Welkom 
 

Borderline-persoonlijkheidsstoornis

Wanneer emoties, zelfbeeld en relaties sterk kunnen wisselen

Binnen Cluster B vallen persoonlijkheidsstoornissen waarbij onder andere sterke emoties, impulsiviteit en terugkerende problemen binnen relaties een belangrijke rol kunnen spelen.

Bij een borderline-persoonlijkheidsstoornis (BPS) staat vooral een langdurig patroon centraal van problemen met:
emotieregulatie;
zelfbeeld;
impulsiviteit;
en relaties met anderen.


Emoties kunnen snel oplopen en intens worden ervaren.
Tegelijk kan iemand sterk gevoelig zijn voor afwijzing of het gevoel verlaten te worden.
Dat kan leiden tot reacties die voor de omgeving soms moeilijk te begrijpen zijn.
Maar achter die zichtbare reacties kunnen sterke kwetsbaarheid, onzekerheid en moeite met het reguleren van emoties liggen.

Wat staat centraal?
Professionals beschrijven bij borderline-persoonlijkheidsproblematiek onder andere:

  • sterke angst voor verlating;
  • intensieve en wisselende relaties;
  • iemand afwisselend sterk idealiseren en afwijzen;
  • een wisselend of instabiel zelfbeeld;
  • impulsief gedrag;
  • heftige stemmingswisselingen;
  • gevoelens van leegte;
  • hevige boosheid;
  • zelfbeschadigend of suïcidaal gedrag;
  • achterdocht of dissociatieve ervaringen tijdens perioden van sterke spanning.


Niet iedereen met borderline heeft al deze kenmerken.
Ook kunnen kenmerken bij verschillende mensen sterk verschillen.
Daarom wordt een diagnose nooit vastgesteld op basis van één gedraging of één moeilijke relatie.

Emoties kunnen snel en sterk oplopen
Een belangrijk onderdeel van borderline-persoonlijkheidsproblematiek is moeite met emotieregulatie.
Emotieregulatie betekent dat iemand emoties kan herkennen, verdragen en weer tot rust kan brengen.

Bij borderline kunnen emoties bijzonder intens worden.
Een gebeurtenis die voor een ander misschien klein lijkt, kan bijvoorbeeld sterke gevoelens oproepen van:
verdriet;
angst;
boosheid;
afwijzing;
schaamte;
of wanhoop.

De emotionele reactie kan snel ontstaan en het kan vervolgens moeilijk zijn om weer tot rust te komen.
Dit betekent niet dat de emotie voor die persoon gespeeld of overdreven is.
De emotionele ervaring kan op dat moment werkelijk zeer intens zijn.

Angst om verlaten te worden
Een ander belangrijk kenmerk kan sterke verlatingsangst zijn.
De gedachte dat iemand belangrijk afstand neemt of de relatie beëindigt, kan zeer bedreigend voelen.
Soms kan zelfs iets relatief kleins zo worden geïnterpreteerd.

Bijvoorbeeld:
een bericht wordt niet onmiddellijk beantwoord;
een partner wil een avond alleen zijn;
iemand klinkt afstandelijk;
of een afspraak wordt afgezegd.

Waar een ander misschien denkt:
“Die persoon heeft het druk.”

Kan iemand met sterke verlatingsangst bijvoorbeeld ervaren:
“Hij wil mij niet meer.”
of:
“Ze gaat mij verlaten.”

Dat gevoel kan vervolgens intense emoties en gedrag oproepen.
Relaties kunnen intens en wisselend zijn
Relaties kunnen bij borderline-persoonlijkheidsproblematiek heel belangrijk zijn.
Tegelijk kunnen ze ook veel spanning oproepen.

Iemand kan een ander op het ene moment ervaren als:
veilig;
lief;
betrouwbaar;
bijzonder;
of onmisbaar.

Na een conflict, teleurstelling of ervaren afwijzing kan dat beeld sterk veranderen.
Dezelfde persoon kan dan worden ervaren als:
onbetrouwbaar;
afstandelijk;
slecht;
ongeïnteresseerd;
of afwijzend.

Professionals beschrijven: dit als een patroon waarin relaties kunnen wisselen tussen idealiseren en sterk afwijzen of kleineren.

