Welkom 
 

Als vreemdgaan tot een scheiding leidt: wat blijft er achter na de keuze voor een nieuwe relatie?

Wanneer vreemdgaan uiteindelijk leidt tot een scheiding en één van de partners verdergaat met een nieuwe relatie, stopt het proces niet op het moment dat de keuze is gemaakt.
Voor degene die vertrekt kan de nieuwe situatie voelen als een nieuw begin. Voor de achterblijvende partner en de kinderen kan op datzelfde moment juist een periode beginnen waarin verlies, onzekerheid, verandering en vragen nog verwerkt moeten worden.


Dat verschil in tempo is belangrijk.
Een volwassene kan een keuze hebben gemaakt en daar al langere tijd psychologisch naartoe zijn gegroeid.
De andere partner en de kinderen hoeven dat proces niet op hetzelfde moment te hebben doorgemaakt.

Een persoonlijke keuze heeft gevolgen voor een heel gezin
Een volwassene heeft het recht een relatie te beëindigen en een nieuwe relatie aan te gaan.


Maar een persoonlijke keuze heeft binnen een gezin relationele gevolgen.
Na een scheiding kunnen onder andere veranderen:
de dagelijkse aanwezigheid van beide ouders;
de woning en vaste routines;
financiële omstandigheden;
vakanties en feestdagen;
contactmomenten met beide ouders;
de samenstelling van het gezin;
en uiteindelijk de komst van een nieuwe partner.

Voor kinderen betekent een scheiding daarom niet alleen dat hun ouders geen partners meer zijn.
Hun vertrouwde gezinssituatie verandert op meerdere gebieden tegelijkertijd.

Het Nederlands Jeugdinstituut beschrijft:  dat een scheiding altijd een periode van veranderingen en een zekere onrust meebrengt, ook wanneer het beëindigen van conflicten uiteindelijk juist rust kan geven.


"Kinderen wennen er wel aan" – wanneer die uitspraak te gemakkelijk wordt
De uitspraak "kinderen wennen er wel aan" klinkt geruststellend, maar kan een gevaarlijke versimpeling worden wanneer daarmee signalen van een kind worden weggewuifd.


Een scheiding is volgens het Nederlands Jeugdinstituut
voor ieder kind een ingrijpende gebeurtenis. Kinderen kunnen onder andere reageren met verdriet, angst, boosheid, schuldgevoelens, slaapproblemen, lichamelijke klachten, concentratieproblemen of terugtrekgedrag. Hoe een kind reageert verschilt per leeftijd, ontwikkeling, gezinssituatie en omstandigheden rondom de scheiding.
Dat bij ongeveer 80 procent van de kinderen na ongeveer twee jaar weer een goede balans ontstaat, betekent daarom niet dat 80 procent nergens last van heeft gehad.

Het NJi meldt tegelijkertijd dat bij ongeveer 20 procent problemen blijven bestaan. 

Bij complexe scheidingen kunnen langdurige stress en problemen in de relatie met ouders bovendien negatieve gevolgen hebben voor de ontwikkeling.

Het woord wennen mag daarom nooit een eindpunt van de beoordeling worden.

De relevante vraag is niet:
"Zal mijn kind hier uiteindelijk aan wennen?"
maar:
"Wat laat mijn kind nu zien, wat probeert het mij te vertellen en wat heeft het van de volwassenen om zich heen nodig?"

Dat onderscheid wordt nog belangrijker wanneer een kind niet alleen een scheiding verwerkt, maar kort daarna ook moet omgaan met een nieuwe partner, twee huishoudens, andere routines of een samengesteld gezin.


Het NJi beschrijft:  dat kinderen door de komst van een nieuwe partner verdriet kunnen ervaren omdat daarmee duidelijker wordt dat hun ouders niet meer bij elkaar komen.
Kinderen kunnen zich onzeker voelen, hun ouder moeten delen met de nieuwe partner of afstand houden uit loyaliteit aan de andere ouder.
Een samengesteld gezin heeft doorgaans tijd nodig om stabiliteit te ontwikkelen.
Een kind dat weerstand laat zien, hoeft dus niet simpelweg "moeilijk te doen". Het gedrag kan informatie bevatten over verdriet, verlies, onzekerheid, loyaliteit of overbelasting.

