Welkom 
 

Deze maand in the Spotlight

Deze maand staat In the Spotlight in het teken van persoonlijkheidsstoornissen, narcistische trekken, schadelijke relationele patronen en de gevolgen die langdurige blootstelling aan bepaald gedrag kan hebben op volwassenen en kinderen.
Tegelijk vormt deze reeks de afsluiting van het uitgebreide onderdeel Narcistisch gedrag en toxische gezinssystemen.
In de afgelopen periode behandelden we binnen dat thema onder andere manipulatie, gaslighting, ongelijke maatstaven, contextafhankelijk gedrag, schuldverschuiving, pleasen, hyperalertheid, zelftwijfel, familiesystemen en communicatiepatronen.

Deze maand brengen we die onderwerpen samen en plaatsen we ze in een breder psychologisch kader.
Daarbij is één onderscheid vanaf het begin belangrijk:
De aanwezigheid van manipulatie, controle, gaslighting, schuldverschuiving of andere schadelijke patronen betekent op zichzelf niet dat iemand een persoonlijkheidsstoornis heeft. 

De artikelen bespreken gedrag en patronen afzonderlijk van een eventuele diagnose.
We leggen op een toegankelijke en informatieve manier uit wat persoonlijkheidsstoornissen zijn, welke vormen er bestaan en welke terugkerende kenmerken en patronen door professionals worden beschreven.
Maar een diagnose is slechts één onderdeel van deze reeks.
We kijken ook naar gedrag dat binnen relaties en familiesystemen kan voorkomen zonder dat daarmee automatisch sprake is van een persoonlijkheidsstoornis.
Want uiteindelijk is niet alleen van belang waar bepaald gedrag mogelijk vandaan komt, maar ook wat het met anderen doet.

De andere kant van het verhaal
Wanneer over persoonlijkheidsproblematiek of schadelijke gedragspatronen wordt gesproken, gaat veel aandacht naar degene die het gedrag laat zien.
Deze maand kijken we nadrukkelijk ook naar de mensen die ermee te maken krijgen.
Wat kan er gebeuren wanneer iemand langdurig wordt blootgesteld aan narcistische trekken, controlerend gedrag, manipulatie, schuldverschuiving, gaslighting, emotionele onvoorspelbaarheid, gebrek aan wederkerigheid of andere schadelijke relationele patronen?

Wat kan dat betekenen voor:
het zelfbeeld;
het vertrouwen in de eigen waarneming;
het stellen van grenzen;
het omgaan met conflicten;
het vertrouwen in anderen;
en het aangaan van nieuwe relaties?

Daarom besteden we uitgebreid aandacht aan mensen die langdurig aan dergelijke patronen zijn blootgesteld.
Wanneer gedrag daadwerkelijk schadelijk, ondermijnend of grensoverschrijdend is, kan ook het woord slachtoffer passend zijn.

Maar ook dan blijft één onderscheid belangrijk:
vaststellen dat iemand schade heeft ondervonden van bepaald gedrag is iets anders dan vaststellen welke diagnose degene die dat gedrag vertoonde zou hebben.
We behandelen onder andere zelftwijfel, schuld en schaamte, hyperalertheid, pleasen, verlies van grenzen, emotionele uitputting, gaslighting en moeite om opnieuw op de eigen gevoelens en waarnemingen te vertrouwen.

Wanneer aanpassen langzaam normaal wordt
Schadelijke relationele patronen zijn niet altijd direct zichtbaar.
De invloed ontstaat soms juist doordat gedrag zich langdurig herhaalt.
Iemand kan steeds meer rekening gaan houden met de stemming van een ander.
Conflicten vermijden.
Woorden zorgvuldig afwegen.
Eigen behoeften uitstellen.
Of verantwoordelijkheid op zich nemen voor situaties die niet uitsluitend door hem of haar zijn veroorzaakt.
Wat eerst voelt als rekening houden met iemand, kan langzaam veranderen in voortdurend aanpassen.
Wat eerst een uitzondering was, kan uiteindelijk normaal gaan voelen.
Daarom kijken we binnen deze reeks niet alleen naar afzonderlijke gebeurtenissen, maar vooral naar herhaling, context, wederkerigheid en gevolgen.