Daarachter kan moeite liggen om positieve en negatieve eigenschappen van een ander tegelijkertijd vast te houden wanneer emoties sterk oplopen.

Dit betekent niet dat relaties niet echt zijn
Het is belangrijk dit niet verkeerd uit te leggen.
Intense wisselingen binnen een relatie betekenen niet automatisch dat gevoelens niet oprecht zijn.

Iemand kan daadwerkelijk:
liefde;
verbondenheid;
angst;
teleurstelling;
en boosheid
zeer intens ervaren.
Het probleem zit vooral in de moeilijkheid om die verschillende gevoelens tegelijkertijd te verdragen en in perspectief te houden.
Wanneer spanning afneemt, kan iemand een situatie later soms heel anders bekijken.

Een wisselend zelfbeeld
Niet alleen het beeld van anderen kan veranderen.
Ook het beeld van zichzelf kan sterk wisselen.

Iemand kan bijvoorbeeld het ene moment denken:
“Ik kan dit.”

en korte tijd later:
“Ik ben waardeloos.”

Ook kunnen mensen moeite hebben met vragen als:
Wie ben ik?
Wat wil ik?
Wat vind ik werkelijk belangrijk?
Waar hoor ik bij?

Dit kan leiden tot veranderingen in:
doelen;
plannen;
werk;
opleiding;
relaties;
of de manier waarop iemand zichzelf ziet.

Een instabiel zelfbeeld kan bovendien extra gevoelig maken voor hoe anderen reageren.

Impulsiviteit
Impulsiviteit betekent dat iemand handelt voordat voldoende over de gevolgen is nagedacht.

Bij borderline kan dit bijvoorbeeld zichtbaar worden in:
impulsief geld uitgeven;
roekeloos rijden;
middelengebruik;
eetbuien;
plotselinge beslissingen;
risicovol seksueel gedrag;
of abrupt handelen binnen relaties.

Niet iedereen met borderline vertoont dezelfde vormen van impulsiviteit.
Impulsiviteit komt bovendien ook bij andere psychische aandoeningen en bij mensen zonder persoonlijkheidsstoornis voor.
Het is daarom nooit op zichzelf voldoende voor een diagnose.

Gevoelens van leegte
Sommige mensen met borderline beschrijven langdurige gevoelens van leegte.
Dat kan moeilijk onder woorden te brengen zijn.
Iemand kan bijvoorbeeld ervaren:
dat niets werkelijk betekenis heeft;
zichzelf niet goed voelen;
een innerlijke leegte;
weinig houvast;
of voortdurend iets nodig hebben om dat gevoel tijdelijk te verminderen.

Die leegte kan bijdragen aan impulsief gedrag, sterke behoefte aan contact of moeite met alleen zijn.

Hevige boosheid
Boosheid kan eveneens intens worden ervaren.
Iemand kan snel het gevoel krijgen:
niet begrepen te worden;
afgewezen te worden;
onrechtvaardig behandeld te worden;
of niet serieus genomen te worden.

Wanneer emoties snel oplopen, kan het moeilijk zijn om boosheid op tijd te herkennen en te reguleren.

Dat kan leiden tot:
heftige ruzies;
schreeuwen;
impulsieve uitspraken;
of gedrag waarvan iemand later spijt heeft.

Dat betekent niet dat agressief of grensoverschrijdend gedrag automatisch door borderline wordt veroorzaakt.
Ook wanneer psychische problematiek meespeelt, blijven gedrag en de gevolgen daarvan relevant.