Wanneer "het is mijn keuze" onvoldoende wordt
Een volwassene heeft het recht een huwelijk of relatie te beëindigen.
Ook een nieuwe partner kiezen behoort tot de autonomie van een volwassene.
Maar zodra er kinderen zijn, bestaat er een grens aan wat met "het is mijn keuze" kan worden afgedaan.

De partnerrelatie kan worden beëindigd.
Het ouderschap niet.
Het NJi benadrukt dat ouders na een scheiding samen ouders blijven en dat samenwerking, stabiliteit, positieve communicatie en een ondersteunende relatie met beide ouders belangrijke beschermende factoren voor kinderen zijn.

Daarom is het onvoldoende om uitsluitend te zeggen:
"Ik heb hiervoor gekozen."

De vervolgvraag hoort te zijn:
"Wat betekent mijn keuze voor mijn kind en wat moet ik als ouder doen wanneer mijn kind daar aantoonbaar moeite mee heeft?"

Een kind heeft geen vetorecht over de liefdesrelatie van een ouder.
Maar dat betekent niet dat een ouder het recht heeft de gevoelens en signalen van het kind vervolgens buiten beschouwing te laten.

Autonomie van de ouder en verantwoordelijkheid voor het kind bestaan tegelijkertijd.


Wanneer een kind daadwerkelijk problemen laat zien
Hier mag de formulering nog scherper worden.

Wanneer een kind langere tijd
angst,
verdriet,
lichamelijke klachten,
slaapproblemen,
terugtrekgedrag,
gedragsveranderingen,
problemen op school of sterke weerstand laat zien,

is "het zal wel wennen" geen professionele conclusie.
Het is een aanname.

Het NJI beschrijft juist: dat kinderen dergelijke reacties na een scheiding kunnen vertonen en adviseert ouders en professionals naar de betekenis van het gedrag te kijken. 

Bij basisschoolkinderen worden bijvoorbeeld emotionele uitbarstingen, lichamelijke klachten, een negatiever zelfbeeld en gevoelens van nergens thuis horen beschreven.
Dat betekent niet dat iedere klacht door de scheiding of een nieuwe partner wordt veroorzaakt. Ook dat zou te gemakkelijk zijn.

Het betekent wél:
als signalen aanhouden, moeten ze onderzocht worden in plaats van passend gemaakt te worden bij de overtuiging van de volwassenen dat het kind vanzelf zal wennen.


Wanneer een kind inmiddels professionele begeleiding nodig heeft, wordt dat onderscheid nog belangrijker.
Dan is er kennelijk een hulpvraag die serieus genoeg is om professionele aandacht te krijgen.
Dat bewijst op zichzelf nog niet waardoor de problemen zijn veroorzaakt, maar het maakt bagatelliseren evenmin verantwoord.
Dat er zelfs een erkende interventie als KIES bestaat voor kinderen van gescheiden ouders, gericht op het omgaan met de gevolgen van scheiding en het voorkomen van problemen, onderstreept dat professionele begeleiding soms daadwerkelijk nodig en zinvol is. KIES is door het NJi erkend als effectief volgens goede aanwijzingen.

Wanneer terugkijken consequent wordt geweigerd
Een andere moeilijke situatie ontstaat wanneer een ouder zegt:
"Ik kijk niet meer terug."
"Het verleden is afgesloten."
"Ik sta achter mijn keuze."
Op zichzelf hoeft daar niets verkeerd aan te zijn.
Iemand hoeft een beëindigde relatie niet eindeloos opnieuw te analyseren en hoeft ook niet terug te keren naar een voormalige partner.
Maar wanneer niet terugkijken in de praktijk betekent dat iemand ook weigert te onderzoeken welke gevolgen zijn of haar handelen voor de kinderen heeft gehad, ontstaat een ander probleem.