Gedrag is niet hetzelfde als diagnose
Dat onderscheid loopt als een rode draad door deze hele reeks.
Een persoon kan controlerend gedrag laten zien zonder een persoonlijkheidsstoornis te hebben.
Iemand kan manipulatief handelen zonder dat daarmee een narcistische persoonlijkheidsstoornis is vastgesteld.
Iemand kan onder stress anders reageren dan normaal.
Gedrag kan bovendien beïnvloed worden door omstandigheden, angst, verlies, gezondheid, spanning of de relatie waarin iemand zich bevindt.

Daarom behandelen we ook contextafhankelijk gedrag.
Het feit dat iemand zich tegenover verschillende personen of in verschillende situaties anders gedraagt, kan relevant zijn.
Maar het bewijst op zichzelf niet dat iemand bewust manipuleert, misleidt of een persoonlijkheidsstoornis heeft.

Een zorgvuldige analyse vraagt daarom steeds:
Wat gebeurt er precies?
Hoe vaak gebeurt het?
In welke situaties?
Bij wie?
Wat gaat eraan vooraf?
Wat zijn de gevolgen?
En welke andere verklaringen zijn mogelijk?
Dat voorkomt dat gedrag te snel verandert in een etiket.

Wat betekent dit voor kinderen?
Ook kinderen krijgen binnen deze afsluitende reeks nadrukkelijk aandacht.
Kinderen groeien niet alleen op met individuele ouders.
Zij groeien op binnen een relatiesysteem en leren voortdurend van wat zij zien, horen en ervaren.
Wanneer een ouder langdurig problematische relationele of persoonlijkheidspatronen laat zien, of wanneer binnen het gezin sprake is van sterke controle, loyaliteitsdruk, emotionele onveiligheid, manipulatie of onvoorspelbaarheid, kan dat invloed hebben op de ontwikkeling en het gevoel van veiligheid van een kind.
Ook hier gaat het niet om één ruzie of één verkeerde reactie.
Relevant wordt vooral wat er gebeurt wanneer bepaalde patronen langdurig terugkomen.

Een kind kan bijvoorbeeld gaan leren:
dat liefde afhankelijk is van aangepast gedrag;
dat conflicten beter vermeden kunnen worden;
dat de stemming van een ander belangrijker is dan de eigen behoefte;
dat grenzen stellen gevaarlijk of egoïstisch is;
dat je verantwoordelijk bent voor hoe anderen zich voelen;
dat zwijgen veiliger is dan tegenspreken;
of dat je voortdurend moet opletten wat je zegt en doet om de rust te bewaren.

Een kind kan ook in een loyaliteitsconflict terechtkomen wanneer het gevoel ontstaat dat liefde voor de ene ouder ten koste gaat van loyaliteit aan de andere.
Of het kan leren zich sterk aan te passen aan verschillende volwassenen binnen het gezin of de familie.
Dat betekent niet dat ieder kind dat hiermee opgroeit later problemen krijgt.

Ontwikkeling wordt door veel factoren beïnvloed.
Beschermende relaties, steun van andere volwassenen, temperament, sociale omgeving en latere ervaringen kunnen allemaal verschil maken.

Maar langdurige relationele patronen kunnen wel invloed hebben op:
hechting;
zelfbeeld;
emotieregulatie;
gevoel van veiligheid;
vertrouwen;
het herkennen en aangeven van grenzen;
omgaan met conflicten;
vriendschappen;
partnerrelaties;
en later mogelijk ook het eigen ouderschap.

Daarom stellen we binnen deze reeks ook de vraag:
wat kan een kind onbewust meenemen uit het gezinssysteem waarin het opgroeit?
Niet om de toekomst vast te leggen.
Wel om beter te begrijpen hoe vroege relationele ervaringen later kunnen doorwerken.