Zelfbeschadiging en suïcidaal gedrag
Zelfbeschadiging en suïcidaal gedrag kunnen voorkomen bij borderline-persoonlijkheidsproblematiek.
Zelfbeschadiging kan verschillende functies hebben.
Sommige mensen beschrijven bijvoorbeeld dat lichamelijke pijn tijdelijk helpt om:
overweldigende emoties te verminderen;
innerlijke spanning te doorbreken;
leegte te voelen verdwijnen;
of weer iets te kunnen voelen.
Dat maakt zelfbeschadiging niet minder ernstig.
Het is een signaal dat professionele hulp nodig kan zijn.
Gedachten aan zelfdoding, concrete plannen of acute zelfbeschadiging moeten altijd serieus worden genomen.
Dissociatie tijdens sterke spanning
Tijdens ernstige stress kunnen sommige mensen last krijgen van dissociatieve ervaringen.
Dissociatie kan bijvoorbeeld betekenen dat iemand:
zich vervreemd voelt van zichzelf;
het gevoel heeft buiten zichzelf te staan;
de omgeving als onwerkelijk ervaart;
of bepaalde gebeurtenissen achteraf moeilijk kan herinneren.
Ook tijdelijke achterdocht kan tijdens sterke spanning voorkomen.
Dit hoeft niet hetzelfde te zijn als een langdurige psychotische stoornis.
Daarom is professionele beoordeling belangrijk.
Hoe kan dit eruitzien binnen een relatie?
Borderline-persoonlijkheidsproblematiek kan relaties intens maken.
Een partner kan bijvoorbeeld ervaren dat:
er veel behoefte aan nabijheid is;
afstand snel als afwijzing wordt beleefd;
conflicten plotseling sterk kunnen escaleren;
gevoelens over de relatie snel kunnen veranderen;
veel bevestiging nodig lijkt;
of na een conflict opnieuw sterke behoefte aan verbinding ontstaat.
Tegelijk kan degene met borderline zelf relaties als buitengewoon belangrijk ervaren.
Dat kan een moeilijke tegenstelling opleveren:
sterk verlangen naar nabijheid en tegelijkertijd zeer gevoelig zijn voor alles wat op afwijzing of verlies lijkt.
Juist daardoor kunnen relaties soms onder grote druk komen te staan.
Wat kan dit betekenen voor naasten?
Ook partners, familieleden en andere naasten kunnen gevolgen ervaren.
Zij kunnen bijvoorbeeld:
onzeker worden over hoe iets zal worden opgevat;
veel proberen gerust te stellen;
voorzichtiger worden tijdens conflicten;
zich verantwoordelijk gaan voelen voor de emoties van de ander;
of zelf uitgeput raken door terugkerende crisissituaties.
Dat betekent niet dat iedere relatie met iemand met borderline ongezond of instabiel is.
Mensen verschillen sterk van elkaar en behandeling, zelfinzicht, steun en omstandigheden kunnen veel verschil maken.
Ook is het belangrijk dat naasten hun eigen grenzen blijven herkennen en bewaken.
Borderline is niet hetzelfde als stemmingswisselingen
Iedereen kent periodes waarin stemming verandert.
Ook stress, rouw, hormonen, slaaptekort, depressie, trauma, ADHD en andere psychische problemen kunnen invloed hebben op emoties en impulsiviteit.
Bij borderline gaat het om een langdurig en samenhangend patroon waarin meerdere gebieden zijn betrokken, zoals:
zelfbeeld;
relaties;
emoties;
impulsiviteit;
en omgaan met mogelijke afwijzing.
Daarom kan borderline niet worden vastgesteld omdat iemand bijvoorbeeld:
snel boos wordt;
wisselende emoties heeft;
bang is om iemand kwijt te raken;
of een moeilijke relatie heeft.
Ook trauma is niet hetzelfde als borderline
Traumatische ervaringen kunnen voorkomen in de voorgeschiedenis van mensen met borderline, maar trauma en borderline zijn niet hetzelfde.
Niet iedereen met borderline heeft dezelfde ervaringen meegemaakt.
En niet iedereen die trauma heeft meegemaakt ontwikkelt borderline-persoonlijkheidsproblematiek.
Klachten van bijvoorbeeld PTSS, complexe traumaproblematiek, ADHD, depressie en andere persoonlijkheidsstoornissen kunnen bovendien gedeeltelijk overlappen.
Professionals moeten daarom zorgvuldig onderzoeken welke verklaring of combinatie van verklaringen het beste past.