Zelfreflectie betekent namelijk niet:
"Ik moet erkennen dat mijn scheiding fout was."

Zelfreflectie betekent:
"Kan ik onderzoeken wat mijn aandeel was, wat mijn kind heeft meegemaakt, welke signalen ik nu zie en of mijn handelen moet worden aangepast?"

Wie die vragen weigert omdat het antwoord mogelijk ongemakkelijk is, beschermt daarmee mogelijk vooral de eigen overtuiging.
En precies daar moet het belang van het kind zwaarder gaan wegen dan de behoefte van een volwassene om een genomen beslissing niet meer ter discussie te hoeven stellen.

Een kind hoeft de nieuwe relatie niet goed te keuren om serieus genomen te worden
Dit onderscheid is essentieel.

Wanneer een kind zegt:
"Ik wil hem of haar niet zien."
of:
"Ik vind het daar niet fijn."

Betekent dat niet automatisch dat de nieuwe partner schadelijk is.
Het betekent evenmin automatisch dat de andere ouder het kind heeft beïnvloed.
En het betekent ook niet dat het kind uiteindelijk beslist met wie zijn ouder een relatie mag hebben.

Het betekent in de eerste plaats dat er een signaal ligt dat onderzocht moet worden.
Waarom zegt het kind dit?
Is er verdriet?
Loyaliteit?
Angst?
Boosheid?
Verlies?
Onveiligheid?
Heeft het kind meer tijd nodig?
Is er iets concreets gebeurd?
Of spelen meerdere factoren tegelijkertijd?
Pas nadat naar het kind is geluisterd, kan zorgvuldig worden onderzocht wat achter de weerstand zit.

Het vooraf invullen van de verklaring — "het kind moet gewoon wennen" — draait die volgorde om.

De verantwoordelijkheid van mensen die hielpen geheimhouden
Ook de sociale omgeving mag in dit artikel steviger worden aangesproken.

De verantwoordelijkheid voor vreemdgaan ligt bij degene die de grenzen van zijn of haar relatie heeft overschreden.
Maar daarmee is niet gezegd dat anderen moreel volledig buiten het proces staan.

Er bestaat een wezenlijk verschil tussen iemand steunen tijdens relatieproblemen en bewust helpen een geheime relatie voor een partner verborgen te houden.
Wie wist wat er gebeurde kan zichzelf daarom afvragen:
Wist ik alleen van de situatie?
Heb ik geprobeerd iemand tot eerlijkheid of verantwoordelijkheid aan te zetten?
Of heb ik geholpen ontmoetingen, informatie of een nieuwe relatie verborgen te houden?

En wanneer later zichtbaar wordt dat een ex-partner of kinderen ernstig met de gevolgen worstelen, ontstaat nog een moeilijkere vraag:
Blijf ik mijn eerdere positie verdedigen, of durf ik opnieuw te kijken naar wat mijn aandeel heeft betekend?
Het antwoord daarop is geen wetenschappelijke diagnose.
Het is een vraag over persoonlijke en morele verantwoordelijkheid.

De kritische grens
Daar ligt uiteindelijk de scherpste grens van dit artikel.
Een ouder mag scheiden.
Een ouder mag opnieuw verliefd worden.
Een ouder mag een nieuwe relatie aangaan.
Een ouder hoeft daarvoor niet levenslang schuld te dragen.
Maar geen van deze rechten geeft een vrijstelling van ouderschap.

Wanneer een kind herhaaldelijk signalen geeft dat het niet goed gaat, professionele hulp nodig heeft, weerstand blijft tonen of lichamelijke, emotionele of gedragsmatige problemen ontwikkelt.

Behoort de reactie niet uitsluitend te zijn:
"Het is mijn keuze."
"Ik kijk niet terug."
"Hij of zij moet eraan wennen."

