Welkom 
 

Wanneer wordt vasthouden starheid? – Goedgelovigheid en oplichting

Casus
Een oudere man leert via internet iemand kennen. Er ontstaat regelmatig contact en de gesprekken worden steeds persoonlijker.
Na verloop van tijd vraagt de nieuwe kennis om financiële hulp. Volgens de oudere man gaat het om een tijdelijk probleem.
Kinderen en familieleden maken zich zorgen. Zij wijzen op signalen die kunnen passen bij oplichting. Er worden voorbeelden gegeven en er wordt voorgesteld om samen naar de situatie te kijken.
De man blijft ervan overtuigd dat er niets aan de hand is.
Ook wanneer er opnieuw om geld wordt gevraagd, verandert zijn mening niet. Waarschuwingen van familieleden worden gezien als wantrouwen en bemoeienis.
De overtuiging blijft overeind, ondanks nieuwe signalen die vragen oproepen.

Kritische vraag
Wanneer verandert vertrouwen in goedgelovigheid en wanneer verandert vasthouden aan een overtuiging in starheid?

Gewetensvraag
Als meerdere mensen die om je geven dezelfde zorgen uitspreken, is het dan verstandig om die zorgen direct af te wijzen of verdienen ze op zijn minst een eerlijk onderzoek?

Zelfreflectievraag
Wat is moeilijker: erkennen dat je mogelijk bent misleid of blijven vasthouden aan een overtuiging die steeds meer vragen oproept?