Welkom 
 

Gedrag en terugkerende patronen

Wanneer losse gebeurtenissen samen betekenis krijgen

Een ruzie zegt niet automatisch iets over iemands persoonlijkheid.
Een leugen bewijst geen persoonlijkheidsstoornis en één controlerende reactie maakt iemand niet direct manipulatief.
Toch kunnen afzonderlijke gebeurtenissen na verloop van tijd wel onderdeel blijken te zijn van een terugkerend patroon.
Juist dat verschil tussen een incident en een patroon is belangrijk wanneer we gedrag binnen relaties en gezinnen proberen te begrijpen.

Het Kenniscentrum Persoonlijkheidsstoornissen beschrijft: persoonlijkheidsproblematiek als duurzame patronen in de manier waarop iemand zichzelf, anderen en situaties beleeft en daarop reageert.
Die patronen kunnen terugkomen in overtuigingen, emoties, relaties en impulscontrole en kunnen in verschillende levensgebieden steeds opnieuw problemen veroorzaken.

Daarom kijken we binnen dit onderdeel niet alleen naar de vraag:
“Wat gebeurde er?”

Maar vooral ook naar:
“Gebeurt dit vaker, onder welke omstandigheden gebeurt het, wat gaat eraan vooraf en wat zijn de gevolgen voor de mensen die erbij betrokken zijn?”

Gedrag en patroon zijn niet hetzelfde
Gedrag is iets wat iemand doet.

Dat kan bijvoorbeeld zijn:

  • boos worden;
  • liegen;
  • controleren;
  • zwijgen;
  • beschuldigen;
  • verantwoordelijkheid afschuiven;
  • zich terugtrekken;
  • bevestiging zoeken;
  • manipuleren;
  • een grens negeren;
  • of iemand kleineren.


Een patroon ontstaat wanneer bepaalde gedragingen steeds opnieuw in vergelijkbare situaties terugkomen en samen een herkenbare dynamiek gaan vormen.
Het verschil zit dus niet alleen in hoe ernstig één gebeurtenis is, maar ook in:

  • herhaling;
  • duur;
  • context;
  • voorspelbaarheid;
  • gevolgen;
  • en de manier waarop betrokkenen zich eraan gaan aanpassen.


Professionele diagnostiek kijkt om die reden eveneens naar de levensloop en naar patronen die als een rode draad door iemands leven lopen, en niet alleen naar losse klachten of gebeurtenissen.

Een patroon wordt vaak pas achteraf zichtbaar
Terugkerende patronen zijn niet altijd direct herkenbaar.

Een partner die één keer vraagt waar iemand is, kan simpelweg geïnteresseerd zijn.
Een partner die structureel wil weten:
waar iemand is;
met wie;
waarom;
hoe laat iemand terugkomt;
en die boos, beschuldigend of intimiderend reageert wanneer daar niet aan wordt voldaan,
laat een heel andere dynamiek zien.

Daarom benadrukt Veilig Thuis:  bij dwingende controle dat professionals niet alleen naar afzonderlijke incidenten moeten kijken, maar juist naar het patroon dat zich over langere tijd ontwikkelt.

 Controle, intimidatie, vernedering en isolatie kunnen gezamenlijk steeds meer invloed krijgen op de bewegingsvrijheid van de ander.

Dat principe is breder bruikbaar:
één gedraging vertelt een deel van het verhaal; herhaling en samenhang vertellen veel meer.

Context blijft noodzakelijk
Gedrag moet altijd binnen de context worden bekeken.


Iemand kan onder extreme stress anders reageren dan in een rustige periode.
Angst, verlies, ziekte, slaaptekort, middelengebruik, psychische problematiek of langdurige overbelasting kunnen allemaal invloed hebben op gedrag.


Ook binnen verschillende relaties kan iemand verschillend functioneren.
Daarom is contextafhankelijk gedrag belangrijk om serieus te onderzoeken.
Wanneer iemand thuis anders reageert dan op het werk, kan dat betekenis hebben, maar het bewijst niet automatisch dat iemand bewust toneelspeelt, manipuleert of anderen misleidt.
Er kunnen verschillende verklaringen zijn.