Dan moet opnieuw worden gekeken.
Niet omdat het kind de nieuwe relatie moet kunnen beëindigen.
Niet omdat daarmee bewezen is dat één ouder de problemen heeft veroorzaakt.
Maar omdat het welzijn van een kind belangrijker is dan het vasthouden aan een volwassen verhaal waarin geen ruimte meer bestaat voor nieuwe informatie.


Dat is niet alleen een kritische mening.
Het sluit aan bij de professionele benadering waarin ouders na een scheiding verantwoordelijk blijven voor stabiliteit, veiligheid, samenwerking en het serieus nemen van de ontwikkeling en behoeften van hun kinderen.

Conclusie
"Kinderen wennen er wel aan" mag nooit worden gebruikt als reden om niet meer te kijken.
De meeste kinderen vinden uiteindelijk opnieuw evenwicht. Dat is hoopgevend. Maar een aanzienlijke minderheid houdt langer problemen, en kinderen kunnen tijdens het proces daadwerkelijk verdriet, stress, angst, lichamelijke klachten en andere problemen ervaren.

Daarom behoort een ouder niet alleen te vragen:
"Heb ik het recht deze keuze te maken?"
maar ook:
"Blijf ik bereid de gevolgen van mijn keuze onder ogen te zien wanneer mijn kind mij laat merken dat het moeite heeft met de werkelijkheid die daarna is ontstaan?"

Dat is een veel hogere norm dan wachten tot een kind vanzelf went.
En juist wanneer een kind níét vanzelf went, begint de verantwoordelijkheid om opnieuw te kijken.

Nederlandse websites die dit artikel ondersteunen
Nederlands Jeugdinstituut (NJi) – Scheiding en kinderen
Het NJi beschrijft de gevolgen die een scheiding voor kinderen kan hebben en benadrukt dat niet alleen de scheiding zelf, maar ook de manier waarop ouders ermee omgaan van belang is. Problemen kunnen onder andere zichtbaar worden in emoties, gedrag, lichamelijke klachten en functioneren.
Nederlands Jeugdinstituut – Scheiding

Nederlands Jeugdinstituut – Hoe gedraag je je bij een scheiding naar je kinderen toe?
Deze informatie ondersteunt het gedeelte over de blijvende verantwoordelijkheid van ouders. Het NJi noemt interesse in het kind, positieve communicatie tussen ouders en een ondersteunende relatie met beide ouders als belangrijke beschermende factoren.
NJi – Hoe gedraag je je bij een scheiding naar je kinderen toe?

Nederlands Jeugdinstituut – Kinderen in een samengesteld gezin
Deze bron sluit rechtstreeks aan op het gedeelte over een nieuwe partner. Het NJi beschrijft dat kinderen tijd nodig kunnen hebben om aan een stiefouder en een samengesteld gezin te wennen. Verdriet, onzekerheid en loyaliteit tegenover de andere biologische ouder kunnen daarbij een rol spelen. Het NJi adviseert ouders bovendien goed te blijven volgen hoe hun kinderen zich voelen.
NJi – Hoe vinden kinderen hun plek in een samengesteld gezin?

Richtlijn Scheiding voor jeugdhulp en jeugdbescherming
Dit is voor jouw kritische gedeelte een bijzonder belangrijke bron. De richtlijn beschrijft dat gevolgen van een scheiding zowel op korte als lange termijn zichtbaar kunnen zijn en noemt onder andere stress, loyaliteitsconflicten, parentificatie en problemen in het contact met een ouder. Professionals wordt geadviseerd rekening te houden met de ontwikkelingsfase, de band met beide ouders, conflicten en de wensen van het kind.
Richtlijn Scheiding – volledige richtlijn

KIES – Kinderen In Een Scheiding
KIES biedt kinderen een onafhankelijke plek om hun eigen verhaal, zorgen, gevoelens en behoeften rondom een scheiding te bespreken. Ouders krijgen daarbij psycho-educatie over onder andere de impact van een scheiding op het kind en de ouder-kindcommunicatie.
NJi – KIES, Kinderen In Een Scheiding