Familiesystemen: gedrag staat niet op zichzelf
Binnen gezinnen en families beïnvloeden mensen elkaar voortdurend.
Daarom kijken we niet uitsluitend naar individueel gedrag, maar ook naar het systeem eromheen.
Welke rollen zijn ontstaan?
Wie krijgt ruimte?
Wie wordt beschermd?
Wie krijgt verantwoordelijkheid?
Hoe wordt met kritiek omgegaan?
Mag iedereen dezelfde grenzen stellen?
Wordt vergelijkbaar gedrag bij verschillende personen op dezelfde manier beoordeeld?
En wat gebeurt er wanneer iemand het bestaande patroon ter discussie stelt?

Binnen familiesystemen kunnen gewoonten ontstaan die jarenlang normaal gaan voelen, terwijl zij voor bepaalde betrokkenen belastend zijn.

Denk aan:
conflicten vermijden;
problemen bagatelliseren;
één persoon voortdurend verantwoordelijk maken;
anderen beschermen tegen kritiek;
ongelijke maatstaven hanteren;
informatie selectief delen;
of loyaliteit belangrijker maken dan openheid.

Ook hier betekent het herkennen van een patroon niet automatisch dat sprake is van bewust kwaad opzet.
Maar een patroon hoeft niet bewust te zijn om gevolgen te hebben.

Informatief, niet diagnostisch
Alle artikelen binnen deze reeks hebben daarom één duidelijk uitgangspunt:
informatie geven, niet diagnosticeren.

Het herkennen van kenmerken of gedragingen betekent niet dat iemand daarmee een persoonlijkheidsstoornis heeft.
Een persoonlijkheidsstoornis kan alleen zorgvuldig worden vastgesteld door bevoegde professionals na diagnostisch onderzoek.

Daarbij wordt onder andere gekeken naar:
duur;
ernst;
ontwikkeling;
context;
stabiliteit van gedrag;
functioneren in verschillende levensgebieden;
en mogelijke andere verklaringen.
Onze artikelen richten zich daarom op wat wél verantwoord kan worden besproken:
waarneembaar gedrag;
terugkerende patronen;
relationele dynamiek;
familiesystemen;
mogelijke psychologische gevolgen;
de ervaringen van mensen die aan schadelijke patronen worden blootgesteld;
de mogelijke invloed op kinderen;
en wat professionals en wetenschappelijke kennis hierover beschrijven.

Het doel is niet om mensen op afstand van een psychiatrisch etiket te voorzien.
Het doel is om ingewikkelde psychologische en relationele processen beter te begrijpen.


Leesroute
Wie deze reeks als geheel wil lezen, kan het beste onderstaande volgorde aanhouden.

1. Persoonlijkheidsstoornissen
Begin bij de basis.
Wat is persoonlijkheid?
Wanneer spreken professionals van persoonlijkheidsproblematiek?
Welke persoonlijkheidsstoornissen worden onderscheiden?
Welke kenmerken en patronen kunnen daarbij voorkomen?
En wat is het verschil tussen een persoonlijkheidstrek, moeilijk gedrag en een daadwerkelijke persoonlijkheidsstoornis?
Deze basis voorkomt dat losse gedragingen te snel als diagnose worden geïnterpreteerd.

2. Gedrag en terugkerende patronen
Lees daarna de artikelen over gedrag binnen relaties en gezinssystemen.
Hier behandelen we onder andere:
controle;
manipulatie;
gaslighting;
ongelijke maatstaven;
schuldverschuiving;
gebrek aan wederkerigheid;
framing;
labeling;
instrumentele manipulatie;
en contextafhankelijk gedrag.

Daarbij maken we steeds onderscheid tussen het herkennen van een patroon en het vaststellen waarom iemand dat gedrag vertoont.
Contextafhankelijk gedrag verdient daarbij bijzondere aandacht.
Iemand kan zich in verschillende situaties of tegenover verschillende mensen anders gedragen.
Dat kan betekenisvol zijn, maar bewijst op zichzelf geen bewuste manipulatie, misleiding of persoonlijkheidsstoornis.