Professionals kijken daarom:  bij diagnostiek niet alleen naar gedrag, maar ook naar hoe lang klachten bestaan, hoe zij zich ontwikkeld hebben, op welke levensgebieden zij voorkomen en of andere psychische, lichamelijke of ontwikkelingsfactoren het beeld beter kunnen verklaren.

Gedrag kan zichzelf versterken
Binnen relaties ontstaan patronen meestal niet in een vacuüm.
Mensen reageren op elkaar.


Wanneer iemand bijvoorbeeld sterk bang is voor afwijzing en voortdurend bevestiging zoekt, kan een partner aanvankelijk steeds geruststellen.
Wanneer dat na verloop van tijd vermoeiend wordt, kan die partner afstand nemen, waarna die afstand opnieuw als afwijzing wordt ervaren.


Een vergelijkbaar proces kan optreden bij wantrouwen.
De ene persoon controleert meer omdat hij weinig vertrouwen ervaart.
De ander voelt zich daardoor beperkt en gaat meer informatie voor zichzelf houden.
Dat kan vervolgens opnieuw worden geïnterpreteerd als bewijs dat controle nodig is.

Dat betekent niet dat beide personen automatisch evenveel verantwoordelijkheid dragen voor ieder gedrag.
Het betekent wel dat interactiepatronen zichzelf kunnen gaan versterken.

Daarom is het bij relationele problemen belangrijk om niet alleen te vragen wie wat deed, maar ook hoe reacties elkaar over langere tijd beïnvloeden.

Controle
Controle komt in veel vormen voor en is niet altijd schadelijk.
Binnen een gezin zijn afspraken, grenzen en structuur normaal en vaak noodzakelijk.
Problematisch wordt controle wanneer iemand steeds minder ruimte krijgt om eigen keuzes te maken.

Bijvoorbeeld wanneer iemand structureel bepaalt:
met wie de ander contact heeft;
waar iemand naartoe mag;
hoe geld wordt besteed;
wat iemand moet dragen;
of wanneer iemand beschikbaar moet zijn.

Wanneer controle samengaat met intimidatie, isolatie, vernedering of dreiging kan sprake zijn van dwingende controle. 

Veilig Thuis en Movisie beschrijven:  dit als een herhaald patroon waarin macht en controle steeds verder worden uitgebreid en de vrijheid van de ander wordt beperkt.
Daarmee wordt ook duidelijk waarom niet iedere vorm van controle hetzelfde is.

De vraag is steeds:
wat is de context, hoeveel vrijheid blijft de ander houden en wat gebeurt er wanneer diegene niet meegaat in wat wordt gevraagd?

Manipulatie
Manipulatie betekent dat iemand probeert invloed uit te oefenen op het denken, voelen of gedrag van een ander.
Dat woord wordt gemakkelijk gebruikt, terwijl beïnvloeding in menselijke relaties normaal is. Mensen proberen elkaar voortdurend te overtuigen.

Problematisch wordt het wanneer beïnvloeding bijvoorbeeld samengaat met misleiding, schuldinductie, intimidatie of het bewust beperken van de ruimte van de ander.

Slachtofferhulp Nederland noemt manipulatie:  expliciet als mogelijke vorm van geestelijke mishandeling wanneer iemand daarmee probeert controle over de ander te verkrijgen.
Daarom moet ook hier naar het patroon worden gekeken en niet alleen naar het woord manipulatie.

Gaslighting
Bij gaslighting wordt iemand herhaaldelijk aan de eigen waarneming, herinnering of beoordeling laten twijfelen.
Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer gebeurtenissen consequent worden ontkend of anders worden voorgesteld:
“Dat heb ik nooit gezegd.”
“Je verzint dat.”
“Dat is helemaal niet gebeurd.”

Wanneer dergelijke reacties structureel voorkomen, kan iemand steeds minder vertrouwen krijgen in de eigen waarneming.