KIES – wetenschappelijk onderzochte interventie
Het NJi vermeldt dat KIES voor kinderen van 7 tot 12 jaar is onderzocht en als ‘Effectief volgens goede aanwijzingen’ is erkend. Dat is relevant voor jouw artikel, omdat het laat zien dat verwerking van een scheiding bij kinderen een serieus professioneel aandachtsgebied is en niet simpelweg kan worden teruggebracht tot "ze wennen er wel aan".
NJi Databank – KIES

Kinderen uit de Knel
Deze interventie richt zich specifiek op gezinnen waarin destructieve conflicten na een scheiding blijven bestaan. Het doel is het verminderen van die conflicten zodat kinderen in een veiliger opvoedklimaat kunnen opgroeien. De interventie is door het NJi beoordeeld als ‘Goed onderbouwd’.
NJi – Kinderen uit de Knel

Literatuur en professionele onderbouwing
Voor de literatuurlijst zou ik niet opnieuw de onderzoeken over vreemdgaan uit artikelen 2 en 3 gebruiken. Artikel 4 gaat inhoudelijk vooral over kinderen, scheiding, loyaliteit, ouderlijke verantwoordelijkheid en samengestelde gezinnen. Deze literatuur sluit daar beter op aan:
Amato, P. R. (2010). Research on Divorce: Continuing Trends and New Developments. Journal of Marriage and Family, 72(3), 650–666.
Een belangrijke overzichtspublicatie over onderzoek naar scheiding en de gevolgen daarvan voor volwassenen en kinderen. Deze publicatie wordt ook gebruikt in de Nederlandse Richtlijn Scheiding.

Kelly, J. B. & Emery, R. E. (2003). Children's Adjustment Following Divorce: Risk and Resilience Perspectives. Family Relations, 52(4), 352–362.
Beschrijft waarom kinderen na een scheiding verschillende ontwikkelingspaden kunnen volgen en waarom risico- en beschermende factoren belangrijker zijn dan de simpele conclusie dat kinderen vanzelf "over een scheiding heen groeien".

Hetherington, E. M. & Kelly, J. (2002). For Better or For Worse: Divorce Reconsidered.
Een omvangrijk werk over aanpassing van volwassenen en kinderen na scheiding en de grote individuele verschillen daarin.

Papernow, P. L. (2013). Surviving and Thriving in Stepfamily Relationships: What Works and What Doesn't.
Relevant voor het gedeelte over nieuwe partners en samengestelde gezinnen. Papernow behandelt onder andere het verschil tussen het tempo waarin volwassenen een nieuwe relatie beleven en het tempo waarin kinderen zich aan een nieuwe gezinsstructuur aanpassen.

Van den Eerenbeemt, E. M. (2003). Literatuur over contextuele hulpverlening en loyaliteit binnen familierelaties.

Deze Nederlandse contextuele benadering wordt ook in de Richtlijn Scheiding aangehaald bij ernstige loyaliteitsconflicten.
Boszormenyi-Nagy, I. & Spark, G. M. (1973). Invisible Loyalties: Reciprocity in Intergenerational Family Therapy.

Klassieke systeem therapeutische literatuur over loyaliteit binnen gezinnen. Ook deze theoretische basis wordt in de Nederlandse Richtlijn Scheiding gebruikt bij de bespreking van loyaliteitsconflicten en parentificatie.

Belangrijke afbakening
Ze ondersteunen dat kinderen werkelijk problemen kunnen ontwikkelen, dat signalen serieus genomen moeten worden, dat een nieuwe partner en samengesteld gezin aanpassing vragen en dat loyaliteitsconflicten en langdurige ouderlijke conflicten ernstige problemen kunnen opleveren. 

De Nederlandse Richtlijn Scheiding noemt zelfs mogelijke gevolgen zoals chronische loyaliteitsconflicten, parentificatie en het niet meer willen zien van een ouder.