisarts beschrijft hoe langdurige angst, zorgen en piekeren invloed kunnen hebben op gedachten en gedrag.
Thuisarts – Psychose
Thuisarts geeft informatie over veranderingen in gedachten, waarnemingen en het beoordelen van de werkelijkheid tijdens een psychose.
Hersenstichting – Problemen met uitvoerende functies
De Hersenstichting beschrijft problemen met aandacht, geheugen, overzicht, plannen en aanpassen aan veranderingen.
ZonMw – Onderzoeksprogramma ME/CVS
ZonMw beschrijft ME/CVS als een ernstige chronische ziekte waarbij onder andere vermoeidheid, concentratieproblemen en geheugenproblemen kunnen voorkomen.
Thuisarts – ME/CVS
Thuisarts beschrijft bij ME/CVS onder andere problemen met concentreren, begrijpen, onthouden en herinneren.