Slachtofferhulp Nederland noemt gaslighting:  als een vorm van geestelijke mishandeling waarbij iemand aan het eigen geheugen of verstand gaat twijfelen.

Een verschil van herinnering is echter niet automatisch gaslighting.
Mensen kunnen gebeurtenissen werkelijk anders onthouden.
Daarom is vooral de herhaling, bedoeling, context en impact van belang.

Schuldverschuiving
In iedere relatie maken mensen fouten.

Gezonde verantwoordelijkheid betekent dat iemand kan erkennen:
“Dit heb ik gedaan.”
“Ik begrijp dat dit jou geraakt heeft.”
“Ik had anders moeten handelen.”

Problematisch kan het worden wanneer verantwoordelijkheid steeds opnieuw volledig bij de ander terechtkomt.

Een conflict wordt dan bijvoorbeeld:
“Ik deed dit omdat jij mij daartoe dwong.”
of:
“Als jij niet zo had gereageerd, was dit niet gebeurd.”

Context kan gedrag helpen verklaren, maar een verklaring heft verantwoordelijkheid niet automatisch op.
Volwassen mensen blijven verantwoordelijk voor hoe zij met spanning, boosheid en conflicten omgaan.
Dat is een belangrijk moreel uitgangspunt binnen deze hele reeks.

Gebrek aan wederkerigheid
Relaties functioneren niet doordat beide mensen voortdurend exact evenveel geven, maar er moet op langere termijn wel enige wederkerigheid bestaan.

Beide personen moeten ruimte kunnen hebben voor:
eigen gevoelens;
eigen behoeften;
eigen grenzen;
eigen kwetsbaarheid;
en een eigen perspectief.

Wanneer één persoon structureel centraal komt te staan en de ander steeds meer moet aanpassen, dragen of inslikken, kan de verhouding uit balans raken.

Dat hoeft niet bewust te gebeuren.
Psychische kwetsbaarheid, ziekte, afhankelijkheid of moeilijke omstandigheden kunnen tijdelijk een ongelijke verdeling veroorzaken.


De vraag wordt vooral relevant wanneer die ongelijkheid structureel wordt en nauwelijks meer gecorrigeerd kan worden.

Ongelijke maatstaven
Ook ongelijke beoordeling kan onderdeel worden van een terugkerend patroon.
Hetzelfde gedrag krijgt dan een andere betekenis afhankelijk van wie het vertoont.
Wanneer de ene persoon boos wordt, wordt dat verklaard vanuit stress.
Wanneer de ander boos wordt, wordt diegene als agressief omschreven.

De ene fout wordt gezien als menselijk, terwijl een vergelijkbare fout van iemand anders wordt gebruikt als bewijs van diens karakter.
Hierdoor verschuift de aandacht langzaam van gedrag naar identiteit.
Niet langer:
“Wat gebeurde er?”

Maar:
“Zo is die persoon nu eenmaal.”

Dat kan een gesprek over concrete gebeurtenissen bijzonder moeilijk maken.

Framing en labeling
Woorden beïnvloeden hoe mensen naar gebeurtenissen kijken.

Een beschrijving als:
“Hij verhief tijdens het conflict zijn stem”
is iets anders dan:
“Hij is agressief.”

De eerste zin beschrijft gedrag.
De tweede geeft iemand een identiteit.

Labels kunnen soms nuttig zijn om gedrag begrijpelijk te maken, maar zij kunnen ook een ingewikkelde werkelijkheid terugbrengen tot één oordeel.
Daarom is zorgvuldige taal belangrijk.

Hetzelfde geldt binnen de psychiatrie.
Een persoonlijkheidsstoornis betekent volgens Thuisarts niet dat er  “iets mis is met de hele persoonlijkheid”;    het gaat om bepaalde manieren van denken, voelen en reageren die zeer sterk aanwezig zijn en problemen veroorzaken.

Een diagnose hoort daarom geen synoniem te worden voor iemands volledige identiteit!