Waarom professionele diagnostiek nodig is
Een diagnose wordt niet gesteld door een lijst kenmerken af te vinken.
Professionals kijken onder andere naar:
hoe lang patronen bestaan;
wanneer ze zijn ontstaan;
in welke situaties ze voorkomen;
hoe ernstig ze zijn;
hoe relaties functioneren;
hoe iemand zichzelf ervaart;
welke andere psychische klachten aanwezig zijn;
en welke alternatieve verklaringen mogelijk zijn.
Het gaat dus om het totale beeld en de levensloop.
Daarom blijft ook binnen Cluster B gelden:
herkenning van kenmerken is geen diagnose.
Is borderline behandelbaar?
Ja.
Borderline-persoonlijkheidsstoornis is behandelbaar.
Psychotherapie vormt een belangrijk onderdeel van de behandeling.
In Nederland worden onder andere behandelingen toegepast zoals:
Dialectische Gedragstherapie (DGT)
gericht op onder meer emotieregulatie, impulsiviteit en crisisvaardigheden;
Mentalization-Based Treatment (MBT)
een mentaliserende behandeling waarbij iemand leert eigen gedachten, gevoelens en bedoelingen én die van anderen beter te begrijpen;
Schematherapie
waarbij terugkerende patronen in denken, voelen en gedrag worden onderzocht en veranderd.
Behandeling kan helpen om emoties beter te reguleren, impulsief gedrag te verminderen, relaties stabieler te maken en meer inzicht te krijgen in eigen reacties.
Herstel betekent daarbij niet noodzakelijk dat iemands persoonlijkheid volledig verandert.
Het gaat er vooral om dat iemand meer grip krijgt op patronen die problemen veroorzaken en daardoor beter kan functioneren en relaties kan onderhouden.
De kern
Borderline-persoonlijkheidsstoornis gaat niet simpelweg over heftige emoties of stemmingswisselingen.
Het gaat om een langdurig patroon waarin vooral problemen kunnen bestaan met:
emotieregulatie;
zelfbeeld;
impulsiviteit;
verlating;
en relaties.
Achter heftige reacties kan sterke kwetsbaarheid liggen.
Maar begrijpen waar gedrag vandaan kan komen betekent niet dat ieder gedrag daardoor zonder gevolgen is.
Daarom moeten twee zaken naast elkaar kunnen bestaan:
begrip voor psychische kwetsbaarheid én aandacht voor de gevolgen van gedrag voor de persoon zelf en voor anderen.
En ook hier geldt:
kijk naar het hele patroon, niet naar één kenmerk — en laat een diagnose over aan bevoegde professionals.
Nederlandse informatie en professionele onderbouwing
Kenniscentrum Persoonlijkheidsstoornissen – Traditionele model DSM-5
Professionele informatie over kenmerken en diagnostische criteria van de borderline-persoonlijkheidsstoornis.
https://kenniscentrumps.nl/diagnostiek-en-classificatie/traditionele-model-dsm-5-sectie-ii/
PsyQ – Borderline-persoonlijkheidsstoornis
Informatie over emoties, verlatingsangst, impulsiviteit, zelfbeschadiging, relaties en behandeling.
https://www.psyq.nl/persoonlijkheidsstoornis/borderline-persoonlijkheidsstoornis
PsyQ – Behandeling van persoonlijkheidsstoornissen
Informatie over onder andere dialectische gedragstherapie, schematherapie en andere behandelvormen.
https://www.psyq.nl/persoonlijkheidsstoornis/behandelingen
PsyQ – Mentalization-Based Treatment (MBT)
Uitleg over mentaliserende behandeling bij borderline-persoonlijkheidsproblematiek.
https://www.psyq.nl/persoonlijkheidsstoornis/behandelingen/mentalization-based-treatment
Thuisarts – Ik heb een persoonlijkheidsstoornis
Door artsen gecontroleerde informatie over persoonlijkheidsstoornissen, emoties, impulsiviteit, relaties en behandeling.
https://www.thuisarts.nl/persoonlijkheids-stoornis/ik-heb-persoonlijkheids-stoornis
GGZ Standaarden – Persoonlijkheidsstoornissen
Professionele Nederlandse zorgstandaard over diagnostiek, behandeling, herstel en ondersteuning bij persoonlijkheidsstoornissen.
https://www.ggzstandaarden.nl/zorgstandaarden/persoonlijkheidsstoornissen