3. Het familiesysteem
Vervolgens kijken we naar de omgeving waarin patronen ontstaan en blijven bestaan.
Welke rollen ontstaan binnen een gezin of familie?
Hoe wordt met conflicten omgegaan?
Wat gebeurt er wanneer iemand kritiek geeft op een bestaand patroon?
Hoe werken loyaliteit, groepsdruk, bescherming, zwijgen en ongelijke maatstaven binnen een systeem?
Hier verschuift de aandacht van één persoon naar de wisselwerking tussen meerdere mensen.

4. De gevolgen voor betrokkenen
Daarna kijken we naar wat langdurige blootstelling aan schadelijk gedrag met iemand kan doen.
Hier behandelen we onder meer:
zelftwijfel;
gaslighting;
hyperalertheid;
schuld en schaamte;
pleasen;
voortdurend aanpassen;
verlies van grenzen;
emotionele uitputting;
en moeite met vertrouwen.
Niet iedereen ontwikkelt dezelfde klachten.
Maar langdurige relationele belasting kan wel degelijk psychologische gevolgen hebben.

5. Kinderen
Daarna richten we ons specifiek op kinderen.
Wat betekent het wanneer een kind langdurig wordt blootgesteld aan spanning, controle, onvoorspelbaarheid, loyaliteitsconflicten of andere problematische relationele patronen?
Welke invloed kan dat hebben op veiligheid, zelfbeeld, hechting, grenzen en emotieregulatie?
En wat kan daarvan later zichtbaar worden in vriendschappen en partnerrelaties?
Een moeilijke jeugd bepaalt niet automatisch de toekomst.
Wel kunnen vroege ervaringen invloed hebben op hoe iemand relaties leert begrijpen.

6. Doorwerking
Vervolgens kijken we naar de langere termijn.
Waarom blijven sommige mensen conflicten vermijden?
Waarom vinden sommigen grenzen stellen moeilijk?
Waarom voelt onrust soms vertrouwder dan rust?
Waarom worden rollen uit het gezin soms meegenomen naar partnerrelaties?
En waarom kunnen oude patronen zich onbewust opnieuw voordoen?
Het doel is niet om alle latere problemen aan de jeugd toe te schrijven, maar om mogelijke verbanden begrijpelijk te maken.

7. Herstel
Tot slot kijken we vooruit.
Hoe herken je wat je hebt aangeleerd?
Hoe leer je opnieuw grenzen herkennen?
Hoe ontstaat weer vertrouwen in de eigen waarneming?
Hoe onderscheid je verantwoordelijkheid nemen van voortdurend schuld op je nemen?
En hoe voorkom je dat oude patronen automatisch worden meegenomen naar nieuwe relaties of naar een volgende generatie?

De leesroute is daarmee:
persoonlijkheidsstoornissen → gedrag en patronen → familiesysteem → gevolgen voor betrokkenen → kinderen → doorwerking → herstel.
Of korter:
begrijpen wat het is → herkennen wat er gebeurt → begrijpen binnen welke context het gebeurt → zien wat het met mensen kan doen → onderzoeken wat ervan kan doorwerken → kijken hoe patronen kunnen worden doorbroken.

Afsluiting
Met deze reeks sluiten we het onderdeel Narcistisch gedrag en toxische gezinssystemen af.
Niet met één etiket of één verklaring, maar met een breder beeld van persoonlijkheid, gedrag, context, familiesystemen en gevolgen.
Een diagnose kan gedrag helpen verklaren, maar gedrag bewijst geen diagnose.
Een patroon hoeft niet bewust te zijn om schadelijk te zijn.
En iemand hoeft niet precies te weten waarom een ander zich zo gedraagt om de gevolgen ervan te ervaren.
Daarom blijft de kern van deze reeks eenvoudig:
niet alleen begrijpen wat iemand doet, maar ook begrijpen wat dat gedrag bij anderen kan achterlaten.



Nederlandse website links:
Thuisarts – Persoonlijkheidsstoornis
Thuisarts – Mijn naaste heeft een persoonlijkheidsstoornis
GGZ Standaarden – Persoonlijkheidsstoornissen