Instrumenteel gedrag
Soms wordt communicatie vooral gebruikt om een bepaald resultaat te bereiken.
Een vraag kan bijvoorbeeld pas worden gesteld nadat veel al is voorbereid of geregeld, waardoor de ander formeel nog keuze lijkt te hebben maar praktisch weinig ruimte meer ervaart.

Dat hoeft niet altijd manipulatief te zijn.
Mensen kunnen handelen uit haast, onzekerheid, slechte communicatie of een gebrek aan inzicht in de gevolgen voor een ander.

Wanneer dit echter structureel gebeurt en vooral het eigen voordeel dient, is het zinvol om niet alleen naar iedere afzonderlijke vraag te kijken maar naar het bredere patroon van besluitvorming, transparantie en wederkerigheid.

Wanneer schadelijk gedrag ernstiger wordt
Niet ieder ongezond relatiepatroon is geestelijke mishandeling of huiselijk geweld.
Die grens moet zorgvuldig worden bewaakt.

Wanneer gedrag echter structureel bestaat uit bijvoorbeeld:
vernederen;
intimidatie;
bedreiging;
manipulatie;
isolatie;
controle;
of het steeds verder beperken van de vrijheid van de ander,
kan sprake zijn van psychische of emotionele mishandeling.

Slachtofferhulp Nederland benoemt deze gedragingen:  als mogelijke vormen van geestelijke mishandeling, terwijl Veilig Thuis benadrukt dat bij dwingende controle juist de samenhang en structurele machtsuitoefening centraal staan.

Hier wordt het onderscheid tussen incident en patroon dus niet alleen psychologisch, maar ook vanuit veiligheid belangrijk.

Effect is iets anders dan bedoeling
Een veel voorkomende discussie binnen relaties gaat over intentie:
“Maar ik bedoelde het niet zo.”

Intentie is relevant, maar vertelt niet het hele verhaal.

Gedrag kan schadelijke gevolgen hebben zonder dat iemand bewust de bedoeling had schade te veroorzaken.
Tegelijk mag uit een schadelijk gevolg ook niet automatisch worden geconcludeerd dat iemand bewust kwaad wilde doen.

Daarom moeten twee vragen afzonderlijk worden gesteld:
Wat was mogelijk de bedoeling?
en
Wat was daadwerkelijk het effect?

Beide kunnen belangrijk zijn.


Waarom losse kenmerken geen diagnose opleveren
Wie veel over gedragspatronen leest, zal onvermijdelijk dingen herkennen bij zichzelf of anderen.

Dat is geen bewijs van psychopathologie.

Iemand kan:
controlerend reageren zonder een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis te hebben;
bang zijn voor verlating zonder borderline te hebben;
manipuleren zonder narcistische of antisociale persoonlijkheidsproblematiek te hebben;
wantrouwend zijn zonder een paranoïde persoonlijkheidsstoornis te hebben;
of sterk afhankelijk zijn zonder een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis te hebben.


Professionele diagnostiek vraagt veel meer.
Het Kenniscentrum Persoonlijkheidsstoornissen benadrukt:  dat professionals kijken naar klachten, levensloop, duur, ontwikkeling, verschillende levensgebieden, alternatieve verklaringen en terugkerende patronen.

Daarom blijft het uitgangspunt:
gedrag mag worden benoemd zonder dat daarmee een diagnose wordt gesteld.
Wat betekent dit voor degene die ermee te maken krijgt?
Terugkerende relationele patronen hebben niet alleen betekenis voor degene die het gedrag laat zien.

Ook de omgeving reageert erop.
Een partner kan bijvoorbeeld:
meer gaan uitleggen;
conflicten vermijden;
zich sterker aanpassen;
steeds alerter worden;
minder vertrouwen op de eigen waarneming;
of grenzen steeds verder opschuiven.

Thuisarts beschrijft:  dat persoonlijkheidsproblematiek ook voor naasten moeilijk kan zijn en dat het contact op verschillende momenten sterk kan wisselen. 

De reactie van de omgeving kan bovendien invloed hebben op de onderlinge dynamiek.
Dat maakt de volgende stap in onze leesroute belangrijk.

Niet alleen:
welk gedrag zien we?

Maar ook:
wat gebeurt er tussen mensen wanneer dat gedrag steeds opnieuw voorkomt?

De sociale en morele grens
Mensen mogen fouten maken.
Mensen mogen boos worden.
Mensen mogen onzeker zijn, moeilijke karaktereigenschappen hebben of tijdens stress verkeerd reageren.

Geen enkele relatie bestaat zonder conflicten.

Maar terugkerend gedrag mag ook serieus genomen worden wanneer het anderen structureel beschadigt.
Psychische problemen kunnen helpen verklaren waarom iemand bepaald gedrag laat zien, maar dat betekent niet dat vernedering, intimidatie, dwang of geweld daardoor aanvaardbaar wordt.
Tegelijk mag ongewenst gedrag niet zomaar worden gebruikt om iemand een psychiatrisch label te geven.

Een zorgvuldige benadering houdt daarom twee uitgangspunten tegelijkertijd vast:
beoordeel gedrag op wat er daadwerkelijk gebeurt en welke gevolgen het heeft, maar wees terughoudend met conclusies over de persoonlijkheid of diagnose van degene die het gedrag laat zien.

De kern
Het belangrijkste bij terugkerende gedragspatronen is niet één opvallende gebeurtenis, maar de samenhang over langere tijd.

Daarom kijken we naar:
wat gebeurt er;
hoe vaak gebeurt het;
in welke context gebeurt het;
wat gaat eraan vooraf;
hoe reageren anderen erop;
wat zijn de gevolgen;
en blijft hetzelfde patroon zich herhalen?

Binnen de volgende artikelen werken we daarom afzonderlijk verder uit hoe onder andere controle, manipulatie, gaslighting, ongelijke maatstaven, schuldverschuiving, gebrek aan wederkerigheid, framing, labeling, instrumentele manipulatie en contextafhankelijk gedrag kunnen functioneren.

Niet om een persoon op afstand te diagnosticeren, maar om gedrag nauwkeuriger te leren herkennen en begrijpen.
Want juist wanneer we gedrag, context, patroon en diagnose uit elkaar blijven houden, ontstaat er ruimte voor een eerlijker en professioneler beeld.


Nederlandse informatie en professionele onderbouwing

Kenniscentrum Persoonlijkheidsstoornissen – Persoonlijkheidsstoornissen
Professionele uitleg over duurzame patronen in denken, voelen, relaties en gedrag, en over de invloed daarvan op verschillende levensgebieden.
https://kenniscentrumps.nl/persoonlijkheidsstoornissen/


Thuisarts – Ik heb een persoonlijkheidsstoornis
Door artsen gecontroleerde informatie over persoonlijkheidsproblematiek, gedrag, emoties, relaties, dagelijks functioneren en behandeling
.https://www.thuisarts.nl/persoonlijkheids-stoornis/ik-heb-persoonlijkheids-stoornis

Thuisarts – Mijn naaste heeft een persoonlijkheidsstoornis
Informatie over de invloed van persoonlijkheidsproblematiek op relaties en naasten, en over het belang van grenzen en eigen draagkracht.
https://www.thuisarts.nl/persoonlijkheids-stoornis/mijn-naaste-heeft-persoonlijkheids-stoornis

Slachtofferhulp Nederland – Geestelijke mishandeling
Informatie over onder andere manipulatie, gaslighting, intimidatie, vernedering, controle en isolatie.
https://www.slachtofferhulp.nl/gebeurtenissen/mishandeling/geestelijke-mishandeling/

Veilig Thuis – Dwingende controle
Professionele informatie over het herkennen van structurele patronen van macht, controle, intimidatie en afhankelijkheid binnen relaties.
https://www.veiligthuis.nl/nl/nieuws/nieuwe-gids-helpt-veilig-thuis-professionals-dwingende-controle-nog-beter-te-herkennen